MindNote | Muziek, Edutainment & e-Cultuur

Weblog van Meindert Bussink "Digitale Duiding"

Berichten uit de categorie ‘Dossier: Muziekeducatie 2.0’

Marco Kalnenek (labeleigenaar en toetsenist) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op July - 7 - 2010

Marco Kalnenek noemt zichzelf ‘ondernemer in de muziekbranche’. Hij is namelijk niet alleen labeleigenaar van WM recordings, maar beweegt zich met zijn WM digital services op een veel breder vlak met diensten aan musici en muziekconsumenten. Daarnaast speelt hij al sinds zijn negende piano/toetsen en gaf hij tijdens en vlak na zijn conservatoriumtijd piano- en theorielessen. Tegenwoordig geeft hij ook nog workshops voor de Stichting Popsport.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Toen ik naar de eerste klas lagere school ging, stuurden mijn ouders me ook meteen naar de muziekschool om lessen Algemene Muzikale Vorming te volgen. Mijn vader speelde trompet, dus die stap was niet helemaal onlogisch.

Rond mijn negende mocht ik – na eerst al blokfluitlessen te hebben gehad – kiezen op welk instrument ik verder wilde gaan. Het werd de piano en terwijl vriendjes en vriendinnetje om me heen de brui gaven aan hun muzieklessen, bleef ik met veel plezier doorgaan. Na de middelbare school was het conservatorium dan ook een voor de hand liggende keuze. Het werd de lichte muziekafdeling in Maastricht, waar ik na het volgen van een voorbereidend jaar definitief werd aangenomen.

Helaas bleek de stap van de brave klassieke pianolessen naar het nogal chaotische conservatorium erg groot. Bovendien bleek “lichte muziek” voor een pianoleerling in de praktijk neer te komen op “leer spelen in de stijl van Bill Evans”. Popmuziek kwam destijds totaal niet aan de orde.

De combinatie van docenten die lesgeven niet hoog op hun prioriteitenlijst hadden staan en mijn eigen behoefte aan wat betere begeleiding, maakten uiteindelijk dat ik een jaar voor het praktijkexamen ben afgehaakt, overigens wel met de papiertjes voor alle theorievakken (die ik wél met plezier volgde) op zak.

Gelukkig heb ik na wat omzwervingen ontdekt dat er wel degelijk een plekje voor me is in de muziekwereld. Alleen blijkt die plek áchter de schermen te zijn, en dat bevalt uitstekend!

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Het klinkt zweverig, maar volgens mij moet het accent liggen op de liefde voor muziek. Het zelf maken én genieten van muziek, is een ervaring die met geen enkele andere te vergelijken is. Hoe beter je je kunt uitdrukken op je instrument, hoe mooier die ervaring zal zijn, zowel voor jezelf als voor de luisteraar. Dat moet je als docent zien over te brengen.

Uiteraard spelen hierbij verschillende aspecten een rol: zelf iets kunnen verzinnen, geeft naar mijn idee meer voldoening dan het reproduceren van bestaande dingen. Een brede repertoirekennis vind ik ook essentieel: er is meer dan Madonna of – om terug te komen op bovenstaande – Bill Evans. Volgens mij zit de gemiddelde muziekschooldocent nog teveel vast aan de standaardmethode’s waarin hij of zij zelf ook les heeft gehad.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Bij het instrumentale muziekonderwijs zullen nieuwe media een steeds grotere rol spelen: docent en leerling hoeven in principe niet meer fysiek bij elkaar te komen. Er zijn al online cursussen waarbij leerlingen video-opnames kunnen insturen, die vervolgens door een docent – ook weer in de vorm van een video – van commentaar en tips worden voorzien. Dit zal naar mijn idee geen 100% procent vervanging worden van de leraar die snel even een greep voordoet of je houding corrigeert, maar ondernemende leerlingen kunnen hiermee al een heel eind komen. Denk daarnaast bijvoorbeeld ook aan software om je gehoor te trainen (herkennen van intervallen e.d.).

Dit soort tools maken het steeds eenvoudiger om vaardigheden te trainen en verder te ontwikkelen, al zal de ondersteuning van een ervaren docent altijd een meerwaarde zijn naar mijn idee.

Sinds vorig jaar geef ik workshops voor de Stichting Popsport, waarin ik beginnende bandjes op weg help met het opbouwen van hun eigen “scene”, hun eigen publiek. Daarbij komen de mogelijkheden van promotie via internet uiteraard ruimschoots aan bod. Ook hier geldt dat er meer mogelijkheden zijn dan ooit tevoren, maar dus ook dat er meer dan ooit afgewogen moet worden welke tools ingezet worden – en waar en wanneer… -  en welke niet.

De mogelijkheden zijn nu al enorm, maar zoals gezegd: de ondersteuning van een docent of ervaringsdeskundige zal altijd iets blijven toevoegen, al is het maar een rol als “filter” om de juiste info te vinden of een leerling te wijzen op die éne gave blues-opname uit 1934.

Eerder in deze serie:
Niels Aalberts (EHPO) over muziekeducatie
Martijn Crama (Music United) over muziekeducatie
Peter Visser (Bettie Serveert) over muziekeducatie
Bas Verweij (Interaction Designer & Charing X) over muziekeducatie
Jelle Paulusma (Paulusma en ex-Daryll-Ann) over muziekeducatie
Lourens van Haaften (People You Know, ex-Van Katoen) over muziekeducatie
Danny La Haye (Giovanca) over muziekeducatie
Evert Zeevalkink (professioneel gitarist) over muziekeducatie
Eelco Topper (o.a. Knobsticker/Kyteman/Giovanca) over muziekeducatie
Jelmer Gussinklo (3FM) over muziekeducatie
Vedran Mircetic (De Staat) over Muziekeducatie

Die discussie over geschoolde vs ongeschoolde muzikanten…

Bericht geplaatst door Meindert Op June - 30 - 2010

In het dossier Over Muziekeducatie 2.0 vraag ik bekende muzikanten, dj’s, managers en labeleigenaren naar hun visie op muziekeducatie en welke rol nieuwe media daarbij kunnen spelen. Naar aanleiding van een Tweet-wisseling met Erik Zwennes (3VOOR12NL) en Eelco Topper (Knobsticker, Kyteman, Giovanca) en mij van maart dit jaar (zie onderstaande Slideshare) en meer recent tussen Niels Aalberts (EHPO) en Frank Jansen (@muziekantje), wil ik zelf ook nog even wat uitgebreider stilstaan bij de discussie over geschoolde en ongeschoolde muzikanten.

Er wordt mijns inziens vaak te beperkt gediscussieerd over dit onderwerp en veel mensen gaan voorbij aan enkele essentiële perspectieven die ik hierbij van erg belang acht. In deze blogpost beschreef ik al uitbreid welke perspectieven je op muziek kunt hebben. Dergelijke perspectieven zijn vervolgens essentieel om de intentie te begrijpen van bijvoorbeeld (1) de muzikant (2) de luisteraar (3) de recensent en (4) ‘de industrie’. Doordat het perspectief op muziek nogal eens verschilt, botsen deze vier partijen geregeld over de intentie van de muziek.

Ook is het belangrijk je af te vragen wie er nu voor wie is? Schrijft de muzikant zijn nummers voor zichzelf als een manier van zelfexpressie? Heeft de componist bij het schrijven van een nummer de luisteraar of recensent in zijn gedachten of misschien wil hij of zij wel aan de wensen van de platenmaatschappij tegemoet komen? Hierover zijn geen waardeoordelen te vellen, dit zijn persoonlijk keuzes die te maken hebben met iemands perspectief op muziek. Wie staat er vervolgens bovenaan deze hiërarchie en hoe ‘zuiver’ is de discussie dan nog als iedereen een verschillend perspectief op muziek heeft? Appels, peren…

Neem een band als Dream Theater. Als geschoolde muzikanten halen zij er plezier uit gecompliceerde stukken te schrijven en hun fans genieten op hun beurt van deze vingeroefening. Sterker nog, zij verwachten dergelijke stukken zelfs. Een ander voorbeeld is Neil Young. In ongeveer dezelfde bewoordingen als Lucky Fonz III het tegenwoordig verkondigt, wist Neil Young destijds Michael Jackson – die vond dat hij niet kon zingen – uit te leggen dat het publiek juist van hem houdt  omdat hij ‘vals’ zingt. Ook Young’s gitaarsolo’s zullen menig Dream Theater fan niet bekoren.

Ergo, wanneer recensenten of andere muziekkenners een broertje dood hebben aan bepaalde technische of juist niet technische muziek, creatieve of commerciële muziek, smaakvolle of smaakloze muziek, dan is dat wat mij betreft ondergeschikt aan het perspectief op de muziek en de intentie van de zowel de muzikant als de luisteraar. Als die twee het namelijk samen met elkaar eens zijn, wat is dan nog de waarde van het oordeel van andere partijen? ‘Als een soort gids of curator optreden voor nieuwe fans’, hoor ik je denken en dat is inderdaad een goed punt. Als het daar dan ook bij blijft en er verder geen waardeoordelen bijkomen, ben ik helemaal tevreden. :)

Niels Aalberts (EHPO) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op June - 23 - 2010

Niels Aalberts is blogger, freelance marketeer en (artist- & repertoire-) manager. Hij zal zo zelf uitleggen wat hij allemaal doet en deed, maar de meeste mensen zullen hem waarschijnlijk kennen als EHPO (Eerste Hulp Bij Plaatopnamen). Hiermee won hij vorig jaar een Dutch Bloggie in de categorie muziek.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Geen. Ik heb na het VWO en een blauwe maandag Sociale Wetenschappen aan de universiteit de HEAO Communicatie afgerond in 1994. Vrijwel aansluitend ben ik als perspromotor begonnen bij Arcade, daarna achtereenvolgens product- en A&R-manager bij Play It Again Sam (PIAS, 1995-2000) en A&R-manager bij Universal Music (2000-2003). Sinds 2003 werk ik vnl. als zelfstandige/freelancer, eerst als A&R in opdracht van diverse platenmaatschappijen, later als marketeer en manager. Van 2007 – 2010 was ik de manager van Colin Benders (Kyteman) en marketeer van zijn Hiphop Orkest. Daarover, en over heel veel andere zaken m.b.t. marketing, promotie, sales, management, internet en social media schrijf ik dagelijks op mijn blog.

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Altijd op gevoel, overtuiging, geloofwaardigheid en urgentie. De muziek die je maakt MOEST er komen, het kon niet anders. Als dat ontbreekt, ontbreekt ook de noodzaak voor luisteraars om te luisteren. En als dat niet voelbaar is in je muziek (I’m talking to you, Martin Buitenhuis!), hoor ik iemand de maandelijkse aflossing van z’n hypotheek bij elkaar zingen of spelen. Ga dan wat anders doen, en snel.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Tja, dat moge blijken uit het feit dat ik dagelijks blog over nieuwe en uitgebreide mogelijkheden en kansen met muziek op/via internet. De ondertitel van mijn blog luidt: “Hoe je als muzikant in een razendsnel veranderende muziekindustrie je eigen boontjes dopt”. Dat zegt genoeg. Door internet zijn er voor getalenteerde, ambitieuze, hardwerkende muzikanten talloze mogelijkheden bij gekomen om zich te profileren, een fanbase te vinden en dus van hun liefde hun beroep te maken. Dat is fantastisch nieuws.

Eerder in deze serie:

Martijn Crama (Music United) over muziekeducatie
Peter Visser (Bettie Serveert) over muziekeducatie
Bas Verweij (Interaction Designer & Charing X) over muziekeducatie
Jelle Paulusma (Paulusma en ex-Daryll-Ann) over muziekeducatie
Lourens van Haaften (People You Know, ex-Van Katoen) over muziekeducatie
Danny La Haye (Giovanca) over muziekeducatie
Evert Zeevalkink (professioneel gitarist) over muziekeducatie
Eelco Topper (o.a. Knobsticker/Kyteman/Giovanca) over muziekeducatie
Jelmer Gussinklo (3FM) over muziekeducatie
Vedran Mircetic (De Staat) over Muziekeducatie

Martijn Crama (Music United) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op March - 23 - 2010

Martijn Crama (1983) is met zijn eigen bedrijf Music United artiestenmanager en coach (o.a. Florian Wolff, With Ice en Ruby Q). Daarnaast zet hij zich in voor het vooruitstrevende muziekplatform Lopend Vuur. Hij geeft geen muziekles, maar wel les in en advies over de randzaken in de muziek. Op amateur niveau speelde hij 13 jaar lang saxofoon, 10 jaar piano en gitaar 8 jaar.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Eerder werd ik nog wel eens aangespoord om naar het conservatorium te gaan, maar uiteindelijk heb geen instrument als hoofdvak gestudeerd. Ik heb Music Management gestudeerd en een internationale master in Music Management behaald. Deze studie richt zich volledig op alle belangrijke (rand)zaken van het muziek maken.

Het fijne van deze opleiding aan de HKU was de kleine, gezellige groep mensen waar je mee werkte. De grote meerwaarde van de opleiding lag in de praktijkgerichtheid. Mensen van buiten (praktijk) werden naar binnen gehaald om te vertellen hoe het er in de muziekindustrie aan toe gaat.

Bert van de Kamp (popgeschiedenis) was jarenlang een gerenommeerd journalist en heeft ons heel veel bij gebracht over de geschiedenis van popmuziek. Je kon een speld horen vallen tijdens zijn colleges. Tijd werd veel te snel geschiedenis. Ook Niels Aalberts (hoofddocent) heeft een grote rol gespeeld in het plezier van de opleiding. Zijn netwerk en kennis(sen) zorgden er in mijn geval voor dat ik -en volgens mij lieg ik niet- nooit een les heb overgeslagen.

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Of je nou basdocent of marketeer bij de Rockacademie bent, het accent op een persoonlijke benadering vind ik erg belangrijk. Ook al zijn er algemene richtlijnen die belangrijk zijn voor iemands muzikale bagage, het blijft voor iedereen verschillend om er een meerwaarde uit te behalen.

De leraar wordt in mijn optiek ook steeds minder een lopende encyclopedie, maar eerder een slimme informatie-analist die precies weet waar je bepaalde informatie kan vinden en voor wie dit nuttig kan zijn. In de huidige zap- en flitscultuur is het de leraar die voor diepgang kan zorgen.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Ik vertel niets nieuws door op te merken dat informatie steeds toegankelijker wordt en vluchtiger wordt geconsumeerd dan voorheen. In de brei van ‘keywords’, ‘wikis’, ‘tweets’ en ‘blogs’ is het lastig iets kwalitatiefs te destilleren dat mij als student helpt in mijn ontwikkeling.

Door nieuwe media kan, of zal, het ervaren van muziekeducatie een stuk leuker worden. Een zwart/wit gedrukte syllabus is, naast dat het niet duurzaam is, ook nog is heel erg saai. Kijk bijvoorbeeld hoe onze ouders leerden voor een auto-theorie-examen, en hoe wij dat nu doen met mooi vormgegeven animaties en filmpjes op een iPhone of website.

Spelenderwijs leren is leuk. Maar volgens mij zit er ook een downside aan nieuwe media als educatief middel. Stampen van informatie is niet meer nodig omdat de hoofd-database zich langzaam verplaatst naar internet. Stel je voor dat door een (terroristische) actie/virus het gehele internet besmet en onbruikbaar raakt. Zeer hypothetisch, maar toch. Dat zou dan betekenen dat door de afhankelijkheid van bites en bytes we nauwelijks nog iets kunnen reproduceren.

Misschien worden mens en student wel dommer en te afhankelijk van nieuwe media?

Eerder in deze serie:

Peter Visser (Bettie Serveert) over muziekeducatie
Bas Verweij (Interaction Designer & Charing X) over muziekeducatie
Jelle Paulusma (Paulusma en ex-Daryll-Ann) over muziekeducatie
Lourens van Haaften (People You Know, ex-Van Katoen) over muziekeducatie
Danny La Haye (Giovanca) over muziekeducatie
Evert Zeevalkink (professioneel gitarist) over muziekeducatie
Eelco Topper (o.a. Knobsticker/Kyteman/Giovanca) over muziekeducatie
Jelmer Gussinklo (3FM) over muziekeducatie
Vedran Mircetic (De Staat) over Muziekeducatie

Peter Visser (Bettie Serveert) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op March - 2 - 2010

Peter Visser speelt al 28 jaar gitaar en heeft zelf nooit gitaarles gehad. Met De Artsen speelde hij in de jaren tachtig door het hele land en de afgelopen twintig jaar met Bettie Serveert ook door Europa, Japan, Canada en de VS. Zelf geeft Visser geen gitaarles en bekent dat: “Het zou beter zijn als ikzelf les zou krijgen!”

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Geen. Wel heb ik vanaf heel jong in m’n kamertje zitten pielen en later met heel veel met bandjes in de oefenkelder gezeten.

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Volgens mij moet iedere muzikant 100% zichzelf kunnen zijn en zijn of haar eigen ding doen. Autonomie is vind ik heel belangrijk, om je eigen stijl te krijgen, zodat je niet je hele carrière vult met andermans trucjes. Er zijn al te veel bands die op andere bands lijken.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Wat ik op internet gezien heb is dat als je de titel van een liedje van bijv. AC/DC intikt op YouTube en daar dan “Lesson” achter zet, je ineens heel veel van die gastjes ziet die, meestal met een hele lelijke gitaar, het nummer voorspelen. Vind je dat niet leuk, dan zet je gewoon je computer uit!

Bas Verweij (Interaction Designer & Charing X) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op February - 23 - 2010

Bas Verweij is interaction designer en freelance conceptueel ontwerper op het gebied van kunst, media en technologie. Hij speelt al 20 jaar gitaar, waarvan 15  jaar elektrisch. Eind jaren negentig maakte hij deel uit van de succesvolle studentenband Charing X waarmee hij in een aantal van de mooiste zalen van Nederland speelde.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Van mijn achtste tot mijn elfde jaar had ik les op de Spaanse of klassieke gitaar. Dat was in den beginne leuk, maar werd al snel saai. Het sprak mij niet meer tot de verbeelding.

Van mijn vijftiende tot mijn achttiende had ik les op de elektrisch gitaar bij een privé docent waarbij de focus lag op het luisteren met je oren en improviseren. Niks tabs, niks noten! Gewoon luisteren, desnoods op halve snelheid om er achter te komen wat er precies gebeurt.

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Alles begint bij het gehoor, als je niet hoort wat je doet, kun je niet voelen, niet samen spelen, niet performen… Zelfs air-guitar spelen is onmogelijk als je niet luistert! Goed luisteren is goed ‘openen’ en als je open bent, komt gevoel en samenspel vanzelf.

Performance is een ondergeschoven kindje, maar zeer belangrijk. Door alleen op de intentie te letten, door je lichaam in de strijd te gooien, bundel je al die energie en intentie, die je vervolgens naar je gitaar, je vingers, je gedachten, je gevoel kan sturen. Dit kan heel geforceerd door een ventilator voor je te plaatsen en een cape aan te trekken (Vai-style), of heel subtiel door helemaal in de sfeer te gaan hangen. Door je ogen te sluiten en je gitaar te vergeten en gewoon te schilderen (Gilmour, Greenwoud etc).

Je kunt zelfs een halve toon te hoog of te laag spelen, of te proberen vanuit zo min mogelijk structuur te spelen. Je kunt er echt mee wegkomen doordat je het vanuit je tenen laat komen. Door stoïcijns en onverstoord door te spelen, blijft alleen de intentie over en dat is een van de krachtigste dingen. Adrian Belew is een goed voorbeeld van iemand die hier koning in is.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Bomen, bos, niet meer zien… Het is een gevaar dat op de loer ligt. Persoonlijk geloof ik heel sterk in het belang van een leraar die je op weg helpt. Voor sommigen is 3 maanden ‘genoeg’ om alleen verder te gaan, sommigen houden het 10 jaar vol. Een leraar inspireert, schopt je in een bepaalde richting. De docent kiest een vorm, het ligt aan de leerling of het werkt of niet. Er moet een soort magie zijn tussen docent, leerling en methode. Er is geen absolute waarheid of één juiste richting…

Zelf ben ik optimistisch over bijvoorbeeld Guitar Hero. Als je het speelt, zit je midden in de muziek. Het forceert je om te luisteren. Het is niet zaligmakend, deze structuur moet ook zeker losgelaten worden, maar voor het oefenen van techniek is er geen betere methode, binnen een dergelijk spel voelt het alsof het vanzelf gaat. Er is geen moeten van de baas, alleen maar spelen en willen winnen vanuit jezelf.

Jelle Paulusma (Paulusma en ex-Daryll-Ann) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op February - 5 - 2010

Jelle Paulusma is muzikant, componist en producer en speelde de afgelopen 25 jaar voornamelijk gitaar. Paulusma is de voormalig zanger van Daryll-Ann en op de vraag hoe hij zelf lesgeeft antwoordt hij scherp “Het is maar hoe je het bekijkt”.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Op de middelbare school heb ik me door de blokfluit en het glockenspiel heen gebluft en hing ik elke dinsdagmiddag in de schooldiscotheek met m’n vrienden. Plaatjes lenen. Bandje begonnen. Een drumstel maakten we van zo’n grote OMO wastrommel, potten, pannen en deksels. Een National 10-watter voor de gitaar en de zang en de bas ging via het cassettedeck door de stereo installatie. Vervolgens heel veel covers spelen. The Ramones, The Jam, The Police, The Stranglers, The Cure, Ivy Green, Joe Jackson. Later Neil Young, REM, VU, The Byrds, Hüsker Dü….

Op woensdagen aan de radio gekluisterd. Stoffer & Bentz. Muziekeducatie via de ether: Heartlands, Gonzo Radio. En ook Spleen, Rauhfaser, Betonuur. Radioprogramma’s over muziek met een inkijk in de achtergrond. Kom daar nog maar eens om. Gitaar leren spelen van Neil Young, leren zingen met m’n vrienden, tips van Henk Jonkers, ervaringen uitwisselen, kijken en luisteren….wat kan ik zeggen.

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Op de faciliteiten. Alles wat je nodig hebt, is een donker hol om te kunnen repeteren. Klooien, experimenteren, covers spelen….heel veel covers. En dan onbevangen erin met z’n allen. Geloof in eigen kunnen, inzicht in je eigen beperkingen. Passie. Je eigen weg vinden. Als je geluk hebt, zit er in 1 van je vrienden een songschrijver. Misschien wel in allemaal. De noodzaak om nummers te willen schrijven, is niet aan te leren. Die voel je of niet. Daar groei je in of niet. Tis dus een beetje geluk hebben, talent, maar vooral drive. Al met al ligt aan de basis: De wil om samen met je medemuzikanten de uitdaging aan te gaan om, spreekwoordelijk, het wiel opnieuw uit te vinden. De rest is bijzaak of van later zorg.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Nou….je hoeft niet meer op de fiets naar de muziekbibliotheek om platen te lenen. Je hoeft ook niet meer naar de winkel om een Beatlesboek met akkoorden te kopen. Staat allemaal online. En als je er echt niet meer uitkomt, een beetje googlen en mailen met je favoriete muzikant.

Lourens van Haaften (People You Know, ex-Van Katoen) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 30 - 2010

Lourens van Haaften (1980) speelt nu bijna 20 jaar gitaar en geeft zo’n 10 jaar les. De meesten kennen hem wellicht van zijn periode bij de Nederlandstalige nu-metal formatie Van Katoen. Daarnaast houdt hij zich onder andere bezig met de dromerige muziek van People You Know; voorheen Sneakerfreak. Ook produceert hij een album met de Indiase zanger, Raj Mohan die later dit jaar uit zal komen in Nederland en/of India. In 2004 stuurde hij af aan het Conservatorium van Utrecht.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Toen ik 8 jaar oud was ben ik begonnen met klassiek gitaarspelen. Toen mijn vingers zich niet meer als bosjes wortelen gedroegen, ben ik snel overgestapt naar elektrisch. Ik heb daarna een aantal docenten versleten voor ik gitaar ging studeren bij het Conservatorium in Utrecht. Met deze opleiding kreeg ik al snel een haat liefde verhouding. Ik was erg druk met het spelen buiten de school en met de stijlen pop en rock, maar het conservatorium is toch echt een jazz opleiding dat is gericht op improvisatie. Het was heel goed dat de school mij dwong om me te ontwikkelen op andere vlakken, maar soms werd de sfeer wel wat grimmig. Ik vond het lastig dingen aan te nemen van mensen die nog nooit van Radiohead hadden gehoord. Uiteindelijk ben ik blij dat ik de opleiding heb afgerond, ik ben er muzikaal wel een stuk flexibeler van geworden.

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Hierin ben ik denk ik vrij conservatief. Educatie moet gericht zijn op theorie en techniek, want veel andere dingen leer je makkelijker buiten een lesverband. Ik vind wel dat de nadruk bij muziekopleidingen meer kan liggen op de vlakken waar leerlingen goed in zijn. Docenten hebben vaak de neiging in te zoomen op de zwakke plekken, omdat ze een bepaald minimum niveau willen afleveren. De gedachte is; een leerling is zo sterk als zijn zwakste schakel. Maar dit geeft ook een soort middelmaat. Iemand die slecht is in improvisatie, maar een goede timing heeft kan misschien wel een fantastische slaggitarist worden in plaats van een matige sologitarist.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPods, gsm) in de muziekeducatie kunnen vervullen?

In de lessen die ik geef merk ik welke mogelijkheden nieuwe media geven. Vroeger moesten we klooien met cassettebandjes, terwijl nu alle muziek in een paar minuten de hele wereld overvliegt. Internet staat vol met redelijk goede informatie over muziek (tablatuur). Daarnaast ontdekken leerlingen volgens mij nu ook veel makkelijker nieuwe muziek. Uiteindelijk is muziek leren maken wel een proces waar je veel geduld en doorzettingsvermogen voor nodig hebt. Laatst vroeg een leerling aan mij of hij ook beter zou worden wanneer hij veel Guitar Hero zou spelen. Nou, dat lijkt me niet, maar ook dat is een eigenschap van nieuwe media ben ik bang.

Danny La Haye (Giovanca) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 22 - 2010

Danny La Haye speelt al een jaar of vijftien basgitaar en geeft sinds een jaar of vier zelf les. Hij studeerde zowel aan het conservatorium van Rotterdam als aan die van Utrecht. Momenteel is hij onder andere werkzaam als bassist bij Giovanca en de Mad Monkeys.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Haha, dat is een gevoelig punt! Ik heb twee conservatorium studies – in Rotterdam (wereldmuziek) en Utrecht (lichte muziek) – niet afgerond. Genoten? Ik heb er ontzettend veel geleerd. Helaas door langdurige ziekte, maar vooral door luiheid en gebrek aan doorzettingsvermogen, heb ik de studies niet afgemaakt. Ik had veel meer kunnen leren. Hoewel ik toch moet zeggen dat ik het conservatorium als instituut af en toe ruim te kort vind schieten (met alle respect voor de docenten die vaak hun best deden om de situatie goed te houden voor de studenten door bijvoorbeeld in hun vrije tijd les te geven om zo het belachelijk lage aantal lesuren te compenseren). Maar zoals gezegd, zo’n luilak als ik mag als hij hetzelfde gedrag vertoont daar eigenlijk niet te hard over oordelen :-) .

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Bij beginners vooral op het plezier en het beheersen van het instrument gemengd met theorie. Het bijbrengen van theorie verloopt wat mij betreft het beste door  middel van praktische oefeningen in plaats van boekenwerk. Voor gevorderden is plezier ook belangrijk. Daarnaast is begrip van materie en onderlinge communicatie cruciaal en natuurlijk gevoel en gehoor. Het liefst van alles evenveel! Plezier staat wat mij betreft bij alle educatie met stip op nummer één. Zonder lol lijkt het me dat kennis beduidend minder effectief, of zelfs niet, wordt opgeslagen. Laat staan adaptief gebruikt wordt.

Nu vergeet ik nog de sociale functie van muziekles te vermelden. In het bijzonder de rol van de docent die vaak ook als sociaal werker aan het werk is. Dat mag nooit onderschat of vergeten worden. Ook vind ik het vreselijk belangrijk dat er een gelijkwaardige situatie in het leslokaal is, op alle vlakken. Er moet gelachen kunnen worden in de les….. plezier plezier plezier!! Maar dat geldt uiteraard voor iedereen, waar dan ook!

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPods, gsm) in de muziekeducatie kan vervullen?

Wanneer mijn leerlingen een liedje willen leren spelen, zijn zij eerder geneigd om YouTube te raadplegen dan het raadplegen van een boek.  Deze zijn vaak zo oud,  dat ten eerste de prijs nog in guldens weergegeven is en ten tweede, wanneer je vragen hebt, eerst het telefoon nummer nog omgenummerd moet worden! Er is gewoon een schifting van analoog naar digitaal naslagwerk.

Eerder in de serie:

Evert Zeevalkink (professioneel gitarist) over muziekeducatie

Eelco Topper (o.a. Knobsticker/Kyteman/Giovanca) over muziekeducatie

Jelmer Gussinklo (3FM) over muziekeducatie

Vedran Mircetic (De Staat) over Muziekeducatie

Evert Zeevalkink (professioneel gitarist) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 16 - 2010

Evert Zeevalkink is professioneel gitarist en onder andere betrokken bijRenee van BavelphinxEONThree AlityDaniel Roos en Mamma Mia de musical. In 2005 studeerde hij cumlaude af aan het conservatorium in Utrecht waar hij les kreeg van Marcel Karreman en Eef Albers. Hij speelt een jaar of 15 gitaar en geeft zelf een enkele keer een uurtje les.
Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)
Toen ik net begon had ik 2 jaar individueel gitaarles aan de hand van methodes en een enkel los nummer. Verder was er een enkele keer de kans om met een nummer aan te komen wat ik wilde spelen en dan gingen we daar mee aan de slag. Een aardig begin maar al snel niet erg inspirerend meer.
Ter voorbereiding op het toelatingsexamen van het conservatorium had ik een maand of drie les in het spelen van jazzmuziek. De les bestond uit het spelen van een simpele jazzstandard en het analyseren ervan. Pittige lessen, maar op dat moment een goede manier om de problemen waar ik voor stond aan te pakken. Ook best inspirerend, vooral omdat ik les kreeg van iemand die geloofwaardig was omdat hij de problemen waar ik mee worstelde zelf met succes had getackeld.
Tijdens de vier jaar op het conservatorium volgde ik een uitgebreid lesprogramma waar vrijwel alle aspecten van het muziek maken en het muzikant zijn in voorkwamen. Gemiddeld had ik een uur of 10 per week verplichte activiteiten voor de opleiding en deed daarnaast vele uren zelfstudie. In het kort: overweldigend, de diepte in, een grote ontwikkeling als speler, als “professional” en als mens. Veel ervaring opgedaan. De jaren na de opleiding heb ik nodig gehad om mijn eigen weg te vinden.
Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?
Dit hangt erg af van het persoonlijke doel van degene die les neemt. Een overkoepelend doel zou kunnen zijn het streven naar de situatie dat iemand zo snel mogelijk met plezier muziek kan maken op een manier die hem of haar aanspreekt. In veel gevallen is het met enig succes kunnen samenspelen met anderen een mooi doel en een goede manier om plezier te hebben aan het spelen. Het accent kan in de lessen dan liggen op dat wat er nodig is om dat doel te bereiken; de concrete invulling moet worden afgestemd op de vaardigheden en hiaten die iemand heeft. Meestal komen met de tijd alle aspecten van muziek (techniek, theorie, gehoor etc..) dan wel aan bod. Het hangt van de persoon af waar de nadruk op moet komen te liggen. De een speelt beter als hij dingen in een theoretisch kader kan plaatsen, de ander speelt het makkelijkst door zich op het gehoor te concentreren.
Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?
De verschillende nieuwe media, met name internet, herbergen een schat aan bruikbare informatie. Op Youtube zijn live-versies van je favoriete nummers te vinden, instructievideo’s en zelfs complete lesprogramma’s. In combinatie met de begeleiding en het enthousiasme van een goede (bij voorkeur fysiek aanwezige) docent, zijn alle middelen die je nodig hebt om gemakkelijk een instrument te leren bespelen voorhanden.

Eelco Topper (o.a. Knobsticker/Kyteman/Giovanca) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 12 - 2010

Eelco Topper is al tien jaar toetsenist en sinds een aantal jaren ook producer. De afgelopen jaren deed hij dit voor onder andere Giovanca, Kyteman’s Hiphop Orchestra, Benny Sings, Wouter Hamel, Nobody Beats the Drum, RijmTijd (zijn eigen hiphoplivesession @ SJU Utrecht). Hij geeft inmiddels 5 jaar les in muziekproductie op het conservatorium (gemiddeld 6u per week) en sinds een half jaar ook groepslessen piano aan MBO-muziekstudenten.

Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Tot mijn twaalfde heb ik slagwerk-les gehad in groepen en duo’s. Daarna voornamelijk privéles; eerst drums en toen piano. Eerst op een ‘alternatieve’ muziekschool, daarna op ‘t conservatorium te Utrecht. Wat betreft deze individuele ‘hoofdvakgerichte’ lessen heb ik met name van mijn pianodocent tussen mijn 16de en 18de veel geleerd. Daar heb ik dus ook van genoten :) .

De individuele pianolessen op het conservatorium waren lastig voor mij. Het eerste jaar was ik bijzonder onder de indruk van wat er allemaal te leren viel en van de capaciteiten van mijn docent. In de jaren daarna merkte ik steeds meer hoe de lessen niet gericht waren op mij, maar op de traditie van het pianospelen. Waarschijnlijk zat ik er gewoon verkeerd, want daarvoor kwam ik eigenlijk niet. Ik wilde graag een leuke muzikant worden en niet persé pianist in de traditie en volgens de regels van conservatieve docenten. Op een gegeven moment ging het ‘genieten’ van de lessen dus een beetje aan mij voorbij. Gelukkig het genieten van muziek niet..

Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Ik denk dat muziekeducatie zich niet hoeft te richten op een bepaald onderwerp. Natuurlijk zijn alle muziek-theoretische hulpmiddelen zeer handig en is gehoortraining ontzettend bruikbaar, maar wat mij betreft moet het accent niet op één onderdeel liggen. De aandacht moet volgens mij naar het individu gaan, aan degene die les krijgt. Muziek gaat over leven en mensen, niet over regels. Elke muziekstudent heeft weer een andere benadering en een ander pakket nodig. Je moet er altijd voor waken dat iemand dat vuurtje waar het mee begonnen is brandend weet te houden. Het lijkt mij het mooiste iemand te helpen daar te komen waar hij/zij wil zijn. Dat iedere persoon een mooie muzikale persoonlijkheid kan ontwikkelen, die hem/haar tevreden stelt. Nog mooier is het wanneer anderen er ook blij van worden, maar hier gaat het in eerste instantie niet om. Dit is natuurlijk hartstikke moeilijk en omdat ik in groepen lesgeef (moet helaas wel) vind ik het ook ontzettend lastig om dit toe te passen. Dit is wel wat ik nastreef.

Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPods, gsm) in de muziekeducatie kan vervullen?

Er is natuurlijk heel veel muziek en informatie direct verkrijgbaar of downloadbaar. Dat kan helpen bij het muziekonderwijs, de muziekkennis en de liefde in het algemeen. De deelfactor is daardoor heel hoog. Jongeren kennen tegenwoordig ook heel veel (vaak ook onbekende) muziek. Aan de andere kant merk ik wel dat jonge studenten bijvoorbeeld foto’s nemen van de huiswerkopdracht die ik ze geef en die vervolgens ergens diep in het iPhone archief verdwijnt. Of ze spelen een bepaald nummer dat ze aan de hand van Youtube-videos hebben ingestudeerd, terwijl ze geen idee hebben wat ze doen. Daarmee bereik je soms het tegenovergestelde, alhoewel ik ook regelmatig denk dat dit wel weer zijn eigen voordelen heeft. Ik ben heel benieuwd naar de toekomst en schuw de nieuwe ontwikkelingen niet. Ze veranderen gewoon de manier waarop jongeren nu in aanraking komen met muziekeducatie, hun instrument, het maken van beats etc. Ik denk uiteindelijk dat wanneer iemand er echt iets mee wil, het niet zoveel uitmaakt op welke manier hij/zij in aanraking komt met de informatie die hen verder kan helpen.

Jelmer Gussinklo (3FM) over muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 10 - 2010

Jelmer Gussinklo is geluidstechnicus, sidekick, producer en beroepsouwehoer bij het radioprogramma Stenders Eetvermaak. Wat velen wellicht niet weten is dat hij daarnaast al ruim twintig jaar drumt en op zijn minst twintig keer per jaar Jump van Van Halen op zijn keybord speelt. Hoe kijkt hij aan tegen muziekeducatie en de mogelijkheden die nieuwe media tegenwoordig bieden?
Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Ik ben op de muziekschool begonnen met trommelles en kreeg later drumles met melodisch slagwerk. Ik heb toen de HAFABRA examens A, B, C en D afgelegd. Aan het begin had ik één maal per week les en later 2 maal in de week. Dit heb ik volgehouden tot mijn 17e en begon toen ook te drummen in een hobby deathmetal band.
Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

In eerste instantie op de theorie en de beheersing van het instrument. Gevoel wordt (volgens mij) vaak onderschat en performance ontstaat eigenlijk vanzelf wanneer het zelfvertrouwen groeit na voldoende oefening.
Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

Theorie en praktijk kunnen makkelijker interactief worden gecombineerd. Zo wordt er Steeds vaker direct uitleg gegeven bij de handelingen die verricht moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan de touchscreens waarmee piano/gitaar/drums gesimuleerd kunnen worden. Ook is de leerstof leuker en speelser geworden, maar jammer genoeg winnen games als Guitar Hero het nog van het échte werk! Het wachten is op een échte gitaar die gekoppeld kan worden aan je spelconsole!
[Dit wordt overigens momenteel al ontwikkeld door GameTank onder de naam ‘Guitar Rising’]

Vedran Mircetic (De Staat) over Muziekeducatie

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 6 - 2010

Vedran Mircetic – gitarist van De Staat – speelt al een jaar of 18 gitaar en geeft zelf 4 uur per week les.
Welke muziekeducatie heb je zelf genoten? (en heb je ervan genoten?)

Eerst klassiek gitaar. Dat was in het begin leuk, maar later werd het studeren saai en wou ik meer de blues/rock kant op. Daar waren toen geen mogelijkheden voor. Later volgde ik twee jaar de Rock Academie. Dat was lang leuk, maar daarna botste het met mijn ontwikkeling of hoe ik die voor me zag.
[In een interview met John Denekamp in De Gitarist van augustus 2009, vertelt Vedran dat het vele oefenen vroeger hem soms ging tegenstaan. Hij bedacht soms trucs om er onderuit te komen: “Ik speelde een cassettebandje vol en draaide dat hard af als ik op mijn kamer zat. Zo leek het alsof ik oefende terwijl ik stripboeken aan het lezen was. Mijn vader zei altijd: nu vind je er geen zak aan, maar later zul je me dankbaar zijn! En ik moet zeggen dat hij gelijk heeft gekregen.”]
Waar moet volgens jou het accent op liggen bij muziekeducatie?

Met gevoel en theorie komt alles samen, daar horen performance, gehoor en samenspel ook bij. Je moet je gevoel kunnen uiten en daar help theorie heel erg bij. Niet noodzakelijk, wel verrekte handig.
Welke rol denk je dat nieuwe media (internet, iPod, gsm, games) kunnen vervullen bij muziekeducatie?

De mogelijkheden zijn tegenwoordig enorm en dat is een voordeel. Je kunt nu heel makkelijk akkoorden, tabs en dergelijke ergens opzoeken zodat je ‘t meteen goed leert. Backingtracks, leadsheets en stukken voor een complete band staan uitgeschreven op internet. YouTube staat vol met lessen en nummers waar je precies kunt zien wat er gespeeld wordt. Daar schuilt ook een nadeel in, want je hebt daar andere mensen voor nodig: een leraar en bandleden. Mensen leren heel erg goed iets naspelen, maar gebruiken daarvoor niet hun oren. Ze spelen niet met andere mensen samen en dat blijkt later dus ook tegen te vallen. Muziek maken is het doel en er zijn een aantal middelen om dat doel te bereiken. Nieuwe media kunnen hele belangrijke middelen bevatten, maar waar je voor moet uitkijken is dat het niet het enige middel wordt.

Gitaarles 2.0. Over Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie (MA-scriptie)

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 6 - 2010


Ter inleiding van dit dossier over ‘Muziekeducatie’, begin ik de serie met de inleiding en de conclusies van mijn scriptie ‘Gitaarles 2.0. Over Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie’. Deze schreef ik in 2009 bij de Universiteit Utrecht voor de master Nieuwe Media en Digitale Cultuur.


Inleiding


Onderwijs is georganiseerde en geprofessionaliseerde socialisatie. Onder socialisatie verstaan we het proces van ‘inlijven’ van nieuwkomers in groepsverband. Dat kan zijn binnen een samenleving, een gezin, een school, een bedrijf, et cetera. Georganiseerd betekent dat het systematisch gebeurt en geprofessionaliseerd wil zeggen dat het door professionals wordt uitgevoerd. Niet alle socialisatie is systematisch en professioneel.


Met de opkomst van digitale technologieën in het onderwijs, lijken we getuige van een complete paradigmaverandering. Er is niet alleen een ‘digitale taal’ ontstaan, ook krijgen 21e-eeuwse studenten steeds vaker meerdere carrières. Studenten blijken vaak niet voldoende te hebben aan enkel de educatie van hun school van tien jaar daarvoor om in de huidige interdisciplinaire teamverbanden te kunnen werken. Het belang en nut van nieuwe technologie bij de veranderingen in het onderwijs, kan hierbij niet worden onderschat.


Studenten zullen nieuwe vaardigheden moeten oppikken buiten de huidige traditionele educatieve instituties. In algemene zin doen scholen tegenwoordig nog hun best om leerlingen de zogenaamde hard skills zoals wiskunde, geletterdheid en aardrijkskunde aan te leren, terwijl zij minder aandacht besteden aan de soft skills zoals problemen oplossen, communicatie en werken in groepen etc. Steeds meer banen vereisen daarentegen dergelijke soft skills en de hard skills blijken voor de diverse managementtaken op de moderne werkvloer vaak ontoereikend.


Muziekeducatie kan bijdragen aan de broodnodige veranderingen in de educatie en de samenleving in zijn algemeenheid. Muziekeducatie is namelijk een microkosmos van educatie, meent muziekeducatie wetenschapper Estelle Jorgensen. De kunsten worden namelijk al sinds vroeger tijden gezien als belangrijke ingrediënten van het culturele leven, waarbij educatie een fundamentele rol vervult in de transformatie van cultuur.


De introductie van nieuwe technologieën heeft al decennia zijn weerslag gehad op de manier waarop muzikanten muziek maken en logischerwijs daardoor ook op de educatie van muziek. De opkomst van digitale genetwerkte technologieën lijkt de muziekeducatie op nog niet eerder vertoonde schaal te veranderen. Door zogenaamde Web 2.0-ontwikkelingen is het onderscheid tussen muzikant en toehoorder, muziekdocent en –student en zelfs mediaproducent en mediaconsument in een rap tempo aan het verdwijnen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor hen, maar ook voor de algehele interactie tussen de muziekeducatie en populaire (muziek)cultuur.


Het indringende karakter van nieuwe technologieën in de muziekcultuur, geeft daarnaast blijk van de belangrijke rol van populaire cultuur in onze kapitalistische samenleving. Jurist Yochai Benkler beschrijft in zijn boek The Wealth of Networks deze digitale genetwerkte informatiesamenleving, waarbij sociale productie onze economie en samenleving verandert en ons tevens nieuwe vrijheden biedt.


De essentie van deze veranderende grenzen tussen mediaproducenten en mediaconsumenten wordt inzichtelijk beschreven door mediatheoreticus Henry Jenkins wanneer hij de huidige convergente cultuur beschrijft als nieuwe en oude media – grassroots en corporate media – die met elkaar botsen. Deze spanningen tussen de conventionele commodificatie en de groeiende sociale productie van muziek, kunnen beter begrepen worden aan de hand van de theorieën van politieke economie.


Deze spanningen en nieuwe vrijheden, die de opkomst van digitale technologie ook op het gebied van muziekeducatie hebben veroorzaakt, zullen in deze scriptie centraal staan. Vanwege persoonlijke interesse zal de huidige online gitaareducatie – ‘gitaarles 2.0’ – kritisch worden geanalyseerd.


De hoofdvraag in deze scriptie luidt als volgt.


Op welke manier spelen digitale genetwerkte technologieën een rol bij de transformatie van gitaareducatie?


Deze vraag zal in vier hoofdstukken worden beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen. 1. Welke educatieve aspecten van gitaareducatie zijn onderhevig aan de opkomst van digitale genetwerkte technologieën? 2. Op welke manier zijn technologische vernieuwingen van invloed op gitaareducatie? 3. Hoe beïnvloedt de opkomst van sociale productie in online netwerken van studenten en docenten de gitaareducatie? 4. Welke educatieve, organisatorische, politiek-economische en muziekculturele implicaties zijn er door opkomst van digitale genetwerkte technologie voor gitaareducatie?


Het eerste hoofdstuk begint met enkele cultuurfilosofische, educatieve en mediatheoretische perspectieven op muziek, musiceren en welke kennis nu bij muziekeducatie wordt overgebracht. In de tweede paragraaf staat de receptie van de leerling centraal en komen een aantal cognitieve processen aan bod waarop deze kennis tot de leerling komt. In de derde paragraaf wordt besproken hoe de docent en vanuit welke perspectief en leeromgeving deze kennis aan de student overbrengen. Deze perspectieven en processen dragen bij aan algemene educatieve inzichten over gitaareducatie welke onderhevig blijken aan de opkomst van digitale genetwerkte technologieën.


In het tweede hoofdstuk zullen deze veranderingen voor muziekeducatie door de opkomst van nieuwe technologieën worden beschreven aan de hand van historische, politiek economische en mediatheoretische inzichten. De gevolgen van nieuwe technologieën voor de muzikant en de luisteraar alsmede de vervagende grenzen tussen mediaproducenten en –consumenten, zullen worden besproken in de context van een veranderende muziekcultuur. Eerst staat de zijde van de muzikanten centraal, vervolgens de consumenten en in de laatste paragraaf de groeiende overlap tussen beiden.


In het derde hoofdstuk zal deze groeiende genetwerkte participatie bij online gitaareducatie in kaart worden gebracht aan de hand van enkele voorbeelden en theorieën van informatiewetenschappen en mediawetenschappen. Verschillende tabulatuurwebsites en videosites worden besproken en diverse andere actoren op het gebied van online gitaareducatie zullen in breed kader van nieuwe mediaculturele ontwikkelingen worden besproken.


In het laatste hoofdstuk zal getracht worden een totaalbeeld te schetsen van diverse maatschappelijke, politiek economische en educatieve implicaties om aan de hand daarvan  tot enkele concluderende opmerkingen te komen.


Door middel van onderstaande illustratie en de kleine varianten daarop door de hoofdstukken heen, zijn de besproken thema’s visueel inzichtelijk gemaakt. Uiteraard is niet geprobeerd een alomvattend model te creëren, maar geven de illustraties slechts de verschillende besproken onderwerpen weer. Binnen de grote domeinen van muziek en muziekeducatie spelen zich diverse activiteiten af. De op het eerste gezicht meer ‘actieve’ handelingen zoals doceren en musiceren overlappen meer ‘passieve’ handelingen zoals leren en luisteren. Op de achtergrond spelen diverse technologische en educatieve transformaties die hierop van invloed zijn en uiteindelijk lijdt tot prosumerende online muziekeducatie.

4 Implicaties en conclusies


De voorgaande hoofdstukken illustreren op welke manier technologisering en digitalisering bijdragen aan diverse veranderingen in de gitaareducatie. Brown merkt vier algemene veranderingen in de cybercultuur op zoals de (A) meer informatienavigerende geletterdheid, een (B) meer onderzoekende leerstijl, (C) creatievere manieren van redeneren en een (D) meer proberende handelingshouding. Voorbeelden van verschillende combinaties van leeromgevingen (informatie-, interactie en doe-omgevingen) illustreren nieuwe gitaareducatieve mogelijkheden zoals bijvoorbeeld de eenvoud om tabulatuur of video’s te maken en deze via genetwerkte computers mondiaal te delen. Grenzen tussen grote muziekuitgevers en kleine privé-docenten vervagen en het accent lijkt meer te verschuiven naar de beschikbaarheid en kwaliteit van educatief materiaal. Hierbij zal rekening gehouden moeten worden met de verschillende perspectieven op muziek (I-VII) en educatie (Bh, Cs, Cg of een combinatie) van de docent en daarnaast met meer algemene zaken zoals het onderwijsbeleid op de diverse niveaus.


De implicaties die al deze ontwikkelingen opleveren zijn op bepaalde momenten in deze scriptie al aangestipt, maar geven nog geen bevredigend totaalbeeld. In dit laatste hoofdstuk zal op maatschappelijk, politiek-economisch en educatief vlak nog wat uitgebreider gekeken geworden naar de betekenissen van deze ontwikkelingen voor de gitaardocent en -student en de muziekindustrie. Allereerst wordt gekeken naar de rol die technologisering en digitalisering bij gitaareducatie heeft gespeeld op het gebied van vrijheden en mogelijkheden voor de gitarist en de muziekindustrie. Hiermee hangt de beschrijving van de economische machtsbelangen en auteursrechtelijke aspecten, die logischerwijs opdoemen, samen. Tot slot lijken enkele educatieve implicaties overeenkomsten te vertonen met het spelen van videogames.


4.1 Maatschappelijke implicaties


Dat de gitarist en de gitaareducatie door diverse factoren worden beïnvloed is uit de vorige hoofdstukken wel gebleken. Interessant om nog bij stil te staan zijn enkele  maatschappelijke gevolgen die deze ontwikkelingen met zich mee brengen. Door de professionalisering van de communicatie hebben nieuwe sociale bewegingen de afgelopen jaren een grotere bekendheid gekregen in de publieke sfeer. Deze eisen volgens de Spaanse communicatiewetenschapper Txema Ramírez de la Piscina ook allemaal zo hun positie in de media op.


The media is an extremely important part of their particular battleground. Social movements demand democratic access to the media in order to be on even ground with the rest of the news sources. And if they are denied this right, which is what usually happens, they immediately set out to conquer it because they believe that the public sphere belongs to them as well.


Anders dan bij de in 2.3 besproken materiële en symbolische ruimte die jongeren volgens Ter Bogt opeisen, menen sociale groepen het recht te hebben op de profilering van hun eigen identiteit. Deze nieuwe sociale bewegingen hebben met het internet hiervoor het perfecte platform gevonden, waarbij participatiejournalistiek hun natuurlijke bondgenoot is. Door de participatie kan onafhankelijke,  accurate en relevante informatie zo veel mogelijk mensen worden aangeboden. Tabulatuurfora en videosites illustreren diverse nieuwe mogelijkheden voor de sociale groep: ‘de gitaristen’. Wanneer een gitarist van mening is dat een bepaalde solo op zijn of haar manier gespeeld dient te worden, dan kan hij of zij dit eenvoudig wereldkundig maken door zelf een tabulatuur of video te plaatsen op een eigen site, een participatiesite of er voor kiezen een al geplaatste tabulatuur of video te bekritiseren.


Dergelijk participeren op deze fora en videosites is illustratief voor meer algemene manieren waarop individuen tegenwoordig kunnen interageren binnen een democratie. Volgens jurist Yochai Benkler laat dit onder andere de manier zien waarop zij hun rol als burger ervaren. Zij laten zich niet alleen informeren door wat anderen zeggen, maar geven ook hun eigen mening en zijn hierdoor volgens hem ideale burgers.


They need not be limited to reading the opinions of opinion makers and judging them in private discussions. They are no longer constrained to occupy the role of mere readers, viewers, and listeners. They can be, instead, participants in a conversation. Practices that begin to take advantage of these new capabilities shift the locus of content creation from the few professional journalists trolling society for issues and observations, to the people who make up that society.


Doordat het voor bijna iedere gitarist met een computer met internetverbinding mogelijk is geworden wereldwijd transcripties te publiceren en zo te participeren in een online lesomgeving, werken deze nieuwe technologieën democratiserend. Ramírez de la Piscina spreekt met de woorden van Boaventura de Sousa Santos dat deze nieuwe sociale bewegingen als een synthese van subjectiviteit, burgerschap en emancipatie te zien zijn. De elektronische sociale omgeving die is ontstaan door nieuwe technologieën, onderscheidt zich duidelijk van twee eerdere fasen van communicatieomgevingen. In de eerste ‘natuuromgeving’ vond de communicatie voornamelijk plaats in agrarische en rurale omgevingen en bij de tweede ‘stadsomgeving’ domineerde het debat in de industriële wereld. De huidige sociale transformatie, die door de invloed van nieuwe technologieën in ons dagelijks leven zichtbaar is geworden, beschrijft zij als een zogenaamde third communication environment.


The fusion between new technologies and new social movements brings about the birth of the third communication environment, a hybrid space where things of the dominating culture mix with others from the underground environment. Alternative communication finds in this fusion the possibility of overcoming marginality, accessing massive audiences.


Waar Jenkins spreekt over het ‘botsen’ van oude en nieuwe media ziet Ramírez de la Piscina hier alternatieven voor communicatie. De genetwerkte technologie doorbreekt hiermee de hegemonie van de traditionele machthebbende muziekindustrie (PGE), door de huidige individuele gitarist (IL) de macht en eenvoud te bieden om andere gitaristen (MML) te vinden. Het maakt dan niet uit dat dit meestal vage (on)bekenden zijn. Juist deze contacten kunnen vaak veel opleveren meende socioloog Mark Granovetter al in 1973. Hij ontdekte toen dat voor het vinden van een nieuwe baan, het verkrijgen van nieuws of het verspreiden van geruchten de zogenaamde ‘zwakke schakels’ belangrijk waren. Veel van onze beste vrienden zijn vaak ook bevriend met elkaar maar hebben juist ook net weer een aantal andere contacten. Juist die zwakke schakels in een kennissennetwerk spelen een belangrijke rol in sociale activiteiten. Allerlei gitaristen op tabfora vervullen nu eenzelfde rol als zwakke schakel en helpen zo mee aan het bouwen van een omvangrijk democratisch netwerk van gitaareducatie.


4.2 Politiek-economische implicaties


The Internet has changed the world of commerce. The retail business has been transformed by the unlimited shelf space the Internet offers. Bookstores, for example, can physically carry a limited number of titles—even a giant bookstore such as Barnes and Noble can carry only about 130,000 titles. To make scarce shelf space pay off, bookstores must decide which titles will turn over fast enough to make carrying them profitable. Book sales tend to follow the 80/20 rule, which says that 20 percent of the books generate 80 percent of the profit.


Deze gouden 80/20-regel in de economie lijkt onder de huidige genetwerkte informatie economie niet meer houdbaar. Momenteel heerst de gedachte dat het Internet ongekende mogelijkheden biedt om een groter publiek te bereiken. Onbekende en vroeger onbereikbare nichemarkten, zoals tabulatuur van obscure nummers, kunnen door middel van de technologisering en digitalisering steeds eenvoudiger worden bediend. Dit heeft tot ongewenste effecten geleid voor de machthebbers van de pre-interneteconomie. Het delen van auteursrechtelijk beschermd materiaal is zo eenvoudig geworden dat piraterij en parodiëren op grote schaal mogelijk is geworden.


Hybridization, blending, collage, and mixing are the destiny of our day and age. Paradoxes are sprouting up everywhere. Elements of the dominating culture mix others from the underground culture, causing effects that where not planned nor desired by the power structures.


Hoofdredacteur Chris Anderson van het toonaangevende mediamagazine Wired beschreef deze nieuwe genetwerkte economie en de komst van bedrijven zoals Amazone en Google, die de ingrediënten van deze nieuwe economie lijken te begrijpen. Hij observeerde een zogenaamde ‘Long Tail’. Bedrijven hebben tegenwoordig de mogelijkheid om alles wat ze verkopen beschikbaar te maken en dit door middel van digitale zoekmachines ook gemakkelijk vindbaar te maken. Dit resulteert in lagere opslagkosten en sommige bedrijven kunnen door digitale productiemethoden zelfs een virtuele voorraad bijhouden. Zo kan Amazone bijvoorbeeld tabulatuurboeken aanbieden en pas na de daadwerkelijke online verkoop de opdracht geven het te laten printen. Hierdoor is geen schapruimte meer nodig voor de boeken, maar slechts verwaarloosbare ruimte op een harde schijf. Doordat de participerende gitaristen ook nog grotendeels deze boeken zelf kunnen aanprijzen met eigen recensies, kunnen bedrijven gebruik maken van het zogenaamde crowdsourcing; efficiënt gebruik van de kennis van de menigte (wisdom of the crowd). Hierdoor hoeven ze niet meer ouderwets te voorspellen wat ze verkopen, maar kunnen ze praktisch kosteloos steeds meer keus bieden en de markt zelf de vraag laten bepalen. Daarnaast besparen zij veel reclamekosten en hebben ze potentieel een mondiaal bereik.


De grote muziekuitgevers van gitaareducatie lopen op dit gebied nog enigszins achter en maken nog maar nauwelijks gebruik van deze Long Tail economieprincipes. Zij maken nog grote bezwaren tegen tabulatuursites (van voornamelijk NPGE) aangezien zij hierdoor veel inkomsten menen mis te lopen. Uiteraard kunnen de PGE niet volledig zijn in hun aanbod van officiële tabulatuur – omdat het transcriberen van het werk van iedere band onbegonnen en kostbaar werk is -, maar het potentieel van de nieuwe economie wordt door hen nog grotendeels niet ingezien.


Rechtenpromovendus Tara Lynn Waters komt met een interessant alternatief in de lijn van Anderson’s gedachten dat ze iTab noemt. Doordat de muziekindustrie het maken van tabulatuur te kostbaar vindt, moet deze juist de kansen grijpen om de online tabulatuurgemeenschap van individuele gitaristen bereid te vinden tot een opensource-achtig project. Hier kunnen dan individuen worden geautoriseerd om gezamenlijk aan een officiëel, accuraat en begrijpelijk digitaal tabulatuur archief te werken. Het project zou dan een betaalsysteem kunnen krijgen, waarbij per nummer betaald wordt of met een abonnementssysteem voor toegang tot het archief.


Hobbyists, part-timers, and dabbles suddenly have a market for their efforts, as smart companies in industries as disparate as pharmaceutical and television discover ways to tap the latent talent of the crowd. The labor isn’t always free, but it costs a lot less than paying traditional employees. It’s not outsourcing; it’s crowdsourcing.


Antropoloog en musicus Georgina Born meent zelfs dat juist het proces van het creëren van muziek beter verloopt door samen te werken. Digitale muziekmedia vervullen hierbij een belangrijke rol zoals bijvoorbeeld de invloed van niet-muzikanten:


Digital music media both extend these potentials and afford entirely new modes of collaborative authorship. Through their capacity to ‘decompose’ aural and visual objects into basic binary representations, digital media re-open creative agency. …/… digitized music, distributed via MP3s, CDs and the internet, is continually, immanently open to re-creation.


Born introduceert voor dit proces de term: relayed creativity. Deze gedachte biedt een vergelijkbaar interessant perspectief op de tabulatuursites. De individueel uitgeschreven tabulatuur wordt op dergelijke sites namelijk collectief gejureerd. Deze creatieve manier van collectief educatief materaal ontwikkelen als een ‘new mode of collaborative authorship’, valt wellicht eveneens te bezien als relayed creativity. Dit vereist echter een nieuwe manier van denken over auteursrechtelijk beschermd materiaal. Het debat over intellectueel eigendom bij gitaareducatie ligt verder buiten de doelstelling van deze scriptie en enkele korte noties hierover zullen volstaan.


De belangen bij de inkomstenderving van auteursrechtelijk beschermd materiaal tussen de artiest en de industrie zijn in de loop der eeuw ver uit elkaar gedreven. De huidige wetgeving voorziet individuen vaak niet in hun recht om te kunnen besluiten wat zij met hun eigendom doen. Het lastige aan deze kwestie is dat de wetgeving hierover erg gedateerd is (1912) en ook bepaalde invloeden moeilijk, zoniet onmogelijk, te controleren of te kanaliseren zijn. Massale collectieve handelingen op bijvoorbeeld gitaarfora maken het op dit moment en waarschijnlijk ook in de toekomst praktisch ondoenlijk deze te regulieren.


Like architects’ buildings, the Web’s architecture is the product of two equally important layers: code and collective human actions taking advantage of the code. The first can be regulated by courts, governments, and companies alike. The second, however, cannot be shaped by any single user of institution, because the Web has no central design – it is self-organized.


Naast de lobbies van de muziekindustrie om hun economische belangen te beschermen, ontstaan er inmiddels ook tegengeluiden voor de Long Tail belofte. “So, while we do see a tail that is long, it is also extremely skinny.  The bulk of the business is not in this tail, but instead up near the head, perhaps focused upon an increasingly small bundle of hits. Jurist Lawrence Lessig blijft, net als Benkler, hoopvol gestemd ten aanzien van de keuze waar we nu voor staan om de informatiesamenleving vrij of ‘feudaal’ te maken. Hij benadrukt dat een steunbetuiging aan een vrije cultuur op zich geen afwijzing van het copyright hoeft te betekenen. Bepaalde goederen in het publieke domein moeten de mogelijkheid krijgen rechtenvrij te kunnen worden gedeeld als vrije cultuur.


4.3 Educatieve implicaties


De technologische ontwikkelingen op het gebied van gitaareducatie hebben niet alleen geleid tot grotere spanningen met de muziekindustrie, maar ook tot grotere vrijheden voor individuele docenten en studenten. Op educatief vlak blijkt online gitaareducatie de kennis van en de cognitieve processen bij de muzikale praktijken van een student enorm te veranderen. In deze paragraaf zal nog uitgebreider worden gekeken naar de betekenissen van en meer specifieke manieren waarop deze veranderingen plaatsvinden.


The demand-pull approach embeds students in a rich (sometimes virtual) learning community built around a practice. It is passion-based learning, intrinsically motivated by either wanting to become a member of a particular community of practice or by just wanting to learn about, make, or perform something. Often the learning that transpires is informal rather than formally conducted in a structured setting. Learning occurs in part through a form of reflective practicum, but in this case the reflection comes from being embedded in a social milieu supported by both a physical and virtual presence, and by both the amateur and the professional practitioner.


In lijn van paragraaf 4.1, waar over de groep gitaristen als een sociale beweging werd gesproken, lijkt deze beschrijving van Brown prima aan te sluiten bij educatieve gitaarfora. Hierin worden amateurs en meer professionele gitaristen door elkaar aangesproken en onderwezen waardoor intrinsieke motivatie aanwezig lijkt. Door een verkeerde tabulatuur kan een gitarist die het beter denkt te weten uitgelokt worden zijn of haar interpretatie te delen. De manier waarop deze stimulans plaatsvindt lijkt dus te maken te hebben met de mediumspecifieke eigenschappen van online gitaareducatie. Zonder die genetwerkte communicatie waren beide gitaristen waarschijnlijk niet met elkaar in contact gekomen. Om hier beter een beeld van te krijgen en te begrijpen wat dit betekent voor de docent en student, lijken recente inzichten van educatieve videogames bruikbaar omdat ze een parellel lijken te vertonen met online gitaareducatie.


Door de onderliggende procedures wordt een gamer zich bewust van de regels van de spelwereld waardoor hij of zij leert hoe het spel gespeeld dient te worden. Hoe dit met online gitaareducatie correspondeert, zal na een korte beschrijving over het functioneren van deze procedurele representaties nader worden besproken.


Vlak na de Tweede Wereldoorlog gaf Dorothy Sayers een lezing in Oxford over “The Lost Tools of Learning”. Ze argumenteerde dat het onderwijs gefaald heeft om kinderen te leren wat het meest belangrijk is. In plaats van hen met onderwerpspecifieke inhoud bezig te houden, moet studenten eerst geleerd worden hoe ze leren. Ze wees op de Middeleeuwse methoden van educatie die bestonden uit de op Aristoteles gebaseerde trivia: grammatica, dialectiek en retorica. In een gemoderniseerde versie stelt Sayers voor om specifieke onderwerpen te doceren aan de hand van abstracte benaderingen. Als voorbeeld bespreekt ze de Latijnse taal als een gestructureerde mentale oefening. Vanuit deze manieren van denken over educatie waarbij grammaticale bouwstenen, waarheden bediscussiëren en overtuigingstechnieken centraal staan, trekt videogamewetenschapper Ian Bogost een paralel met bijvoorbeeld het programmeren van computertalen zoals Java of C.


Latin, C, and other language systems share basic properties. Languages impose internally checked compositional rules, which in turn produce the possibility space for expressive output. The languages themselves thus enforce a procedural rhetoric in each of their created artefacts: rules of syntax, grammar, composition, and so forth from the foundation of what is possible to say or execute in a natural or computer language.


Volgens Bogost zou een behaviorist hierover zeggen dat Latijn handig is voor het leren van klassieke talen en C voor het leren van programmeren. Een constructivist zou kunnen zeggen dat zowel Latijn als C bruikbaar kan voor het leren van logica en syntax. Bogost wijst vooral op de procedurele aspecten en de manier waarop processen namelijk samen komen om betekenissen te creëren. Hij ziet deze als een mogelijke brug tussen ‘the abstraction-poor behaviourist approach and the subject-poor constructivist approach’.


De manier waarop Bogost dit perspectief over leren inzet bij het denken over het effect van leren via computergames is door te erkennen dat de procedurele representaties van videogames meestal interactief zijn. Dit betekent dat de gebruikerinteractie een mediërende rol vervult op een manier die ontbreekt bij statische en bewegende beelden. In procedurele representaties zoals videogames onderzoekt de ‘speler’ hoe de processen van het spelsysteem werken. Hij of zij verkent de grenzen van de spelruimte en kijkt wat en tot waar de regels deze verkenning toelaten. Wanneer een spel lastig is om te spelen, dan is het lastig om de werkende processen in het spel en de mogelijke vrijheden die het biedt te begrijpen. Als gevolg hiervan meent Bogost dat ‘we can become procedural literate through play itself’.


De mogelijkheid tot participatie bij Youtube-filmpjes met gitaarlessen en bij diverse tabulatuurfora, lijken op een vergelijkbare wijze een mediërende rol voor de online gitaarleerling te vervullen. Deze gitaar’speler’ onderzoekt hoe de processen van het muziekspelsysteem werken door kritisch en spelenderwijs de grenzen en regels van de ‘spel’ruimte te verkennen. Hierbij stelt de spelruimte het zelf geven van gitaarles voor en corresponderen de regels met bijvoorbeeld de regels van de muziektheorie. Hierdoor wordt een online gitaarleerling op een vergelijkbare wijze geschoold in de gitaarlesmaterie door bijvoorbeeld een tabulatuur een forum of een video op YouTube van commentaar te voorzien of door zelf les te geven middels het plaatsen van een eigen tabulatuur.


Een dergelijke participerende gitarist, die zich kritisch uitlaat over een tabulatuur of educatieve gitaarvideo -, illustreert de veranderingen waar Brown in 3.1 over sprak: (A) informatienavigerende geletterdheid, (B) onderzoekende leerstijl, (C) creatievere manier van redeneren en (D) proberende handelingshouding. Daarnaast laat deze kritische ‘ideale gitarist’, om met de woorden van Benkler uit 4.1 spreken, ook zien te beschikken over de verschillende in 1.1 besproken typen kennis (i-iv) en de laatste twee in 1.2 besproken cognitieve processen (e) evalueren en (f) creëren. Wel zal hierbij altijd het achterliggende ‘perspectief op muziek’, zoals in 1.1 werd besproken, in acht moeten worden genomen. Wanneer een gitaarleerling de (I) esthetische kant van muziek wil leren, of juist meer geïnteresseerd is de (II) symbolisch waarde, de (III) praktische handelingen, de (IV) ervaring van het muziek maken of bijvoorbeeld (V) de muziek wil inzetten voor bepaalde doeleinden (agency), dan zal één ‘versie’ van een tabulatuur of video niet voor al deze doeleinden geschikt blijken. Een ander perspectief op muziek vereist een ander tabulatuur of video. Er zal rekening gehouden moeten worden met bijvoorbeeld de verschillende contexten van de speler en zijn of haar interpretatie van de tabulatuur of video.


4.4 Algehele conclusies


Om het totaalbeeld te krijgen van de implicaties van ‘gitaarles 2.0’, spelen uiteenlopende factoren een belangrijke rol. Allereerst zal duidelijk moeten zijn welke opvatting de docent of student heeft over muziek. Dit perspectief is namelijk van invloed op de bepaling van de soort kennis of ervaring die aan de student wordt gedoceerd. Vervolgens gaat iedere student door een aantal cognitieve fasen van leren, ongeacht de kennis die wordt aangeleerd. Vergelijkbaar hiermee geldt dat bij de docent rekening moet wordt gehouden met zijn of haar educatieve perspectief en met zijn of haar diverse persoonlijke en contextuele factoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de educatieve competenties van de docent en de invloeden van diverse beleidsreguleringen.


Veel van deze factoren zijn door de technologisering beïnvloed en hebben daardoor de gitaareducatie, het doceren en studeren veranderd. Zowel de gitaardocent als de –student hebben meer vrijheden gekregen om te doceren of te studeren door onder andere de groeiende interactie met zijn of haar instrumentarium. Denk hierbij niet alleen aan diverse nieuwe technologische gemakken zoals nieuwe elektronische snufjes bij gitaren, versterkers en randapparatuur, maar ook aan de mogelijkheden van het mondiaal kunnen delen van gedigitaliseerde muziek en educatieve tabulatuur of video’s.


Door deze ontwikkelingen, waarbij muziek als fysiek object verdwenen lijkt,  zijn ook de verhoudingen tussen de muziekindustrie en haar consumenten veranderd. Oude media botsen met nieuwe media in hun opvattingen over hoe omgegaan dient te worden met de nieuwe mogelijkheden voor de productie, distributie en consumptie van gitaareducatief materiaal. Dit gebeurt doordat aan de ene kant de oude media nog te weinig gebruik maken van nieuwe economische principes om bepaalde nichemarkten aan te kunnen spreken. Aan de andere kant lijkt de nieuwe convergente mediacultuur bepaalde onderdelen van de populaire cultuur te herclaimen als een soort van cybernetische versie van de oude folkcultuur, toen ook op een participerende wijze culturele producten werden geproduceerd en geconsumeerd door gebruik te maken van een extension of man.


De toekomstige ontwikkelingen op het gebied online gitaareducatie zullen door zogenaamde web 3.0-invloeden, de genoemde vrijheden voor de consument en spanningen met de muziekindustrie alleen nog maar vergroten. De hybride, semantische en intelligente technologische systemen zullen samengaan met persoonlijk data. Hierdoor zal de toegang tot en omgang met online gitaareducatie nog eenvoudiger worden,  waardoor het gebruiksgemak zal groeien. Online gitaareducatie zal niet beperkt blijven tot enkel het verkrijgen van data (data mining) maar zal door middel van persoonlijke metadata, die door technologische systemen wordt geanalyseerd, omgezet worden tot persoonlijke gitaareducatie met aanbevelingen.


Naast deze nieuwe technologische gemakken zal de nieuwe generatie gitaarstudenten zich gemakkelijk een weg banen door die enorme berg data van online gitaareducatief materiaal die de komende jaren door de participatiecultuur zal worden gecreëerd. De informatienavigerende geletterdheid en creatieve onderzoekende manier van leren, redeneren en handelen die gitaarstudenten in de afgelopen jaren bij allerlei ICT-ontwikkelingen hebben opgedaan, heeft hen hiertoe uitgerust. Hierdoor zullen rijke leeromgevingen worden ontwikkeld, waarbij gitaarstudenten de mogelijkheid krijgen actief te participeren in een collectieve geparticipeerde grassroots gitaareducatie en in de constructie van hun eigen educatieve proces.


De woorden van McLuhan bijna een halve eeuw geleden lijken wel profetisch.


…electric automation unites production, consumption, and learning in an inextricable process. …/… Our education has long ago acquired the fragmentary and piece-meal character of mechanism. It is now under increasing pressure to acquire the depth and interrelation that are indispensable in the all-at-once world of electric organization. …/… the social and educational patterns latent in automation are those of self-employment and artistic autonomy.


Met de komst van Web-2.0 technologieën, lijkt de gitaareducatie zich te ontwikkelen tot een cybernetisch mondiaal georganiseerde socialisatie die niet alleen professioneel, maar ook steeds meer autonoom en – weer – informeler plaatsvindt.



Literatuur

Anderson, C. The Long Tail. Why the Future of Business is Selling Less of More. New York: Hyperion, 2006.

Auslander, P. “Looking at Records”, in The Drama Review, 45, 1, 2001.

Bannier, S. “The Musical Network 2.0 & 3.0”. IBBT-SMIT, VUB. 2009.

Barabási, Albert-László. Linked. How Everything Is Connected to Everything Else and What It Means for Business, Science, and Everyday Life. New York: Plume, 2003.

Barton, L. “Have the Arctic Monkeys changed the music business?” In The Guardian, 25 oktober 2005.

Barton, L.W.G.. The Neume Notation Project. Research in Computer Applications to Medieval Chant. University of Oxford. Versie 13 december 1999.

Benkler, Y. The Wealth of Networks. How Social Production Transforms Markets and Freedom. New Haven: Yale University Press, 2006.

Bishop, J. “Increasing participation in online communities: A framework for human–computer interaction”. In Computers in Human Behavior 23, 2007: p. 1881–1893.

Bogost, I. Persuasive Games: the expressive power of videogames. Cambridge, MA: MIT Press, 2007.

Bogt, T. ter en B. Hibbel et. al.. Wilde Jaren. Een eeuw jeugdcultuur. Utrecht: LEMMA, 2000.

Born, G. “On Musical Mediation: Ontology, Technology and Creativity”. In Twentieth-Century Music” Camebridge: University Press, 2005: p. 7-36.

Brown, J. S. “Learning in the Digital Age.” The Internet & the University: Forum 2001. Ed. Maureen Devlin Richard Larson and Joel Meyerson: Forum for the Future of Higher Education and EDUCAUSE, 2002: p. 65-91.

Brown, J. S. “New Learning Evironments for the 21st Century”. 2005.

Dahlberg, L. ‘The Internet and Democratic Discourse. Exploring the prospects of online deliberative forums extending the public sphere.’ In Information, Communication & Society 4:4 2001.

Dekkers, H. en W. Meijnen. “Onderwijs in de maatschappelijke context.” In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 15-61

Elliott, D. J. Praxial Music Education: Reflections and Dialogues. Oxford: University Press, 2005.

Frith, S. Performing rites. On the value of popular music. Cambridge: Harvard University Press, 1996.

Frith, S. “Music and Everyday Life”, in M. Clayton et al. (eds.), The Cultural Study of Music: a Critical Introduction. New York en Londen: Routledge, 2003.

Garland, E. & W. Page. “The Long Tail of P2P”. In Economic Insight PRS for Music Issue 14/05 2009.

Granovetter, M.  “The Strength of Weak Ties. A Network Theory Revisted.” In Sociological Theory, Volume 1, 1983: p. 201-233.

Howe, J. “The Rise of Crowdsourcing” in Wired 14.06, 2003.

Hunt, K. “Copyright and YouTube. Pirate’s Playground or Fair Use Forum?” In 14 Mich. Telecomm. Tech. L. Rev. 197, 2007.

Iglesias, C. et.al. “A Multilingual Web-bases Educational System for Professional Musicians”. Formatex 2006.

Jenkins, H. Convergence Culture. Where Old and New Media Collide.  New York: University Press, 2006.

Jong, Ton de, et. al. “ICT in het onderwijs”. In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 331-373.

Jorgensen, E. R. Transforming Music Education. Bloomington en Indianapolis: Indiana University Press, 2003.

Klopfer, E. Augmented Learning. Research and Design of Mobile Educational Games. Camebridge, Massaschusetts: The MIT Press, 2008.

Koopman, Constantijn. “The Nature of Music and Musical Works”. In David Elliott Praxial Music Education: Reflections and Dialogues. Oxford: University Press, 2005.

Krathwohl, D.R. “A Revision of Bloom’s Taxonomy: An Overview.” In Theory Into Practice, Volume 41, 4, 2002.

Lessig, L. Free Culture: The Nature And Future of Creativity. New York: Penguin Books, 2004.

Lister, M. et al. New Media: A Critical Introduction, Londen: Routledge, 2003.

Lowyck, J. en J. Terwel. “Ontwerpen van leeromgevingen.” In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 285-328.

McLuhan, M. Understanding Media. The Extensions of Man. London: Routledge Classics, 1964-2003.

McNair, B. Cultural Chaos: Journalism, news and power in a globalised world. New York: Routledge, 2006.

O’Reilly. “What Is Web 2.0: Design Patterns and Business Models for the Next Generation of Software”.  2005a. 28 oktober 2007.

Pieters, J. M. en L. Verschaffel. “Beïnvloeden van leerprocessen”. In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 251-284.

Ramírez de la Piscina, T. “Social movements in the public sphere. New forms of communication arise and transgress old communication codes”. Universidad del País Vasco. Juni 2007.

Regout, E.R.H. “Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht”. In Overheid.nl. De wegwijzer naar alle informatie en diensten van alle overheden. 5 oktober 1912.

Roggeveen, H. ‘Anouk plukte band op YouTube  bijeen’. NLpop.blog.nl. 4 december 2007

Schippers, H. “As if a little bird is sitting on your finger…” Metaphor as a key instrument in teaching and learning music. In International Journal of Music Education, Vol. 24, No. 3, 2006: p. 209-217.

Simon, J.R. “Why Copyright Should Save Guitar Tablatures.” In Arizona Law Review, Volume 50, 2, 2008.

Squire, Kurt. “Game-Based Learning: Present and Future State of the Field. An XLearn Perspective Paper.” In The MASIE Center: e-Learning Consortium. Februari 2005.

Verkade, T. “Geachte redacteurs, harteluchters, kattebellers en reactors.” In nrc.next 30 maart 2009.

Waters, Tara Lynn. “Gimme Shelter: Why the Courts Can’t Save Online Guitar tablature, but the Music Publishing Industry Can (and Should).” In Fordham Intellectual Property, Media & Entertainment Law Journal. Vol. XVIII Book 1, 11/0/2007.

Wiley, D.A. en E. K. Edwards. “Online self-organizing social systems: The decentralized future of online learning.” In Open Educational Resources Commons (z.j.).

Wu, Min en K.J. Ray Liu. ‘An Interactive and Team Approach to Multimedia Design Curriculum.’ In IEE Signal Processing Magazine. 2005.
























MindNote RSS nieuwsfeed



Last.fm Profiel pagina


MindNote
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes