MindNote | Muziek, Edutainment & e-Cultuur

Weblog van Meindert Bussink "Digitale Duiding"

Berichten uit de categorie ‘Dossier: Boektips’

Boektip #7 Linked – Albert-Lászlo Barabási

Bericht geplaatst door Meindert Op April - 15 - 2010

Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

Linked. How Everything Is Connected to Everything Else and What it Means for Business, Science, and Everyday Life.

Auteur: Albert-Lászlo Barabási

Jaar: 2002


De Hongaarse natuurkundige Albert-Lászlo Barabási heeft met de introductie van zogenaamde over ‘scale-free netwerken’, een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van netwerktheorieën. Hij bestudeerde onder andere de groei van netwerken en verbindingen die gebaseerd zijn op voorkeuren. In spannende detective schrijfstijl beschrijft Barabási het ontstaan van netwerktheorieën en illustreert dit aan de hand van uiteenlopende voorbeelden uit de wiskunde, biologie en technologie.

Knopen en verbindingen

Het denken over netwerken begon met theorieën over grafen. In 1736 liet de Russische wiskundige Leonhard Euler zien dat grafen [en netwerken] verborgen eigenschappen bevatten die ervoor zorgen dat wij er bepaalde dingen mee kunnen doen. Euler losde het zogenaamde probleem van de Zeven bruggen van Koningsbergen op – Kan iemand zeven bruggen passeren zonder twee keer over dezelfde brug te gaan? – en bewees dat er in die situatie geen route mogelijk was waarbij een link slechts eenmaal werd gepasseerd. Hij deed dit door het bruggennetwerk als een graaf te zien; een netwerk van knooppunten die via verbindingen met elkaar in contact staan.

Willekeur

Twee eeuwen laten waren er twee Hongaarse wiskundigen die een revolutie in graaftheorie teweeg brachten. Paul Erdós en Alfréd Rényi lieten in 1959 zien dat knooppunten in complexe grafen willekeurig met elkaar zijn verbonden. In tegenstelling tot Euler, stelden zij dat menselijke netwerken zoals telefoonnetwerken etc. geen verborgen eigenschappen herbergen, maar volledig willekeurig zijn.

Sociale schakels en klusters

In 1973 ontdekte socioloog Mark Granovetter dat bij bijvoorbeeld het zoeken naar een nieuwe baan, het verkrijgen van nieuws of het verspreiden van geruchten, zogenaamde ‘zwakke schakels’ belangrijk zijn. Onze beste vrienden zijn vaak ook bevriend met elkaar (sterke schakels), maar een aantal daarvan hebben ook relaties met personen uit andere groepen. Deze zwakke schakels spelen volgens Granovetter een belangrijke rol in onze sociale activiteiten. Vijfentwintig jaar later ontdekken de wiskundigen Watts and Strogatz dat deze manieren van ‘klusteren’ zicht niet alleen voordoet in sociale netwerken, maar ook in heel veel complexe netwerken. Onverklaarbaar bleven echter bepaalde knooppunten met buitensporig veel verbindingen: de Hubs.

Machtsfuncties

Het model van Watts en Strogatz bleek dus onbruikbaar omdat het de aanwezigheid van Hubs, knopen met exceptioneel veel verbindingen, in netwerken niet kon verklaren. Het model van Erdós-Rényi kon niet worden gebruikt omdat er in random-netwerken geen klusters voorkomen. Willekeurige netwerken blijken namelijk een zogenaamde klok-grafiek (Bell-curve) te vertonen waarbij de meeste knopen hetzelfde aantal verbindingen hebben en er geen knopen zijn met héél veel verbindingen. Ter illustratie wijst Barabási op een nationaal wegen-netwerk waarbij de steden dan knopen zijn en de wegen verbindingen. Een aantal steden heeft wel meer verbindingen dan andere steden, maar geen enkele stad heeft héél veel verbindingen. Bij vliegvelden daarentegen is dit wel het geval. Een klein aantal hele grote vliegvelden  hebben heel veel verbindingen. Albert-Lászlo Barabási ontdekte dit en herkende een wiskundige machtsfunctie (Engels: power law) in zogenaamde ‘scale-free netwerken’.

Groei en voorkeursverbindingen

Toen Barabási en zijn onderzoeksgroep het World Wide Web observeerden, merkten ze dat links – verbindingen – soms worden omgeleid en knopen of verbindingen worden verwijderd. Door deze groei en evolutie van netwerken verandert de grootte en het aantal hubs. De reden hiervoor had vaak te maken met voorkeursverbindingen (preferential attachment). Iedereen blijkt vaak onbewust graag naar al bestaande grote hubs te linken zoals Google. Dit ‘rich get richer’ gedrag is bekend komen te staan als een andere belangrijke eigenschap van scale-free netwerken. Dit klinkt logisch aangezien oudere knopen vaak meet tijd hebben gehad om links te verzamelen en daardoor het voordeel hebben om een grote hub te worden.

Decentraal en pakketjes

Eén van de laatste stappen om complexe netwerken beter te begrijpen heeft te maken met het traject dat informatie doorloopt. In 1964 wees computerwetenschapper Paul Baran erop dat centrale en decentrale netwerkstructuren te kwetsbaar zijn. Hij stelde voor om het Internet via een distributieve structuur te ontwerpen. Daarnaast moeten berichten opgebroken kunnen worden in kleine pakketjes zodat ze onafhankelijk van elkaar door het netwerk kunnen reizen: pakketgeschakelde netwerken. Dit model van een distributieve architectuur met afzonderlijke pakketjes past wél goed bij scale-free netwerken. Wanneer een aantal grote knopen worden uitgeschakeld, dan zal het netwerk nog steeds niet uiteenvallen. Wel zullen andere verbindingen moeten uitkijken dat ze niet overbelast worden.

Tip: Wil je hierover meer lezen dan raad ik je het volgende artikel aan met een uitgebreide uitleg over zichzelf organiserende netwerken.


Boektip #6 De Muzikantengids – Jan van der Plas

Bericht geplaatst door Meindert Op February - 10 - 2010

Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

De Muzikantengids

‘Alles wat je moet weten over de muziekwereld’

Auteur: Jan van der Plas

Jaar: 2006, vierde editie, tweede druk

Website: http://www.muzikantengids.nl

Met deze introductie tot de muziekwereld geeft Van der Plas een handig overzicht van de meest essentiële aspecten waar een muzikant mee te maken kan krijgen. In de acht secties – (A) Muziek maken, (B) Muziek verkopen, (C), Administratie, (D) Optreden, (E) Geluidsdragers, (F) Rechten, (G) Muziek als beroep en (H) adressen – wordt niet echt heel diep ingegaan op specifieke zaken, maar dat komt de leesbaarheid wel ten goede. Het is een makkelijk leesbaar en handig (erg compleet) overzicht van de meeste aspecten waar muzikanten tegenaan lopen.

A. Muziek maken

In het eerste hoofdstuk worden allereerst allerlei primaire tips besproken voor de aanschaf van een instrument. Ook komt de bouw en klank aan bod van de gitaar, bas, keyboard, drum, dj- en zangapparatuur. Ook al ben je zoals ik een gitarist, dan is het alsnog leuk om wat algemene dingen te lezen over de instrumenten van je medebandleden. Handig is ook de paragraaf over het verzekeren van je muziekinstrumenten waar de voor- en nadelen van het uitbreiden van je inboedelpolis of het afsluiten van een aparte instrumentenverzekering worden besproken.

In hoofdstuk twee wordt er een overzicht gegeven van allerlei soorten van muziekeducatie: van privé-les en tabulatuur op internet tot muziekscholen, popopleidingen, conservatoria, muziekmanagement- en audio design-opleidingen.

B. Muziek verkopen

Hoofdstuk drie behandelt meer commerciële aspecten van muziek. Doordat muziek als een product verkocht wordt, ontstaat er een spanningsveld tussen de kunst en de handel. Door meer inzicht te krijgen in de marketing van jouw muziek, kun je je eigen beeldvorming beïnvloeden, achterhalen wie jou publiek is en hoe je hen het beste bereikt.

Hoofdstuk vier geeft praktische tips hoe je het opzetten van een band het gestructureerd kunt aanpakken. Zaken als een muzikaal of zakelijk leider aanwijzen en concrete doelen formuleren komen aan bod. Ook de omschrijvingen van het vinden van een oefenruimte, de keuze voor het spelen van covers of het schrijven van nummers, het efficiënt instuderen van het repertoire en het samenstellen van een setlist, bieden zelfs voor ervaren muzikanten nog leuke inzichten.

In hoofdstuk vijf worden essentiële onderdelen van de promotie van een band besproken: demo, biografie en foto. Vervolgens komen enkele praktische tips hoe je daar nu verder mee aan de slag moet gaan: netjes bijhouden wie je wat hebt verstuurd, het belang van nabellen, het creëren van een hype en waarom je mee zou doen aan talentenjachten.

Het zesde hoofdstuk gaat in op de omgang met de media. Niet alleen tips voor de muzikant komen aan de orde, maar ook meer achtergrond informatie over de werking van de schrijvende pers, het houden van interviews, de impact van radio, televisie en videoclips.

C. Administratie

Hoofdstuk zeven begint met het opzetten van een boekhouding. Aan de hand van herkenbare situaties voor een muzikant wordt het kas- en bankboek, de afschrijvingen, de resultatenrekening en de balans besproken. Wederom niet uitputtend, wel degelijk.

In hoofdstuk acht komen belastingzaken aan bod. Heel globaal wordt de het stelsel van de belastingheffing in Nederland uitgelegd. Vervolgens gaat Van Der Plas dieper in op zaken die van belang zijn voor de muzikant. De artiestenregeling met  bijvoorbeeld uitleg over de gageverklaring, de kleinevergoedingsregeling en de kostenvergoedingsbeschikking. Verder wordt uitgelegd hoe de belastingaangifte     voor een muzikant verloopt, welke kosten hij of zij kan aftrekken en hoe het zit  met de BTW.

In het negende hoofdstuk komen de verschillende rechtsvormen zoals de eenmanszaak, vereniging, stichting en BV aan bod. Al met al biedt sectie C een handig overzicht van de meeste administratieve aspecten van de muzikant. Voor diegene die hierover graag uitgebreider wil lezen, raad ik het boek Musiconomie van Ton Lamers aan waar ik in november al een boektip over schreef.

D. Optreden

Hoofdstuk tien gaat over boekingen en management. Interessant om te lezen is hoe het clubcircuit werkt en bepaalde zalen vaak afhankelijk zijn van subsidies. Zo worden niet  alleen podium- en projectsubsidies besproken, maar ook hoe anders het kan gaan in het commerciële circuit. Er staan handige tips over hoe je zelf aan de slag kunt met het boeken van optreden, hoe je het beste kunt onderhandelen met een programmeur en wanneer je een contract opstelt. Daarna wordt het misschien tijd voor een boekingskantoor en een manager. Ook hierover staat wat bruikbare beschrijvingen hoe je zoiets aan kunt pakken.

Hoofdstuk elf bespreekt het reilen en zeilen van optredens. Van de voorbereiding zoals het huren of kopen van een PA, het maken van een stageplan, het huren van een bus en het houden van een soundcheck, tot het optreden en afbouwen: arbeidsomstandigheden (bijv. boven 85 dB gehoorbeschermers dragen), catering en consumpties en tot slot en opbreken van de apparatuur en het afrekenen met de zaaleigenaar.

Het twaalfde hoofdstuk bespreekt allerlei mogelijkheden om te spelen in het buitenland. Van muziekbeurzen tot voorprogramma’s en de verschillen in mogelijkheden voor coverbands en bands met eigen werk. Ook hier beschrijft Van Der Plas kort diverse buitenlandse belastingzaken, subsidiemogelijkheden en diverse valkuilen voor het boeken van hotels en het opzetten van een tournee. Ook aan zaken als invoerrechten bij het meenemen van goederen over grens, technische tips over verschillende stekkers en voltages en over afsluiten van diverse verzekeringen heeft hij gedacht.

E. Geluidsdragers

In hoofdstuk 13 over de studio worden eerst allerlei handige studiotermen uitgelegd en daarna worden de voor- en nadelen van digitaal en analoog opnemen besproken. Daarna benoemt Van Der Plas de kwalitatieve en financiële verschillen tussen budget- en professionele opnamen. Belangrijke aspecten over het productieproces helpen de muzikant met het juiste budget uiteindelijk de gewenste opname te verwezenlijken: de preproductie, de studio-opname, de mix en het masteren.

Hoofdstuk 14 gaat verder in op uitbrengen van een cd in eigen beheer. De processen van het persen (glasmaster, persing), de hoes (ontwerp, lithografie, drukwerk, verpakking) en de mechanische rechten (Stemra) komen aan bod. Alles weer begeleid met overzichtelijk tabellen met voorbeeldbegrotingen.

In hoofdstuk 15 worden vervolgens de internationale en Nederlandse platenmaatschappijen, A&R-managers, onderhandelingen, platencontracten overdracht van rechten, royaltypercentages,  buitenlandse verkopen, releasegaranties en de kleine lettertjes besproken. Op dit moment heb je het al aardig ver met je band geschopt en zelfs dan biedt De Muzikantgids nog waardevolle tips voor en voorbeelden van al deze aspecten.

F. Rechten

Wanneer je denkt nu al wel alles over de muziekindustrie te hebben gelezen, dan kom je bedrogen uit. Het boek bevat nog twee interessante secties waaronder deze over het auteursrecht en naburige rechten, de muziekuitgever en Internet.

De verschillende instanties die hiermee te maken hebben, worden in hoofdstuk 16 besproken. Denk hierbij aan de belastingdienst en Buma/Stemra, maar bijvoorbeeld ook het pensioenfonds voor zelfstandige kunstenaars AENA. Van Der Plas bespreekt de voor- en nadelen van het aansluiten bij de Buma/Stemra, wat er gebeurt wanneer je een nieuwe compositie aanmeldt, hoe de verdeling en uitbetaling verloopt, wanneer er sprake is van plagiaat, maar ook meer recente ontwikkelingen met betrekking tot sampling.

In hoofdstuk 17 wordt de muziekuitgever uitvoerig besproken. Verschillende verdeelsleutels komen aan bod bij het muziekuitgavecontract (ook wel publishingdeal), een fondsovereenkomst en een administratiedeal. Ook zogenaamde demodeals, voorschotten en ‘de kleine lettertjes’ worden niet overgeslagen.

In hoofdstuk 18 worden de gevolgen van de komst van het internet besproken. Voor- en nadelen van digitale distributie, de kopieerbeveiliging DRM, je eigen website (kunnen aanbieden van muziek, gebruik maken van promotionele mogelijkheden, inzetten van meta tags, met je muziek aanwezig zijn op demosites en muziekportals. Ondanks dat deze vierde editie die ik hier bespreek uit 2006 komt en er de afgelopen vier ongekend veel veranderd is in de muziekwereld, zijn de basisprincipes die De Muzikantengids bespreekt verassend correct en accuraat geformuleerd.

G. Muziek als beroep

In de twee laatste hoofdstukken komen de eerdere hoofdstukken over de verschillende bronnen van inkomsten samen.

In hoofdstuk 19 wordt aan de hand van diverse staatjes en berekeningen een kijkje in de keuken gegeven van de rockster, een rapcrew, een deejay, een popzanger, een coverband, een punkband,. Erg leuk om bij deze verschillende artiesten te lezen over de verhoudingen tussen en inkomsten van optredens, cd-verkoop, auteursrechten en merchandise.

Hoofdstuk 20 houdt iedere ambitieuze muziek een spiegel voor hoe het is om beroepsmuzikant te zijn. Niet iedereen zal een bepaald niveau halen als muzikant, maar in de periferie kun je dan altijd nog werken bij een poppodium, een boekingskantoor, een geluidsbedrijf, een studio, een platenmaatschappij, een omroepbedrijf of lesgeven.

Ook verschillende uitkeringen worden besproken zoals de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK), de Werkloosheidwet (WW), de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Zorgverzekeringswet, de Ziektewet (ZW), de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en de Algemene Ouderdoms Wet (WAO) komen aan bod.

Tot slot tipt Van Der Plas nog verschillende vakbonden voor popmuzikanten (de Bijzondere Vakgroep Popmuziek van FNV KIEM (BV Pop), de Nederlandse toonkunstenaarsbond (Ntb) en de vakgroep muziek van de CNV Kunstbond (CNV)) en andere belangenorganisaties zoals de Vecta (arbeidsbemiddelaars in de amusementswereld), Vereniging Nederlandse Poppodia (VNP) (zalen in het clubcircuit), Koninklijke Horeca Nederland (discotheek- en caféhouders), NVPI (platenmaatschappijen), Vereniging Professionele Auteurs van Lichte Muziek (PALM) (componisten en tekstdichters), de Nederlandse Muziek Uitgevers Vereniging (NMUV) (de muziekuitgevers in hun rol als makelaar in muziek) en de Vereniging van Muziekhandelaren en -Uitgevers in Nederland (VMN) (bladmuziekhandel).

H. Adressen

In de allerlaatste sectie staan allerlei netjes gecategoriseerde adresgegevens van de in de voorgaande hoofdstukken gepasseerde instanties en podia:

  • Advies (belasting, juridisch, management)
  • Media (publieke, commerciële en regionale omroepen, landelijke en regionale dagbladen, muziektijdschriften, muzikantenmagazines, vakbladen en persbureaus)
  • Muziekindustrie (muziekuitgeverijen, platengroothandels/distributeurs, platenmaatschappijen, pluggers/publiciteit en cd-fabrieken)
  • Onderwijs (Hoger beroepsonderwijs en andere opleidingen)
  • Optreden (boekingen, clubcircuit, festivals en evenementen)
  • Organisatie (landelijk en provinciaal)

Hoewel de omslag en de illustratie binnenin doen vermoeden te maken te hebben met een boek voor middelbare scholieren, biedt De Muzikantengids voor zowel beginnende als professionele muzikanten een schat aan handige en inspirerende informatie.

Boektip #5 Handboek Communities – Erwin Blom

Bericht geplaatst door Meindert Op December - 30 - 2009


Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

Handboek Communities – Erwin Blom
De kracht van sociale netwerken.


Zo rond de herfst van 2009 verscheen een fel blauw boekje vol handige tips en achtergronden over het inzetten van sociale netwerken. Auteur Erwin Blom (journalist en mediakenner) begint het boekje met vier belangrijke ontwikkelingen rondom de passies, belangen of problemen van mensen die in de afgelopen vijftien jaar zijn samengekomen in communities: (a) creatie, (b) communicatie, (c) samenwerken en (d) personalisatie. ‘Mensen publiceren over de onderwerpen die belangrijk voor hen zijn, ze communiceren over wat ze bezighoudt, ze werken samen om communities levend te houden of andere doelen te bereiken en doen dat rondom onderwerpen die hen persoonlijk raken.’ Een digi-fiel kan bij deze ontwikkelingen eenvoudig al enkele technologische toepassingen verzinnen zoals weblogs, podcasts en eigen muziekopnamen (creatie), maar ook Hyves (communicatie), Wikipedia (samenwerken) en RSS (personalisatie).


Daarna schetst Blom aan de hand van allerlei voorbeelden van Nederlandse initiatieven een handig en actueel overzicht ‘Wat’ sociale netwerken nu precies doen, ‘Waarom’ je ze zou willen gebruiken en uiteindelijk ‘Hoe’ je deze nu kunt inzetten voor eigen gewin. In een notendop:


Wat
Wat is het bindende element van je community en wat wil je precies bereiken? Moeten de bezoekers bijvoorbeeld samen iets creëren (zoals de vrijwillige redacteuren van de lokaalsites van 3VOOR12 doen) of slechts een gedeelde interesse communiceren (zoals bijvoorbeeld de fans van een band).


Waarom
Belangrijk om daarbij af te vragen is ‘Waarom’ zou het publiek actief worden? Voor de één is het contact met gelijkgestemden belangrijk, voor de ander kan expressie een motivatie zijn, of juist het kunnen bundelen van krachten (zoals bij open-source ontwikkelaars het geval is). Een handig model hiervoor is de zogenaamde “drietrapsraket tot communitysucces” die Tom Coates van Yahoo ooit introduceerde. (1) Creëer waarde voor het individu, (2) zorg dat de waarde van de gehele community toeneemt als het individu met andere communiceert en (3) de optelsom van al deze activiteit moet een meerwaarde zijn voor de passieve bezoeker.


Hoe
Voor het inzetten van social media ziet Blom ook hier weer een drietal hoofdstromen: luisteren, vertellen en gesprek. Wie goed in de statistieken van zijn site duikt of een analyse van Hyves-profielen maakt, heeft een rijkdom aan informatie. Door zelf of als bedrijf te laten zien waar je voor staat levert dat indirect waarde op. Door te bloggen, microbloggen of video’s op YouTube plaatsen, zien mensen een bepaalde mate van deskundigheid, maar zodra je het gesprek aan gaat wordt het pas echt waardevol weet Blom.


Voorwaarden
Tot slot bespreekt Blom tussendoor nog een zestal voorwaarden voor het succesvol inzetten van ‘social media’: (1) een open cultuur (transparantie), (2) de bereidheid tot delen (‘de blogger die zijn kennis publiceert geeft geen kennis weg, zoals sommigen denken, maar laat simpelweg zien dat hij deskundig is’), (3) wees betrokken (wees zichtbaar als initiatiefnemer van een community en steek er tijd en energie; dat werkt inspirerend), (4) wees flexibel (het gedrag van het publiek is moeilijk te voorspellen), (5) ontwikkel incasseringsvermogen (aanvaard dat hulde even gemakkelijk geuit kan worden als kritiek) en wees tot slot (6) realistisch (slechts tien procent van het publiek is doorgaans actief, de rest is passief maar wel weer belangrijk voor de actieven om bij te willen blijven dragen).


Conclusie: een aanrader voor iedereen die zich actief op het internet begeeft en niet alleen wil begrijpen hoe social media werkt en vooral hoe je deze in kunt zetten.


Klik hier voor meer boektips


Boektip #4 WZGD? Wat zou Google doen? – Jeff Jarvis

Bericht geplaatst door Meindert Op November - 20 - 2009

boek_wzgd

Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

WZGD? Wat zou Google doen? – Jeff Jarvis

Wat kunnen we leren van het snelst groeiende bedrijf ooit?

“Het lijkt alsof geen enkel bedrijf, bestuur of instelling werkelijk begrijpt hoe je moet overleven en gedijen in het internet-tijdperk. Behalve Google”, meent Jeff Jarvis. Het succes van Google is volgens Jarvis te verklaren doordat zij werken volgens de nieuwe regels uit een nieuwe tijd.

  • De macht is nu aan de klant. Die kan zich wereldwijd verstaanbaar maken en direct invloed uitoefenen op immense organisaties.
  • Mensen kunnen elkaar overal ter wereld vinden en zich achter je scharen – maar ze kunnen zich ook tegen je keren.
  • De massamarkt is dood en vervangen door een massa niches.
  • ‘Markten vragen om gesprekken’, werd in 2000 geponeerd in ‘The Cluetrain Manifesto’, het invloedrijke manifest voor internet-tijdperk. Dat betekent dat een hedendaagse organisatie niet langer afhankelijk is van marketing, maar van het in gesprek zijn.
  • De economie die gebaseerd was op schaarste is langzaam veranderd in een economie gebaseerd op overvloed. Zeggenschap over distributie of producten is niet langer een garantie voor een meerwaarde in de hedendaagse markt.
  • Op dit moment zijn de succesvolste ondernemingen netwerken – die met heel weinig investering toch heel groot kunnen worden – en de platforms die de basis vormen voor die netwerken.
  • Het beschikken over oliepijpleidingen, mankracht, producten en zelfs intellectueel eigendom is niet langer sleutel tot succes. Openheid wel.

Volgens Jarvis begrijpt niet alleen Google de veranderingen die internet teweeg heeft gebracht. Ook Facebook, Wikipedia, Amazon en het in Nederland minder bekende Craiglist en Digg worden besproken aan de hand van leuke historische anekdotes en handige korte regels zoals die van hierboven bijvoorbeeld. Menigmaal wijst Jarvis graag op de belangrijke rol die hij zelf heeft gespeeld in allerlei verschillende functies. Wanneer je door deze enigszins egocentrische beschrijvingen heen leest, houd je vooral een boek over tjokvol inspirerende verhalen en tips voor iedereen die iets onderneemt en dit in toekomst graag zo efficiënt mogelijk wil doen.

“Google is het eerste mediabedrijf nieuwe stijl. Google is geen portal zoals Yahoo. Het is een netwerk en een platform. Google denkt op een ‘distributieve manier’: decentraal en verspreid. Het komt naar de mensen toe. Overal op internet vind je stukjes Google. …/… Het maakt gebruik van de kennis van de massa en respecteert ons als onderdeel van die massa. Google begrijpt dat we individuen zijn in een bijna oneindig universum van kleine gemeenschappen met eigen interesse, informatie en geografie. Google behandelt ons niet als een massa. Google begrijpt dat de economie bestaat uit een grote hoeveelheid niches – dat ‘klein’ het nieuwe groot is. Google beschouwt zichzelf niet als een product. Het is een service, een platform, een middel om anderen mogelijkheden te bieden die vooralsnog grenzeloos zijn.”

Het boek gaat over kijken naar de wereld zoals Google dat doet. Het gaat over anders leren kijken. In die zin gaat het boek niet over Google. Het gaat over jou. Het gaat over jou wereld, hoe die voor jou aan het veranderen is en hoe je daarvan kunt profiteren.


Klik hier voor meer boektips

Boektip #3 Musiconomie – Ton Lamers

Bericht geplaatst door Meindert Op November - 20 - 2009

cover

Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

Musiconomie – Ton Lamers

Zelfstandig ondernemen voor musici en artiesten

Ton Lamers is docent ‘musiconomie’ aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem, Enschede en Zwolle en schreef dit boek als studieboek en naslagwerk voor musici en andere artiesten. Treffend wijst Lamers op de problematische term ‘artiest’ die de wetgever hanteert voor bijvoorbeeld een klassiek violist, een gitarist in een hardrockband, een goochelaar en een trombonist in een amateur-boerenkapel. De fiscale en juridische spagaat waarin een amateur-, semi-amateur of professioneel muzikant kunnen belanden door onduidelijke of verouderde wetgeving, wordt prettig leesbaar inzichtelijk gemaakt in ‘Musiconomie’.

Zo begint hij kort en bondig de basisbeginselen van ons fiscale systeem en de sociale zekerheid uit te leggen. Hij wijst op de drie hoofdstromen van (1) de loonbelasting en inkomstenbelasting premies volksverzekeringen, (2) de omzetbelasting (BTW) en (3) de vennootschapsbelasting. Deze laatste wordt terecht slechts summier behandeld omdat het voor veel artiesten dan wel tijd wordt om de hulp van deskundigen in te schakelen.

Na deze basisbeginselen beschrijft Lamers de speciale positie van de kunstenaar ten opzichte van de belastingdienst en het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen). Door steeds kort uit te leggen waarom dergelijke instituten zijn ontstaan en welke recente wijzigingen van kracht zijn geworden, wordt de bedoeling van deze door muzikanten over het algemeen saai en onbegrijpelijk gevonden begrippen duidelijk. Er volgt een algemene uitleg over de loonfictie; waarom een opdrachtgever een artiest tijdelijk in fictieve dienstbetrekking moet nemen. Hierdoor is een term als VAR (verklaring arbeidsrelatie) niet een vaag begrip dat je blijkbaar nodig hebt om zzp-werk te verrichten, maar wordt het een logische maatregel het grote geheel van ons fiscale systeem en sociale zekerheden.

Daarnaast komen allerlei specifieke regels en uitzonderingen aan bod die voor artiesten en met name muzikanten handig zijn om te weten. Zo bespreekt Lamers bijvoorbeeld de kleine vergoedingsregeling, de kostenvergoedingsbeschikking en de verschillende van de artiest als docent in dienstbetrekking of als zelfstandig beroepsbeoefenaar.

Andere handige contextuele wetenswaardigheden is de uitleg over de verschillende ondernemingsvormen en rechtsvormen (eenmanszaak, openbare vennootschap (OV), besloten vennootschap (BV), naamloze vennootschap (NV), stichting en vereniging). Wanneer heb je nu een onderneming of ben je ondernemer en wat is het verschil tussen natuurlijke personen en rechtspersonen? Wanneer heb je als artiest recht op bepaalde vergoedingen en verloopt de werking auteursrechten precies? Een bondige uitleg over naburige rechten en het verschil tussen de BUMA, STEMRA, SENA en repartitie maken dergelijke zaken kort maar krachtig duidelijk.

Tot slot zijn er een aantal handige hoofdstukken over overeenkomsten, algemene voorwaarden en hoe je het beste een administratie kunt voeren. Aan bod komen bijvoorbeeld zaken als de bankboek-administratie, het opstellen van een factuur, het bijhouden van kasbetalingen en enkele praktische voorbeelden van een BTW-administratie van een musicus. Ook wordt nog even kort gerefereerd aan de werkwijzen van de soms louche impresariaten en artiestenbureau’s die zich met vergunningen en inhoudingsplichtigenverklaringen bezighouden.

Iedere artiest en muzikant die zichzelf, zijn vak of zijn uit de klauwen gelopen hobby serieus neemt doet er zich goed aan dit boekje in de kast te zetten. Waar de voor veel mensen bekendere Muzikantengids ophoudt en meer algemene zaken belicht, biedt Musiconomie soelaas voor geïnteresseerden in de meer serieuze fiscale en juridische aspecten van de muzikant.


Klik hier voor meer boektips

Boektip #2 The Long Tail – Chris Anderson

Bericht geplaatst door Meindert Op November - 19 - 2009

longtail1

Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

Chris Anderson – The Long Tail

Waarom we in de toekomst minder verkopen van meer.

Naast de mainstreamcultuur is er nog een cultuur: de rest. Naast de grote hits van Britney Spears, de blockbusters van Spielberg en de bestsellers van Dan Brown is er oneindig aantal nichemarkten, van elke omvang. Dit is op zich niets nieuws, maar het publiek lijkt tegenwoordig minder ontvankelijk te zijn voor mainstream en meer oog te hebben voor al die verschillende nichemarkten. Daarnaast heeft de enorme opmars van communicatie technologieën en de digitalisering van cultuurobjecten deze nichemarkten inzichtelijk gemaakt voor het grote publiek. Hoofdredacteur van de Wired, Chris Anderson, heeft over deze ontwikkelingen het boek The Long Tail geschreven omdat hij het maar vreemd vond dat deze enorme restcultuur zo lang over het hoofd is gezien.

“De meeste films zijn geen hits, de meeste muziek komt niet in de top honderd en meeste boeken zijn geen bestsellers. …/… De nieuwe nichemarkt vervangt de traditionele markt van hits niet, hij staat alleen voor het eerst in de schijnwerpers. Meer dan een eeuw lang zijn de bestsellers eruit gezeefd om zo dure opslagruimte, schermen, kanalen en aandacht het efficiënts te gebruiken. Nu, in de nieuwe era van netwerkende consumenten met alles digitaal, is die distributie niet langer rendabel omdat internet alle bedrijvigheid absorbeert. Internet is winkel, bioscoop en omroep ineen voor een fractie van de gebruikelijke kosten.”

Aan de hand van de oude bekende economische wet van de 80/20-regel (20 procent van de producten is goed voor 80 procent van de omzet) komt Anderson met voorbeelden van markten waar distributie bijna niks kost en onmiddellijk toegang tot bijna elk stukje content mogelijk is tot de 98%-regel. Doordat dat opslagruimte van bijvoorbeeld al de vage niche liedjes in Apple’s iTunes of al die  onbekende digitale boeken van Amazon praktisch niets kost, is het economisch interessant geworden om ook die nichemarkten te gaan bedienen. Economie beschrijft dan niet meer de wereld van schaarste, maar de wereld van overvloed.

“De amusementsindustrie van de 20ste eeuw ging over hits, die van de 21ste eeuw zal over niches gaan. …/… In [20ste eeuwse] krappe markten wordt van tevoren geschat wat goed zal verkopen. In [online] ruime markten si alles te krijgen en gaat het zijn eigen gang. De markt reguleert het zelf. Het verschil tussen ‘filteren vooraf’ en ‘filteren achteraf’ is het verschil tussen voorspelen en meten. Dit laatste is veel nauwkeuriger. Onlinemarkten zijn efficiënte gereedschappen in het meten van de ‘kennis van velen’. Door de grote hoeveelheid informatie kunnen mensen gemakkelijk goederen vergelijken en anderen laten weten wat ze ervan vinden.”

Een van de belangrijkste punten van deze oneindige en overvloedige onlinemarkten zal het zoeken en van data zijn. Google is hiervan het beste voorbeeld en dit eveneens weet te vertalen naar een lucratief businessmodel: ‘Long Tail’-adverteerders contact laten leggen met ‘Long Tail’-publicisten en daar zelf steeds iets van meesnoepen. Hoe beter de ‘Long Tail’-advertenties op elkaar aansluiten hoe beter de resultaten zullen zijn. Volgens Anderson is de Long Tail overal, in bijna iedere markt. Ga dus snel op zoek en vind die ‘lange staart’, want hij is goud waard!


Klik hier voor meer boektips

Boektip #1 Piracy – Matt Mason

Bericht geplaatst door Meindert Op October - 28 - 2009

piraterij

Regelmatig bespreekt MindNote een boek met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

Matt Mason – Piraterij.

Hoe hackers, punkkapitalisten en graffitimiljonairs onze cultuur remixen en de wereld veranderen.

In Piraterij beschrijft Matt Mason hoe rebelse jeugdbewegingen door de jaren heen naar alternatieven zochten voor de heersende systemen. Hij ziet jeugdculturen als sociale laboratoria die ons goede muziek, lelijke kapsels en nieuwe manieren van aanpak hebben opgeleverd. De huidige nieuwe marktvoorwaarden die ons leven beheersen noemt Mason ‘punkkapitalisme’:

“Een samenleving waar het concept van de remix de structuur van productie en consumptie verandert, waardoor het negentiende-eeuwse auteursrecht dat we gebruiken achterhaald is geworden. Een wereld waarin reclame net even anders werkt dan we gewend waren. Het is een plek waar de open-source-aanpak een rijkdom aan nieuwe publieke goederen, gespecialiseerde markten, kennis en middelen genereert; gratis hulpmiddelen met behulp waarvan de rest van de wereld nieuwe commerciële en non-commerciële ondernemingen kan opzetten. Een plaats waar creativiteit ons meest waardevolle bezit is. Een marktplaats waar dingen waarvoor we altijd moesten betalen gratis zijn en waar voor dingen die gratis waren betaald moet worden. Het is een wereld waar altruïsme net zo machtig is als concurrentie, een wereld die bevolkt wordt door een nieuwe slag sociaal denkende ondernemers, een creatieve verzetsbeweging waarvan de leden hun geld verdienen door evenveel nadruk te leggen op sociaal activisme als op winstbejag.”

Volgens Mason waren het de wortels van de punkrock die bepalend waren voor de filosofie achter het punkkapitalisme en zijn het de zogenaamde ‘piraten’ die de manier waarop we informatie tot ons nemen veranderen. Van radiopiraten tot graffitikunstenaars en van de open-sourcecultuur tot de remix: de verschillende jeugdculturen en hun ideeën hebben zich ontwikkeld tot krachtige, wereldveranderende invloeden. Goederen, ideeën en voorrechten die altijd privé-eigendom waren, lekken nu het publieke domein in en niemand meer enige greep op heeft.

“Piraten zijn vaak de eerste mensen die aanvoelen dat er een andere wind opsteekt. Het antwoord op het piratendilemma is gelegen in verhalen over piraten die wateren gingen bevaren die door de samenleving nog niet in kaart waren gebracht; markten en ruimtes waar de traditionele regels niet van toepassing zijn. De antwoorden zijn te vinden in de geschiedenis van de jeugdcultuur. Al meer dan zestig jaar doen opstandige tieners de dingen anders. Ze werken aan nieuwe manieren om informatie, intellectueel eigendom en de openbare ruimte te delen. Achter een aantal overbekende jeugdstromingen gaan radicale ideeën schuil over hoe we kunnen concurreren, samenwerken en samenleven in een wereld waarin oude opvattingen over hoe we met informatie omgaan simpelweg niet meer houdbaar zijn.”

Mason vindt dat het informatietijdperk in de puberteit zit en last heeft van groeipijntjes. De geschiedenis van de punk met de kenmerkende Do it Yourself filosofie laat ons zien hoe deze nieuwe wereld werkt.

“Punk was een uitbarsting van woede en een reactie op de massacultuur, maar leverde ons ook nieuwe ideeën op over hoe de massacultuur kan worden vervangen door een keer op het individu gerichte, minder gecentraliseerde kijk op de wereld. Punk heeft in muzikaal opzicht in verschillende gedaantes overleefd. Het ging over in new wave, was van invloed op de hiphop, stond aan de basis van de grunge en zaaide het idee dat bands onafhankelijk te werk kunnen gaan.”

Mason voorziet dat in de toekomst losse netwerken en open-source-communities als gelijken om de tafel zitten met zowel overheden als de vrije markt. Punkkapitalisme is een nieuwe vorm van gedecentraliseerde democratie die mogelijk is gemaakt veranderingen in de technologie. Piraterij ziet hij niet zomaar als een nieuw businessmodel, maar als een van de belangrijkste bedrijfsmodellen die we kennen: iets van waarde van de markt halen of nieuwe ruimtes creëren buiten de markt en die weer teruggeven aan de gemeenschap.


Klik hier voor meer boektips
























MindNote RSS nieuwsfeed



Last.fm Profiel pagina


MindNote
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes