MindNote | Muziek, Edutainment & e-Cultuur

Weblog van Meindert Bussink "Digitale Duiding"

Berichten uit de categorie ‘Dossier: MindNote Verslaat’

Netwerkmeeting Popmuziekcultuur Noord-Holland 2010 @ P3 Purmerend (2/2)

Bericht geplaatst door Meindert Op May - 5 - 2010

Woensdag 21 april 2010 vond de 2-jaarlijkse Netwerkmeeting Popmuziekcultuur Noord-Holland plaats in Poppodium P3 te Purmerend. Deze 3e editie werd georganiseerd door stichting De Kunst en stichting NH-Pop met als doel de sleutelfiguren uit het Noord-Hollandse popveld samen te brengen om elkaar te informeren, inspireren en ideeën uit te wisselen.


Panel twee: Provincie en Popbeleid?

Bij het tweede pannel wordt er gesproken over welke financiële mogelijkheden er voor de popsector in Noord Holland zijn. Moderator Martijn de Greve praat dit keer met Ellen Koning (provincie Noord Holland), Loes Wagenmaker (Cultureel Plannenbureau en schrijft subsidieaanvragen), Bastiaan de Leeuw (programmeur Mixtream), Valentijn Brouwer (Vrienden van de Bakkerij) en Ron Mellies (bestuursvoorzitter Stichting NH-pop).

Bezuinigingen en cultuurbeleid

Op verzoek van Martijn legt Ellen Koning eerst een aantal belangrijke beleidspunten uit die momenteel bij de provincie Noord Holland spelen. Er zal 300 miljoen moeten worden bezuinigd op het provinciefonds. Dit betekent dat de provincie een kortingsopgave van 64 miljoen heeft op een begroting van 500 miljoen. Eind mei hoopt Koning meer duidelijkheid te hebben waar en wanneer de klappen precies vallen. Ze wijst op het belang van samenwerking en vindt dit de komende tijd een essentieel sleutelwoord. Ook zal de overheid een betere taakverdeling moeten ontwikkelen. Wanneer ze het rapport van de commissie Lodders aanhaalt, wijst ze erop dat veel taken op het gebeid van wonen, werken, cultuur, mobiliteit en bestuur die nu nog door de Rijksoverheid worden uitgevoerd, overgeheveld zullen worden naar de provincies. Hierbij gaat het om onder andere cultuurhistorie, erfgoed monumenten en industrieel erfgoed, maar ze geeft toe dat het nog onduidelijk blijft of de popcultuursector onder het kopje ‘cultuur’ valt. Valentijn Brouwer vult haar nog kort aan en wijst op de basisverdeling voor het cultuurbeleid. Het Rijk houdt zich bezig met de inhoud, gemeenten met de uitvoering en de provincie met de spreiding en ondersteuning daarvan.

Subsidies: ‘Bel gewoon’

Loes Wagenmaker weet te vertellen dat er vaak geld blijft liggen bij o.a. de danssector, maar ook het VSB-fonds deed een aantal oproepen om met subsidievoorstellen te komen: ‘Nu met crisis is het wel weer lastiger geworden, maar de marketing kan ook beter door bijvoorbeeld bepaalde zaken beter zichtbaar te maken.’ Ron vindt dat er, naast meer informatieverstrekking, ook het cultureel ondernemerschap gestimuleerd dient te worden: ‘Mensen moeten ook gewoon meer doorzetten. Het aanvragen van subsidies is wel degelijk lastige materie, maar te vaak wordt het bijltje er te vroeg bij neergelegd.’ Brouwer knikt instemmend en wijst op het belang van samenwerkingen. Zo heeft hij zelf drie ton opgehaald, grotendeels uit het potje welzijn: ‘Er is een breed scala aan mogelijkheden voor subsidies voor verschillende activiteiten en die kun je allemaal benutten.’ Een belangrijk tip die hij het publiek meegeeft is dat: ‘Gewoon bellen helpt onwijs en daarnaast maak je meer kans door je aanvraag van een zeker welzijnsaspect te voorzien.’ Koning is het daar helemaal mee eens en zegt bijna geïrriteerd dat er zo slecht wordt gelezen: ‘Bel of mail gewoon. We zijn er voor elkaar’. Ook De Leeuw herkent zich hierin: ‘De mensen die subsidies verstrekken zit niet in ivoren toren. Schrijf een plan en ga ermee langs of bel ze op en je zult zien dat ze je allerlei tips geven.’ Wagenmaker: ‘Die mensen zijn er inderdaad voor om een aanvraag te maken dus ga er gewoon langs. Laat duidelijk zien wat je eigen inbreng is en welke spreiding je hebt aangebracht. Ga bij een subsidieaanvraag niet op één paard wedden, maar spreid je kansen’. Wanneer iemand uit het publiek opmerkt dat subsidieaanvragen ‘moeilijk taken zijn waar je nauwelijks vrijwilligers voor vindt’, reageert Ellen behulpzaam met ‘op onze site staan allerlei mogelijkheden’.

Panel drie: Voortgezet Onderwijs & Popeducatie

Bij het derde panel spreken de volgende gasten over het voortgezet onderwijs en de rol die popeducatie daarin kan spelen. Ellen Koning (provincie Noord-Holland), Rob Cerneüs (cultuurcoördinator Compaen VMBO te Zaandam), Michiel Stavast (directeur De Kade, betrokken bij diverse Voortgezet Onderwijs projecten), Rob Lieshout (muziekdocent Trinitas College, organisator De Grote Prijs van Trinitas College Heerhugowaard) en Ron van der Sterren (directeur stichting PopSport; educatief popmuziekproject voor schoolbands). De moderator is wederom Martijn de Greve.

Samenwerken

Michiel legt uit dat poppodium De Kade op maandag en dinsdag echt op een dependance van een school lijkt. Voor een succesvolle samenwerking wijst hij op het belang bereidheid te vinden bij enthousiaste docenten en de directie. Ellen Koning ziet een verbetering van de cultuureducatie ook vooral in samenwerkingsprojecten. Scholen moeten volgens haar vaker samenwerken met instellingen en alhoewel dit voor de hand lijkt te liggen, gebeurt dit in de praktijk vaak nog niet. De kracht van dergelijke samenwerkingsverbanden zit hem namelijk in de zogenaamde ‘doorgaande leerlijn met talentontwikkeling’. Waarom gaat het dan niet altijd even makkelijk? Ellen: ‘Netwerken met samenwerkingsverbanden maken lukt vaak prima, maar de juiste chemie tussen mensen creëren is veel lastiger en vaak minstens zo belangrijk.’

Subsidieaanvraag

Vervolgens wijst Koning op een aantal belangrijke aspecten bij het verwerven van een subsidie voor een educatief samenwerkingsverband. Zo moet het project overdraagbaar zijn, een voorbeeldfunctie hebben en positief beoordeeld zijn door een adviescommissie of het op pedagogisch en deskundig vlak wel goed in elkaar zit. Tot slot zal er ook een goede kostenspecificering moeten zijn. Rob Cerneus weet dat het bij de aanvraag van subsidies van groot belang is, dat van beide partijen de juiste mensen elkaar kunnen aanspreken: “Een goed contactpersoon is onmisbaar.” Ron van der Sterren vult aan dat scholen ook het lef moeten hebben om gecorrigeerd te durven worden: ‘Laat je helpen door de mensen die je financieren. Dergelijk advies helpt je ook om je eigen plan goed en evenwichtig op papier te krijgen.” Over welke bedragen praten we dan eigenlijk? Rob Cerneus legt uit dat hij naast de provincie ook met de gemeente is gaan praten en de koepelorganisatie van de scholengemeenschap. Hiermee heeft hij 40.000 euro opgehaald voor 2 jaar, waarvan 25.000 door de school zelf wordt betaald.

Lokale cultuur

Het gehele panel is het er over eens dat dergelijke projecten twee kanten opwerken. De leerlingen kunnen zich hierdoor op cultureel vlak ontplooien en de docenten krijgen hierdoor ook een grotere regionale binding. Na diverse vragen uit het publiek ontstaat er een kleine discussie over de verschillen tussen de financiering via subsidies of bijvoorbeeld sponsoring uit het dorp en kaartverkoop. Koning: ‘Subsidie is bedoeld voor ontwikkeling en de eenmalig uitvoering van een project. Is dit eenmaal ontwikkeld, dan moet je daarna in principe minder kosten hebben.’ Ron van de Sterren wijst op het belang van de realisatie van meer abstracte doelstellingen zoals het stimuleren van de popcultuur: “Popcultuur moet je voeden. Een gebouw met bakstenen is geen popcultuur.” Hiermee geeft hij aan verder te kijken dan enkel een bepaalde uitvoering of de realisatie van een nieuwe gebouw. Hierin moet wat hem betreft ook het verschil liggen tussen een project dat met of zonder subsidie gefinancierd moet worden.

‘Geen uren..’

Koning wijst daarnaast op de verschillende manieren van werken bij bijvoorbeeld de samenwerking tussen een school en een stichting. Cerneüs knikt en vult aan: ‘Wat goed werkt is gezamenlijk een plan bedenken, het vervolgens goed inbedden in de organisaties en externen inhuren om de docenten te coachen. Een probleem dat je vaak ziet is dat een docent er soms geen uren voor heeft.’ Hier heeft Van De Sterren een oplossing voor: ‘PopSport is in principe kant en klaar concept waarbij scholen zo kunnen instappen.’ Hij geeft daarnaast een handige tip: ‘Zoek je breekijzer. Welke docent heeft zelf in een band gezeten en wie is gevoelig voor popcultuur? Hij of zij zal eerder enthousiast zijn voor een dergelijk project en het misschien niet zo nauw nemen met de uren. Google is daarbij dan je grootste vriend.’

Panel vier: Synergie tussen podia, muziekscholen en conservatoria

Het laatste panel wordt geleid door moderator Gerard Lohuis en bestaat uit Onno Bosch (initiatiefnemer PepLink; platform Noord-Holland popeducatie), Peter Maissan (conservatorium Alkmaar), Paulus Brugman (directeur P3), Jeroen Blijleve (interim directeur Patronaat)

Lesmateriaal en -ruimten

Onno Bosch vertelt kort iets over Peplink dat een platform zal worden voor uitwisseling van ervaringen, activiteiten en materiaal. Peter Maissan reageert enthousiast op de mogelijkheid om lesmateriaal te kunnen delen, omdat iedereen dan niet steeds hetzelfde wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Daarnaast ziet hij dit als een mooie gelegenheid voor studenten om in werkervaringssituatie te komen. Zelf kan Maissan meedelen dat het conservatorium straks een aantal oefenruimten heeft waar ook bands uit de stad ook gebruik van kunnen gaan maken. Paulus Brugman haakt hier meteen op in: ‘Wij verhuren aan particuliere bands, maar ook de muziekschool maakt gebruik van onze ruimten voor bands. Momenteel zijn we ook bezig met ontwikkeling van popschool.’

Contact met bands

Maissan filosofeert vervolgens verder dat de voortrajecten voor het conservatorium nog wel rijker mogen, zodat de instroom makkelijker verloopt: ‘Dat kan goed via samenwerkingen.’ Blijleve waarschuwt hierbij voor de veranderde houding van bands: ‘Bands zijn tegenwoordig minder geneigd fysiek naar buiten te treden. De kloof om contact te maken met bands is hierdoor groter geworden. Bands kwamen vroeger actiever naar de podia toe, nu denken ze vaak aan internet genoeg te hebben.’

Draagvlak

Blijleve vraagt zich daarnaast af waar iedereen al die tijd toch vandaan haalt om alle aanvragen van bands te verwerken: ‘Wij zien onszelf wel geneigd tot samenwerken, aangezien de Patronaat weinig capaciteit heeft en het enige podium in de buurt is.’ Andere voordelen van samenwerken vindt hij de uitwisseling van kennis. Maissan beaamd dit en ziet een gemengde beroepspraktijk van zzp’ers voor zich die samen muziekles geven of in bands spelen. ‘Vroeger kon zoiets niet’, volgens hem omdat er weinig samenwerking was door onder andere de felle strijd tussen lichte en klassieke muziek. Daarnaast was de educatielijn hiervoor ontoereikend. Maissan vindt ook dat studenten veel meer in de praktijk moeten leskrijgen en er veel inventiever met budgetten kan worden omgegaan. Muziek maken en muziekeducatie draait uiteindelijk ‘om het samen leuk hebben’. Draagvlak is daarbij heel belangrijk, maar dan moet je ook wel een beetje geluk hebben geeft hij toe: ‘De burgermeester van Haarlem speelt bijvoorbeeld basgitaar; ja zoiets helpt.’ Brugman knikt en vult aan: ‘Provinciale samenwerking is daarbij ook belangrijk en NH pop is wat dat betreft ook een heel goed initiatief’.

E-learning

Afsluitend vertel Bosch over de online e-learning omgeving waar hij op dit moment mee bezig is: ‘Peplink is een platform van muziekscholen en binnenkort ook vakopleidingen. Gezamenlijk worden nieuwe projecten georganiseerd. Het gaat niet alleen om lesmateriaal, maar dus ook om activiteiten en masterclasses van die vakopleidingen.’ Juist het bijeenbrengen van al die verschillende expertises gaan volgens Bosch interessante dingen opleveren. Maissan reageert enthousiast en vertelt over het project met ‘distance learning’ waar InHolland en de Rockacademie momenteel kijken naar de mogelijkheden van e-learning. Om dergelijke initiatieven te kunnen financieren weet Lohuis, net als Brouwer tijdens uit het tweede panel, dat er soms wél geld is bij het potje onderwijs in plaats van bijvoorbeeld het potje cultuur.

Na een lange dag van paneldiscussies en korte netwerkbabbeltjes in de gangen van P3, rest dan nog de bekendmaking van de finalisten van NH-pop Live Talent 2009-2010. Daarna, tijdens het lopend buffet, drukken de bands nog de laatste cd’s in de handen van de aanwezige programmeurs en boekers en wisselen zij op hun beurt weer onderling hun visitekaartjes, telefoonnummers of handrukken uit. Dan is de netwerkmeeting popmuziekcultuur Noord Holland 2010 echt helemaal ten einde.

* Voor het eerste deel van het verslag klik hier:

Netwerkmeeting Popmuziekcultuur Noord-Holland 2010 @ P3 Purmerend (1/2)

Netwerkmeeting Popmuziekcultuur Noord-Holland 2010 @ P3 Purmerend (1/2)

Bericht geplaatst door Meindert Op May - 4 - 2010

Woensdag 21 april 2010 vond de 2-jaarlijkse Netwerkmeeting Popmuziekcultuur Noord-Holland plaats in Poppodium P3 te Purmerend. Deze 3e editie werd georganiseerd door stichting De Kunst en stichting NH-Pop met als doel de sleutelfiguren uit het Noord-Hollandse popveld samen te brengen om elkaar te informeren, inspireren en ideeën uit te wisselen.

Voorwoord Nico Dijkshoorn: ‘Popmuziek moet zijn de hunkering naar wat jij nooit zult bereiken’

De aftrap wordt verzorgd door niemand minder dan Nico Dijkshoorn en Nico maakt zich zorgen. Hij is bang dat er vanmiddag vooral gepraat zal worden: “Er zal toch niet gepleit worden voor een meer transparante muziekcultuur waardoor een rijkere voedingsbodem voor muzikaal talent blablabla..” Volgens Nico gaan muziek en geouwehoer slecht samen: “Gisteren bij De Werold Draait Door zag je een groep gitaristen naast elkaar op een paar krukjes zitten, maar vraag hen niet om een samenhangende zin te formuleren. Dat lukt niet. Laat ze gewoon lekker spelen.”

Hij gaat nog een stap verder. Popmuziek draait om romantiek: ‘Het poppodium moet laten dromen tegen beter weten in. Ik wil er slecht worden behandeld, bier moet duur zijn, de toiletten moeten stinken. Ik wil niet, zoals mij bij een optreden van Motörhead overkwam, bij de sponsoringang van de Heineken Music Hall worden opgewacht door een host met tieten en een shawl die mij, terwijl ik gierende feedback uit de zaal hoor sijpelen, “een heel prettige voorstelling bij de heren van Motörhead” wenst. Voor de zekerheid wordt mij ook medegedeeld dat er tijdens de voorstelling geen pauze is. Ik wil dat een zwakzinnige medewerker met een omgekeerd bonnetje een uur naar mijn jas zoekt. Ik wil dat het barpersoneel gewoon op volle oorlogssterkte dwars door akoestische optredens heen blijft lullen. Ik wil na een optreden drie dagen lang met een niet-afwasbare stempel van Donald Duck op mijn pols naar mijn werk gaan.’ Nico vindt de muziekcultuur steeds vaker allemaal maar net iets te bedacht en heeft een broertje dood aan: ‘die stoute dondersteen van een rockmuzikant’.

Aan het aanwezige publiek stel hij voor dat poppodia weer duistere onbereikbare plekken moeten worden, waarbij we moeten gissen naar het mysterie: ‘Laat de bezoekers lijden, dat maakt maakt alles fijner. Buiten staan de mensen die niet beter verdienen, binnen de echte sterren en in de verte horen we de klanken van de soundcheck: “One two, one two, louder motherfocker”.’ Tegenwoordig worden muzikanten ontdaan van hun romantisch charme: ‘Ze moeten allemaal zo economisch mogelijk saxofoon blazen, maar ze moeten eigenlijk niets leren! Wat was er gebeurd als iemand Herman Brood had verteld dat het helemaal niet praktisch is om een papegaai mee nemen..’

Nico concludeert: ‘Popmuziek moet zijn de hunkering naar wat jij nooit zult bereiken. Concerten bezoeken is lijden, maar weten waar je het voor doet. Het is weten dat je schoenen aan de vloer plakken en toch tevreden zijn. Naar een concert gaan is uiteindelijk, ondanks alles, het plotseling doven van het licht. Het stoppen van de gedraaide plaat. De beweging op het podium. Het rood opgloeiende lampje van een Fender-versterker. De vier tikken vooraf en dan geluid en meteen daarna de oergedachte, ondanks alles, stond ík daar maar.’

Panel één: Doorbreken

Het eerste panel wordt geleid door moderator Martijn de Greve en gaat over de vraag hoe je precies kunt doorbreken. In het panel zitten onder andere Yorick van Norden (frontman The Hype), Eelco Topper (toetsenist, o.a. Giovanca, Kyteman, Wouter Hamel), Arrien Molema (gitarist Room Eleven), Ron Engelen (manager DeWolff), Remco van Eijndhoven (Hoofd Boekingen DOX Records). Muzikaal wordt het geheel ondersteund door de band Spoon Lifts Moon (een Haarlemse band die wil doorbreken)

Om een beter beeld te krijgen van hoe de verschillende panelleden aankijken tegen dé doorbraak, vertellen ze eerst kort iets over hun eigen achtergrond. Arrien krijgt meteen de lachers op zijn hand wanneer hij meldt dat het bij Room Eleven vooral over ‘afbreken’ gaat in plaats van doorbreken [de band is namelijk in december 2009 gestopt]. Remco wijst er op dat allerlei andere aspecten naast je (muziek)studie minstens zo belangrijk zijn. Yorick vertelt dat hij eerst gewoon muziekles volgde, vervolgens even muziekwetenschappen studeerde en nu op het conservatorium zit. Ook Arrien heeft een opleiding aan het conservatorium genoten, maar legt uit nog het meest geleerd te hebben van live spelen. Eelco knikt instemmend en vertelt dat er op het conservatorium van Utrecht, waar hij zijn opleiding heeft gevolgd, er een redelijk conservatief gedachtengoed heerste: ‘Muziek was iets met regeltjes en tradities dat je op een bepaalde manier moest doen’. Hij had daar moeite mee en loopt daar eigenlijk nog steeds af en toe tegenaan. Wel geeft hij toe langzaam weer dichterbij het echte muziek maken te komen. Iedereen blijkt verder volledig van de muziek te kunnen leven behalve Yorick. Die zaait nog: ‘Maar er wordt nóg niet geoogst’.

Vervolgens wordt er vooral over de situatie van de popcultuur in Noord Holland gesproken en moet Eelco direct bekennen dat hij eigenlijk uit Utrecht komt. Ron maakt een vergelijking met het zuiden van het land en vertelt dat daar niets tot weinig te beleven valt. ‘Wat dat betreft zijn er in Noord Holland vrij veel podia op een klein oppervlak die veel voor elkaar krijgen’ vult Remco aan. ’In vergelijking met andere provincies zitten we goed’. Wat nu precies de sleutel tot succes is weet Arrien ook niet: ‘Er is geen regel maar wel dat overbekende cliché van gewoon op de juiste plek en het juiste moment zijn. Uiteraard moet goede muziek wel altijd de basis zijn’. Ron verklapt dat de eerste eigen show van DeWolff in Paradiso eigenlijk een sterk staaltje blufwerk was, maar uiteindelijk wel de kentering betekende: ‘Ik kende namelijk al wat mensen bij DWDD en heb toen gezegd dat de band in Paradiso stond.’

Al met al gaf dit eerste panel een leuk kijkje in de keuken van de oorsprong van dé doorbraak. Helaas gaat het publiek niet met concrete tips en adviezen naar huis, maar dat is eigenlijk maar goed ook. Nico zal opgelucht hebben gereageerd dat het mysterie van de doorbraak niet duidelijk in woorden en plannen valt samen te vatten.

* Voor het tweede deel van het verslag klik hier:

Netwerkmeeting Popmuziekcultuur Noord-Holland 2010 @ P3 Purmerend (2/2)

MindNote Verslaat: Seminar over Crowdfunding @ ABN AMRO’s Dialogues House

Bericht geplaatst door Meindert Op April - 21 - 2010

Op donderdag 15 april 2010 werd van 14:00 – 18:00 uur door Jaspar Roos, Helen Toxopeus en Celine Pessers van ABN AMRO’s Dialogues Incubator en Pim Betist, oprichter van Sellaband en Africa Unsigned, een inspiratiebijeenkomst georganiseerd over crowdfunding: particulieren die via internet hun netwerk en geld collectief investeren om een project waar te maken (eerder schreef ik hier al een blogpost over crowdfunding van cultuur). Na onderzoek van deze relatief nieuwe trend, komt ABN AMRO’s Dialogues Incubator tot de conclusie dat crowdfunding in bijna alle sectoren mogelijk is. Tijdens deze middag ging Dialogues Incubator de dialoog aan met investeerders en ondernemers over de kansen van crowdfunding.

Dialogues Incubator

Om 14.30 uur trapt Chief Inspiration Officer van Dialogues Incubator Jaspar Roos af met een woord van welkom. Hij spreekt over de verschillende activiteiten van Dialogues Incubator waarbij telkens aandacht is voor het creëren van waarde, duurzaamheid en nieuwe markten. Roos illustreert dit kort aan de hand van wat voorbeelden: het handige huishoudboekje en takenplanner Familiekompas, de innovatieve ZZP-intermediair website Associates, het crossmediale hedendaagse kunstplatform Artstart en de leerzame ervaringen bij het Instituut voor Briljante Mislukkingen. Een probleem waar zij vaak  tegenaan lopen is dat veel markten moeilijk te financieren zijn. Vandaar dat Pim Betist en alle anderen vandaag uitgenodigd zijn.

Pim Betist

Vervolgens is het woord aan Pim Betist om zijn ervaringen over de oprichting van Sellaband & Africa Unsigned te delen. Eind jaren negentig, toen Betist bij Heineken en vervolgens Shell werkte, merkte hij dat er in de muziekwereld grote verschillen waren tussen vraag en aanbod. Hij liep toen, voor de komst van Friendster [een van de eerste social netwerksites uit 2002], al met het idee om deze vraag en aanbod beter op elkaar aan te sluiten door middel van een online netwerk, maar streaming muziek was er toen nog niet.

In de jaren daarna deelt Betist zijn idee met vrienden, maar veel van hen geloven niet dat het zou kunnen gaan werken omdat het publiek niet vooraf voor muziek gaat betalen. Betist gelooft wel in het idee en werkt het vervolgens in zijn eentje uit op zijn zolderkamer. Dat hij uiteindelijk het gelijk aan zijn zijde krijgt, illustreert hij aan de hand van een filmpje over leiderschap; een paar enthousiaste volgers blijkt namelijk genoeg te zijn. In de 2,5 jaar tijd is er door Sellaband 3,5 miljoen dollar opgehaald en is er ook al een offline spin-off ontstaan toen 1800 mensen uit 22 verschillende landen in Paradiso kwamen kijken naar bands die via Sellaband een cd hebben opgenomen. Inmiddels zijn er heel veel andere initiatieven weet Betist: Spot.Us, ChipIn, Catwalk Genius, Slicethepie, MyFootballClub.co.uk, BandStocks, A Swarm of Angels, Kiva, My C4 en MyBarackObama. Bij deze laatste wijst Betist er op dat Obama bij de traditionele financiers een vergelijkbaar bedrag heeft opgehaald als Bill Clinton destijds, maar dat juist 47 miljoen extra is opgehaald door zogenaamde ‘small givers’ via crowdfunding. Afsluitend wijst Betist op een aantal lessen van Sellaband.

1. Allereerst stelt Betist dat het concept crowdfunding enigszins overgewaardeerd is. Het is een marketing sausje geworden. Hij stipt kort even een aantal belangrijke punten voor succesvolle business-modellen aan uit het artikel “Four Elements of Reinventing your Business Model”: Customer Value Proposition, Key Resources, Key Processes, Profit Formula.

2. Verder: (a) Vind een juiste balans tussen het zijn van een broadcaster en een facilitator, (b) wees je bewust van de verschillende eigenschappen van oude en nieuwe media: ‘duw’ content top-down naar je publiek via oude media, en ‘trek’ bezoekers verleidelijk naar je content toe door middel van nieuwe media (c) Gebruik de Wisdom of the Crowds én de kennis van experts (d) Houd het simpel en houd alle stakeholders tevreden (e) Concept, techniek en PR moeten samenwerken

3. Wat er bij Sellaband precies is fout is gegaan staat volgens Betist goed beschreven in dit artikel van Wired, maar valt samen te vatten in de volgende punten: (a) Teveel nadruk op het maken van ouderwetse cd’s (b) Teveel nadruk op het maken van hele albums [in plaats van ‘losse nummers’] (c) Te weinig online promotie (d) Teveel bands van te lage kwaliteit; er moet een bepaalde kwaliteitsstandaard zijn.

Tot slot is een vraag uit het publiek nog het vermelden waard: ‘Kan crowdfunding worden toegepast worden bij sport?’ Betist antwoordt dat ‘ieder product waar ‘passie’ inzit geschikt is voor crowdfunding’. Sport is ook zo’n product. Denk bijvoorbeeld aan de aandelen van Ajax. Deze kopen men niet altijd voor het rendement, maar ook om een bepaalde emotionele band.

Jos Wieleman

Dan is het de beurt aan senior vice president Jos Wieleman om de betekenis van crowdfunding vanuit een bankperspectief te schetsen. Allereerst plaatst ABN AMRO crowdfunding binnen een aantal andere sociaal technologische trends zoals cloud computing, de opkomst van sociale en business- en marktplatformen in de Cloud en de groei van collaboratieve netwerken.

Daarnaast wijst Wieleman op de gevolgen van de financiële en economische crisis. Zo is er ten eerste een duidelijk zichtbare stagnerende ‘intermediatie functie’ van de banken. [red. ‘het aantrekken van deposito’s en spaartegoeden, waarvan de financiële middelen vervolgens worden gebruikt voor het verstrekken van (hypothecaire) leningen. De opbrengsten uit financiële intermediatie bestaan dan uit het verschil tussen de ontvangen rente (en dividenden, etc.) en de betaalde rente’, bron: CBS]. Ten tweede is er sprake van risco aversie; een gebrek aan risicodragend kapitaal. Ten derde ziet Wieleman een terughoudende kredietverlening aan het MKB terwijl er een groeiend behoefte is aan verstrekking van risico kapitaal aan het MKB.

Voor veel startende en groeiende ondernemers is het hierdoor lastig geworden om aan geld te komen, zeker nu banken voorzichtiger zijn geworden. Wieleman ziet een ‘equity gap’ ontstaan tussen de kleine leningen van vrienden of familie en de wat grotere bedragen van informele investeerders. Crowdfunding kan hierbij als een nieuwe infrastructurele oplossing dienen. Op basis innovatieve business modellen kan dan een nieuwe rol voor banken ontstaan dat Wieleman omschrijft als ‘low cost, service based value propositions’

Helen Toxopeus

Dan is het de beurt aan Helen Toxopeus, Innovatie Manager van Dialogues Incubator, om  te kijken naar wat crowdfunding betekent voor banken, investeerders en ondernemers. Ze bespreekt eerst drie belangrijke kenmerken van Web 2.0-ontwikkelingen in de financiële sector, namelijk informatie, organisatie en transacties. Steeds meer (1) informatie is tegen lage zoekkosten online vindbaar, (2) mensen organiseren zich steeds vaker in online decentrale netwerken waardoor hiërarchische structuren afnemen en (3) allerlei transacties steeds gemakkelijker en veiliger worden.

Door deze drie aspecten kunnen particulieren steeds eenvoudiger zelfstandig handel drijven en valt ondermeer de distributiefunctie van winkels weg. Goede online markten kunnen dan ook alleen maar bestaan door de juiste controle en spelregels, meent Toxopeus. Ze ziet dat het risico van aankopen daarnaast steeds meer wordt gedragen door de klant; denk bijvoorbeeld aan de aankopen ‘zonder bonnetje’ via marktplaats.

Ze illustreert deze ontwikkelingen aan de hand van een aantal crowdfunding voorbeelden uit de bankierswereld: Prosper (pioniers op het gebied van peer-to-peer leningen),  GrowVC (crowdfunding voor web 2.0 en mobiele start-ups), RaiseCapital (meer algemene community tussen investeerders en entrepreneurs) en Trampoline Systems (analyse van van zakelijke communicatie en samenwerkingsverbanden waarbij onder andere via crowdfunding aandelen kunnen worden uitgegeven).

Afsluitend volgden nog twee gelijktijdige workshops over crowdfunding, één voor investeerders en één voor ondernemers. Door het delen van elkaars ervaringen en vragen werd het uiteindelijk een interessante middag waarbij vanuit meerdere perspectieven naar een dit nieuwe fenomeen werd gekeken. De mix van ervaringsdeskundigen, bankiers, innovatiespecialisten en gretige nieuwe ondernemers bleek een geslaagde keuze. Ik raad iedereen daarom ook aan eens een presentatie of workshop van ABN AMRO’s Dialogues House bij te wonen!

Eerder in het dossier MindNote Verslaat:

* IPON: Onderwijs en ICT @ Jaarbeurs 11 maart 2010

* Symposium Media van Morgen (deel 2)

* Symposium Media van Morgen (deel 1)

* Unconvention Dag 2 – 14 januari 2010 @ Eurosonic/Noorderslag

* Unconvention Dag 1 – 13 januari 2010 @ Eurosonic/Noorderslag

Xi/Bashers-debat – 9 december 2009 @ CREA

IPON: Onderwijs en ICT @ Jaarbeurs 11 maart 2010

Bericht geplaatst door Meindert Op March - 24 - 2010

Op woensdag 10 en donderdag 11 maart vond in de Jaarbeurs in Utrecht de IPON beurs plaats. Tijdens dit jaarlijkse evenement worden de nieuwste ICT ontwikkelingen in het onderwijs gepresenteerd. Met name de vele digitale schoolborden en grote LCD-schermen en touchscreen-functionaliteit vielen op. Ook zijn er talloze presentaties te volgen. Hier een verslag van enkele congressen van de donderdag.

Jan van Miert – Malmberg

Van 10:45 – 11:30 spreekt Jan van Miert van Malmberg over de voordelen van e-learning. In een helder betoog wijst van Miert allereerst op de meerwaarde van e-learning aan de hand van enkele onderwijsverslagen en onderzoeksresultaten. Zo bleken de presentatie ‘Slim en rijk onderwijs’ van Toine Maes van Kennisnet, het Onderwijsverslag van de inspectie van het onderwijs uit 2008 en het rapport Vier in Balans 2009 van Kennisnet belangrijke inspiratiebronnen voor de ontwikkeling van de eigen e-methoden van Malmberg. Verschillende leeractiviteiten kunnen namelijk effectiever, efficiënter en aantrekkelijker worden georganiseerd door gebruik te maken van ICT. Belangrijk is hierbij niet de didactiek van e-learning uit het oog te verliezen. Van Miert verwijst hiervoor naar de zeven pijlers in het artikel Eindelijk aandacht voor de diactiek van e-learning van Robbert-Jan Simons uit 2003.

Na deze introductie bespreekt Van Miert de eigen e-methoden van Malmberg. Zo is er een basis route voor iedere leerling (vaak met boek, soms met computer) die wordt afgesloten met een toets. Daarna zijn er een aantal vervolgroutes op diverse niveaus (basis, plus, remediërende). Ook is er voor de docent de mogelijkheid om een eigen leerroute te maken of om bepaalde onderdelen te verslepen. Een docent kan ook zelf een adviestoets maken door middel van de digitool om de e-learning-ervaring meer een eigen gezicht te geven. Nu al kon Van Miert verklappen dat de volgende versie nog beter toegespitst zal zijn op de leerdoelen. Een overzicht met de inhoud van hun zogeheten ePack staat hier online.

Daniel Rense – Skool Automatisering

Daniel Rense van Skool Automatisering demonstreerde van 11:45 – 12:30 de mini-laptop SkoolMate. Hij begint zijn verhaal door nog even kort te refereren aan het [volgens hem] geflopte One Laptop per Child (OLPC) project. Dit nobele streven werkte namelijk uiteindelijk niet, omdat men toch liever volwaardige (windows) pc’s wil gebruiken. De Skoolmate is inmiddels in Belgie en Nederland te verkrijgen.

De SkoolMate heeft een roterend scherm en een koptelefoon-ingang. Omdat het als een persoonlijk apparaat voelt, stijgt de motivatie bij de leerlingen enorm. Zelfs hele jonge kinderen kunnen er bijvoorbeeld al een powerpoint presentie mee maken. Rense wijst er wel op bij het gebruik rekening te houden met de verschillende intelligenties van leerlingen. Zo is de één motorisch vaardiger dan de ander, terwijl die bijvoorbeeld weer sterker is op het gebeid van taal of rekenen. Hij onderscheidt de volgende acht intelligenties: beweegknap, natuurknap, woordknap, rekenknap, muziekknap, beeldknap, zelfknap en mensknap.

Een aantal leuke voorbeelden van wat je met de SkoolMate verder kan doen is het oplossen van rekensommetjes door het apparaatje te ‘balanceren’ tijdens een knikkerspelletje. Hierdoor heeft een beweegknappe leerling een andere (intrinsieke) motivatie voor het oplossen van de som. Ook kan een docent bijvoorbeeld centraal een link versturen naar alle leerlingen zodat deze direct op alle SkoolMates verschijnt. Hierdoor kunnen er geen leerlingen afdwalen die bijvoorbeeld even nu.nl bekijken. Een andere handige functie is de mogelijkheid voor de docent om achterin de klas op zijn eigen SkoolMate iets te schrijven dat direct voorin de klas op de beamer verschijnt. Of andersom, een leerling die een opdracht voordoet op zijn eigen SkoolMate, op zijn eigen plek, is klassikaal leesbaar op het digitale schoolbord. Weer een andere functie is om de SkoolMate bijvoorbeeld als stemkastje te gebruiken. Handig om te onthouden is dat een docent altijd de mogelijkheid heeft om de computer over te nemen van de leerling.

Lisa van den Herik – Winkler Prins

Van 14:00 – 14:45 spreekt Lisa van den Herik van Winkler Prins over de introductie van de nieuwe Winkler Prins online; eerder bekend als de Encarta/Winkler Prins encyclopedie die in samenwerking met Microsoft werd ontwikkeld. Partner Microsoft is inmiddels gestopt en nu is het dus WinklerPrins online geworden.

Een groot probleem dat zij aankaart is dat veel leerlingen tegenwoordig verdwalen in hun zoektocht naar informatie. Zij kunnen wel bepaalde informatie vinden, maar begrijpen vaak niet waar dit precies over gaat. ‘Als het op internet staat, is het waar’ menen veel leerlingen. Ter illustratie vertelt zij over het de website van de Tree Octopus. Op basis van deze site met bewerkte surrealistische foto’s concludeerden veel leerlingen dat dit wezen echt bestaat en de site dus een betrouwbare bron is. Uiteraard probeert Van Den Herik uiteindelijk zoveel mogelijk aanwezigen de Winkler Prins encyclopedie aan te smeren, maar toch snijdt ze een belangrijk punt aan. Op Internet lees en interpreteer je informatie, kennis en waarheden nu eenmaal anders dan in een ‘gekozen/goedgekeurd’ schoolboek.

Daarnaast wijst ze op een praktisch probleem van websites zoals het begrijpen van menustructuren etc. Webwijsheid is dus essentieel bij het leren zoeken, selecteren en beoordelen van informatie.

Vervolgens presenteert ze de Winkler Prins online kenniskit, waar een kind op school zonder in te loggen gebruik van kan maken. De kit met video’s, geluidsfragmenten en tekst over allerlei onderwerpen voor leerlingen op verschillende niveau’s heeft geen advertenties. ‘Uiteraard moet je wanneer je school verlaat ook vaardig zijn met Wikipedia en Google, maar dergelijke websites zijn niet voor alle onderwerpen geschikt’ weet Van Den Herik. Zoals gezegd, kunnen kinderen niet altijd verkeerde wiki’s of websites op de gewenste manier duiden.

Remco Ploeg – Microsoft

Van 15:00 – 15:45 wordt de elektronische leeromgeving van Microsoft door Remco Ploeg besproken. Hij vertelt dat Live@Edu een digitale omgeving is, puur gericht op het onderwijs.  Het bestaat al zeven jaar en biedt iedere leerling gratis ‘levenslang’ 10 GB ruimte. Inmiddels zijn er 56 miljoen gebruikers in 103 landen en in Nederland ongeveer een half miljoen.

Dan komt Aad van der Drift van het Zernike College uit Groningen even ten tonele om kort uit te leggen hoe hij het in de praktijk heeft gebruik. Voor Live@Edu maakte de school gebruik van Groupwise, maar dit liep vaak vast en er was veel spam en maar weinig MB-ruimte.

Daarna neemt Ploeg weer het woord en volgt er een weinig boeiende opsomming over allerlei technische aspecten van Live@Edu. ‘De gebruiker hoeft zich niet meer druk te maken over verschillende versies, het is schaalbaar en als je groter wordt kun je alles bewaren. Daarnaast is een koppeling met hotmail en gmail mogelijk en kunnen er ook berichten worden verstuurd vanuit die account. Ook kan er met meerdere mensen aan een document worden gewerkt werken; vanuit de client-account en vanuit de user-account’. Wanneer het vervolgens stil blijft reageert Ploeg enigszins teleurgesteld met: ‘ik had wel een ohhh verwacht’.

Wim Hilberdink – Kennisnet

Na een lange dag van lezingen resteert er nog één presentatie over het schoolvak Moderne Media. Aan een select groepje geeft Wim Hilberdink van het Thorbecke College uit Zwolle van 16:00 – 16:45 een meer dan interessante presentatie over het ontstaan en de invulling van dit nieuwe vak.

Net als Van Miert van Malmberg bij de eerste presentatie, verwijst Hilberdink naar een onderzoek. Hij zegt dat het rapport Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap van de raad voor cultuur een belangrijke aanleiding was voor het opzetten van dit vak. Hierin staat dat jongeren tegenwoordig worden overspoelt met media, maar dat het onderwijs daar eigenlijk maar weinig mee doet. Terwijl bij andere scholen ervoor is gekozen om Mediawijsheid onder te verdelen bij andere vakken, heeft het Thorbecke College gekozen voor de oprichting van een geheel nieuw vak. De vakken Muziek, Tekenen etc. hebben hierdoor wel een aantal uren moeten inleveren om dit vak mogelijk te kunnen maken.

“In het cursusjaar 2008 – 2009 is het traject Moderne Media van start gegaan. Kinderen met een mavo/havo-advies of een havo/vwo-advies kunnen hiervoor kiezen. De leerlingen krijgen dit vak dan vijf uur in de week. Het is de ambitie van de school om van Moderne Media uiteindelijk een examenvak te maken op de niveaus vmbo, havo en vwo, met goede aansluitmogelijkheden op verschillende typen vervolgonderwijs.. Op dit moment volgen leerlingen van drie brugklassen en een tweede klas dit innovatieve schoolvak.”

De invulling van het vak ziet er als volgt uit. Het vak bestaat uit vijf onderdelen.

  1. Het onderdeel vak ROP (Redactie, Organisatie, Productie) staat stil bij allerlei journalistieke vaardigheden zoals verschillende schrijftechnieken en omgang met deadlines.
  2. Het Mediageletterdheid maakt de leerlingen bewust van het onderscheid en verschil tussen stilstaande en bewegende beelden. Aan de hand van vijf reflexie-vragen leert de leerling stil te staan bij de maker, voor wie en hoe het gemaakt is en welke boodschap of welk doel de maker in gedachten had. Hierbij leren de leerlingen een onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld reclame, familiefoto’s, bijschriften bij persfoto’s etc. en worden zich bewust van hoe deze  beelden door de lezer worden geïnterpreteerd.
  3. Bij Mediabedrijfskunde komen allerlei zakelijke en economische aspecten aan de orde.
  4. Bij het vierde onderdeel Beeld, Geluid en Montagetechniek wordt de leerling allerlei praktische vaardigheden bijgebracht om zelf audiovisuele producten te creëren.
  5. Het laatste onderdeel is een praktische opdracht waarbij de leerlingen zichzelf moeten presenteren door middel van een prentenboek in motion. Hierdoor leert een leerling hoe je je eigen idee kunt verkopen.

Wim Hilberdink is de projectleider voor de ontwikkeling van de leerlijn Moderne Media, en doet dit in samenwerking met onder andere het Mediawijsheid Expertisecentrum (dat in het leven is geroepen door het kabinet), het Kenniscentrum Mediapedagogiek (NHL), de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) en de Radboud Universiteit.

Symposium Media van Morgen (deel 2)

Bericht geplaatst door Meindert Op February - 2 - 2010

In een achttal TED-achtige voordrachten bespraken donderdag 21 januari docenten en alumni van de Universiteit Utrecht vanuit hun eigen expertise hoe de media van morgen er uit zouden kunnen gaan zien. Voor de pauze spraken Imar de Vries, David Nieborg, Shirley Niemans en Stijn Bannier.

Jago van den Akker » Leren en de Media van Morgen

Na de pauze vervolgt Jago van den Akker het symposium Media van Morgen door een tipje van de sluier op te lichten over de toekomst van leren. Momenteel werkt hij als projectleider e-learning bij TinqWise, maar tijdens zijn stage hield hij zich al bezig met e-learning bij Mediamatic en voor de Flinders University in Adelaide. Daarnaast is Van Den Akker actief als grafisch vormgever en maakte onder andere het logo voor Studievereniging Contact. Tegenwoordig zet hij zich ook in voor El Desafio Foundation.

Voor de toekomst van het leren wijst Van den Akker op het zogenaamde ‘enhanced learning’. Hij voorziet niet zozeer een vervanging van de huidige manier van onderwijs, maar ziet ICT vooral als een aanvulling op regulier onderwijs en noemt hierbij vier belangrijke aspecten.

Ten eerste zal zelfexpressie een belangrijke rol gaan spelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de manier waarop wij onze vakantiefoto’s delen op netwerksites, of op professioneel vlak zie je steeds meer mensen vaker zeggen ‘hallo ik ben hier’ en ‘verrek, jij ook’.

Een tweede punt dat in toekomstig onderwijs een rol zal gaan spelen is optimalisatie. De manier waarop informatie tot ons komt zal steeds efficiënter georganiseerd moeten worden. In een wereld waar meer podcasts en ‘augmented reality’ verschijnen, zullen leerlingen nieuwe manieren moeten aanleren om wegwijs te worden in het aanbod van informatie: van stappen, naar zoeken, naar synthetiseren.

Een derde aspect is synergie: winnen door te delen. Ter illustratie bespreekt Van de Akker een kappersopleiding die een educatieve online omgeving initieerde. Daar waren instructievideo’s te zien van zowel bekende kappers als van leerlingen. Door onderling kennis met elkaar te delen door middel van User Generated Content (UGC), ontstond een waardevolle database met lesmaterie voor de studenten. Een ander voorbeeld was de module voor de ABN-AMRO beleggers-academie. Door hiermee iets terug te geven aan de klant, wist ABN-AMRO indirect rendement te behalen voor zichzelf. “Kennis is macht en die moet of kun je delen”, redeneert Van den Akker.

Het laatste punt waar hij op wijst is het netwerk als referentie. Leren staat namelijk niet meer op zichzelf, maar richt zich steeds vaker ook naar buiten toe. Toekomstig onderwijs zal zich hiervan bewust moeten zijn en op zoek moeten gaan naar manieren om netwerkomgevingen te faciliteren.

Jeroen Steeman » Politiek en de Media van Morgen

Jeroen Steeman studeerde in 2005 af met een scriptie over weblogs en politiek. Momenteel werkt hij onder andere voor GroenLinks en de Groene fractie in het Europees Parlement. In mei 2009 won hij met GroenLinks een award voor de beste verkiezingswebsite.

Steeman herinnert zijn publiek eraan dat toen hij in 2005 zijn scriptie schreef over ‘De kloof tussen politiek en burger’, het real-time web zoals we dat nu kennen (met Twitter, tv kijken met laptop op schoot etc.) er nog niet was. Nu het steeds eenvoudiger is om een boodschap uit te dragen, benadrukt hij toch nog het belang en grote bereik van de oude media (tv, radio, kranten) met haar ‘langzame nieuwstroom’. Hij illustreert dit met een video van het NOS nieuws over de berichtgeving van de benoemingen van Kroes en Jeleva. Aan de hand hiervan uit Steeman zichtbaar zijn politiek gekleurde frustratie en onmacht ten opzichte van deze oude media.

Zoals we echter bij Obama gezien hebben, bieden nieuwe media wel degelijk een alternatief. Steeman adviseert wel om de mensen op te zoeken in hun eigen omgeving. Probeer het publiek dus niet naar de website van Groenlinks te lokken, maar zorg er voor dat zij bijvoorbeeld op Youtube de juiste filmpjes kunnen vinden.

Levien Nordeman en Tijmen Schep » Kunst en de Media van Morgen

Op de website van Media van Morgen worden deze heren als volgt geïntroduceerd: “Tijmen Schep en Levien Nordeman studeerden Digital Media Design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, voordat ze aan de master Nieuwe Media en Digitale Cultuur begonnen. In 2008 studeerden ze beide af, Levien met een scriptie over web 2.0 en e-cultuurbeleid, Tijmen met een scriptie over ubiquitous computing ideologie. Naast andere projecten in het onderwijs en de cultuursector werken Tijmen en Levien voor Stichting NetNiet.org dat draadloze mediakunst in de publieke ruimte promoot. NetNiet.org is samen met Born Digital en z25.org betrokken bij het opzetten van een medialab in Utrecht.”

Schep trapt af door zijn publiek een dilemma over de functie van kunst voor te schotelen. “Vroeger had kunst een publieke functie. Het was een manier voor de maatschappij om na te denken, om te redeneren. Nu, in de tijd van interactieve massamedia is de kunst veranderd. De vraag is dan wat dit doet met ons als publiek?” Deze vraag koppelt hij aan het gezegde over Mohammed en de Berg (Als de berg niet tot Mohammed wil komen, dan moet Mohammed naar de berg gaan). Met andere woorden, als het publiek niet meer naar het museum komt, dan moet het museum maar de publieke ruimte in.

Aan de hand van een ‘behoorlijk heftige slide’, probeert Schep dit te verduidelijken: “Een teveel aan communicatie doet alle kritische afstand imploderen in de hyper realiteit van een onverschillige intimiteit” (J. Baudrillard). Hiermee bedoelt hij dat een kunstenaar tegenwoordig opgroeit in een wereld van massacommunicatie met miljoenen stemmen. Wat ga jij dan als kunstenaar doen, meeschreeuwen? Hierdoor ontstaat een bijna betekenisloze “publiekheid zonder publiek sfeer” (P. Virilio) merkt Schep op.

De reactie van digitale kunstenaars is volgens Schep namelijk vaak als “The avant-garde of the control society” (A. Broekman). Kunstenaars kijken bijna alleen maar naar wat er allemaal met de nieuwste digitale middelen kan. Hierdoor zijn het gewoon nerds die kunst maken met gadgets. Er wordt dan kunst gemaakt vanuit de technologie en dat kan volgens Schep ook best anders.

Schep refereert aan de Coltan oorlogen in Afrika. Bepaalde stoffen die uit deze erts gewonnen kunnen worden, belanden uiteindelijk in mobiele telefoons, spelcomputers en laptops. Dit voorbeeld illustreert dat er veel grotere issue’s aan de hand zijn in de wereld. Deze verhalen worden vaak niet verteld door nieuwe media kunstenaars. Het is dus tijd voor wat reflectie, of zoals Schep het zelf bestempelt “behoefte aan postmoderne ideologische kritiek”. Aan de hand van enkele activiteiten die zij hebben georganiseerd, sluit Nordeman de presentatie af.

Ik zal niet alle voorbeelden bespreken, maar de ‘participatory installation’ op het Gifted op het Impact Festival in 2008 is nog wel leuk om even kort te vermelden. Hierbij werd gekeken hoe mensen elkaar belonen in de maatschappij. Dit idee was gebaseerd op het science fiction boek Down and Out in the Magic Kingdom waarin niet geld maar populariteit – de whuffie factor – belangrijk is.

Tom van de Wetering » Endnote

Afsluitend blikt initiatiefnemer en masterstudent Nieuwe Media en Digitale Cultuur Tom van de Wetering kort en tevreden terug op deze eerste editie van het symposium. Hij geeft een geinige vooruit blik op de media van morgen en vertelt kort over zijn ideeën voor volgende bijeenkomsten met studenten, docent-wetenschappers en alumni.

De meest interessante gedachte van zijn presentatie vond ik ‘het niet af zijn’ van dingen. Hij noemt bijvoorbeeld de beta versie van Googles Gmail en de voordelen die zo’n fase met zich meebrengt. De verwachtingen bij het publiek zijn veel lager, omdat men begrijpt dat iets nog maar in beta fase is. Men accepteert het wanneer bepaalde zaken dan nog niet helemaal vlekkeloos verlopen. Van de Wetering stuurt zijn publiek naar huis met de prikkelende gedachte of we zelf ook niet wat vaker dingen in beta fase moeten laten. Moeten we wel altijd alles af willen maken en soms niet gewoon meer ‘doen’?

Media van Morgen, 21 januari 2010. Een goed initiatief en hopelijk komt er snel een vervolg (ook bij de Uva??). Alle presentaties staan inmiddels online op het LectureNet van de Universiteit Utrecht.

Symposium Media van Morgen (deel 1)

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 29 - 2010

Afgelopen donderdag 21 januari 2010 vond de eerste editie plaats van het symposium Media van Morgen. De lezingen vonden plaats in Studio T in Utrecht en waren met name bedoeld voor studenten van de master Nieuwe Media en Digitale Cultuur. In een achttal TED-achtige voordrachten bespraken docenten en alumni vanuit hun eigen expertise hoe de media van morgen er uit zouden kunnen gaan zien. Na een ietwat lange introductie door Martijn Best bijt keynote spreker Imar de Vries een half uur later dan gepland stond het spits af.

Imar de Vries » Keynote

“Media van morgen zijn de verhalen van nu”

Als docent/onderzoeker (en alumnus) van de master Nieuwe Media en Digitale Cultuur leidt Imar de Vries zijn praatje in met de pakkende spreuk “Media van morgen zijn de verhalen van nu”. Na een korte inventarisatie wie er in het publiek een smart phone heeft, gaat zijn betoog soepel over van een uitleg over deze nieuwste mobiele technologieën (een raam op de werkelijkheid: achtergrondinformatie over gebouwen, inzicht in de locatie van je Hyves-vrienden), naar een beschrijving van de context (het gebruik in tourisme, games) om uiteindelijk over de betekenis te gaan spreken.

‘Wat fascineert ons?’ vraagt De Vries zich openlijk af. Hij ziet een verlangen dat al heel lang bij de mens speelt: ‘Het wekt de illusie dat het ons helpt’. Hij komt met de vergelijking met de ‘Cutaways’ van het Britse jongensblad Eagle Annual uit de jaren ’50 en ’60. Deze constatering van een topos (de herhaling van het terugkerende bouwblok) roept bij De Vries direct nieuwe vragen op: “Waar komen die ideeën vandaan? Hoe krijgen de media van morgen nu al een plek?” Hij moet de aanwezigen helaas teleur stellen en hen een antwoord schuldig blijven. Wel komt hij met een aantal suggesties. Door science fiction schrijvers zoals Arthur C Clark (van 2001: A Space Odyssey) of Ray Kurtzweil (die voorspelt dat in 2045 iedereen d.m.v. een nanochip altijd online is’)? Of misschien vanuit de industrie zelf? In een geinig oud filmpje zien we een interview met meneer Philips waarin hij de komst voorspelt van een ‘apparaatje om te bellen met iemand in Amerika terwijl je zomaar ergens op de hei loopt’. Een belangrijk factor die volgens De Vries niet onderschat mag worden is de invloed van de populaire cultuur met al haar ‘tinkerers’ Hij noemt het voorbeeld van een ontwerper bij Motorola die voor de eerste clamshell mobiele telefoon geïnspireerd werd door de communicator) uit Star Trek. Afsluitend waarschuwt hij de aanwezigen dat dingen die op een topos lijken, natuurlijk niet altijd precies gelijk zijn. Noemden we dat ook niet gewoon remediation??

David Nieborg » Mediawetenschappers en de Media van Morgen

“Twitter is geen sneue debiele dienst voor rare mensen”

Vervolgens is het de beurt aan David Nieborg die met veel lovende woorden wordt aangekondigd. Hij is namelijk een veelgevraagd spreker over zijn onderzoek naar de verkiezingscampagne van Barack Obama. Hij probeert de aanwezigen nog enigszins te temperen, ‘ik heb laatst een nieuw woord geleerd: verwachtingsmanagement, haha’, maar zodra hij van wal steekt is er geen houden meer aan. Het publiek krijgt een geestige en scherpe presentatie voorgeschoteld met zijn visie op de toekomstige rol van mediawetenschappers. “Ik heb hier een aantal ideeën over en ga vandaag echt een statement maken. Ik heb geen kristallen bol, maar ga hoop geven.”

Het vertrekpunt voor zijn betoog is de vraag: “Wie leidt het (mainstream) debat (over nieuwe media) nu?” Nieborg ergert zich bijvoorbeeld aan veel kortzichtige meningen over Twitter. Daar schijnen dan alleen maar mensen te zijn die alleen maar ‘ s ochtends een broodje kaas eten. “Ja”, reageer ik dan, “dan volg je een ook gewoon een saaie gast. Het is geen sneue debiele dienst voor rare mensen.” Nieborg mist een belangrijke stem in het debat. Aan de hand van treffende illustraties uit The Simpsons, legt hij uit dat het huidige debat wordt aangevoerd door journalisten, ondernemers, consultants, politici en fans. Dat dit uiteindelijk helemaal fout zal gaan, verdietst Nieborg met een voorbeeld van de meningen van CDA jongeren over Second Live: ‘een poel van verderf’… “Wie mist hier?”, vraagt hij zijn publiek wanneer ondertussen professor Frink uit The Simpsons op het beamerscherm verschijnt. “Wij”, wordt er gelachen en in zijn nopjes constateert Nieborg dat de aanwezigen de naam van het personage weten: “Ik heb het juiste publiek voor me!” Deze daad lijkt ook een klein punt te zijn dat hij tussendoor wil maken. “De meeste wetenschappers praten namelijk in wonderlijke taal en wonen in een ommuurde tuin”. Geïnspireerd naar Amerikaans voorbeeld, is de tijd aangebroken om de MwvN (Mediawetenschapper van Nu) aan het woord te laten.

Nieborg herkent twee trends. Allereerst het idee van ‘non-market non-proprietary peer production’, dat hij leent van jurist Yochai Benkler.  “Tegenwoordig is het gewoon makkelijk om iets te doen, om iets te maken.” Ten tweede gaat de journalistiek in zijn huidige vorm langzaamaan dood, of in ieder geval veranderen. Illustrerend voor het failliet van de journalistiek is “die gast die Obama iets vroeg en daarna door de conservatieve nieuwssite PJTV werd ingehuurd om op een van de lastigste onderwerpen van de afgelopen decennia – de Palestijnse kwestie – commentaar te geven”. Joe the Plummer had vervolgens “thousands of questions but i can’t think of the right one”.

De MwvM kunnen het debat verreiken doordat zij onafhankelijk, kritisch, holistisch (breder kader) en historisch denken. Een belangrijke voorwaarde om een rechtschapen MwvM te zijn, is om ervoor te zorgen dat je genetwerkt bent en publiceert. “Voeg me daarom straks meteen toe aan je LinkedIn en ga me op Twitter volgen. Wie me straks een biertje bij de bar betaalt mag me zelfs als vriend toevoegen op Facebook. Dan kan ik ook weer zeggen dat Facebook vrienden hele waardevolle vrienden zijn”. De boodschap aan de studenten is duidelijk: wees onderdeel van het debat en laat het niet alleen over aan Journalisten, Ondernemers, Consultants,  Politici of Fans. De wereld ligt aan je voeten en begin een Blog, Podcast of Vodcast. Obama heeft laten zien dat het echt kan.

Shirley Niemans » Netwerken en de Media van Morgen

Daarna was het de beurt aan Shirley Niemans die vertelde over haar rol als producent van conferenties. Op de website van Media van Morgen wordt ze als volgt geïntroduceerd. “Shirley studeerde in 2002 af aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en hield zich vervolgens enkele jaren bezig met mediakunst. Voor het Institute of Network Cultures organiseerde ze verschillende conferenties, waaronder MyCreativity (2006), New Network Theory (2007) en Video Vortex (2008). In 2009 vulde Shirley haar stage-onderzoek in met het concept en de ontwikkeling van een vierde conferentie: Society of the Query met sprekers als Lev Manovich en Matthew Fuller.”

Haar verhaal was een aardig kijkje in de keuken, maar inhoudelijk werden weinig vragen beantwoord. Ze constateert dat bijna iedereen tegenwoordig ‘netwerkt’. Ouderen, kinderen; iedereen wordt daardoor ook steeds ‘genetwerkter’. Wat nu? Wat is of wordt het niveau van socialiteit? Worden we steeds oppervlakkiger, of ontstaan er stevigere banden? Wat doen we met de veelheid aan platformen en wat gaan we doen na ‘de hype’? Wat is het lange termijn idee? Naast deze betekenis gevende vragen, kwamen in de conferenties ook andere vragen aan bod: “Hoe ga je om met schaalvergroting en financiën? Uit de bijeenkomsten kwam meestentijds geen conclusie want de netwerken waren te divers. Wel dienden initiatieven als Blender als voorbeeld voor een strakke organisatie in een verder los netwerk.

Stijn Bannier » Muziek en de Media van Morgen

Inmiddels is het symposium meer dan een half uur uitgelopen eer de laatste spreker voor de pauze zijn zegje kan doen. Zich hiervan bewust houdt Stijn Bannier een strak en krachtig verhaal over de ontwikkelingen in de muziek(industrie). In 2008 won hij de Muziekscriptieprijs voor zijn masterthesis “De gamer als hybride performer” en speelt sinds het jaar 2000 in de metal band ‘Morning‘. Hij liep stage bij Veronica MediaLab, waar hij onderzoek deed naar de muziekindustrie en concepten als Web 2.0 en Web 3.0. Dit onderzoek zet hij momenteel voort in Brussel, waar hij voor de Vrije Universiteit verbonden is aan verschillende projecten van het CultuurLab.

Bannier refereert aan de vorige sprekers wanneer hij zegt ook niet te weten hoe de media op het gebied van muziek zich in de toekomst zal gaan ontwikkelen. “Ik hoop dat we goede muziek gaan horen”. In vogelvlucht bespreekt hij treffend de geschiedenis van de belangrijkste ontwikkelingen in de muziekindustrie. Van de opkomst van de mp3, de p2p netwerken, de torrents, de nieuwe mediaspelers tot de bands die muziek online zetten (Radiohead, NIN), die het niet doen (Madonna) en de plaatmaatschappijen die de boot missen. De conclusie is geen verrassing: het muzikale netwerk is niet meer hetzelfde. Vervolgens staat hij kort stil bij verschillende (1) ontwikkelingen (2) observaties en (3) nieuwe mogelijkheden.

Ontwikkelingen:

Door de digitalisering is de fysieke drager verdwenen en is er slechts een speler nodig voor het beluisteren van muziek. Door de evolutie van Web 1.0 naar Web 2.0 , zijn we in staat te participeren en samen te werken in een groeiend socialer web. We staan daarnaast op de drempel van het zogeheten Web 3.0. Dit kenmerkt zich door het efficiënte gebruik van metadata (informatie over informatie). Hierdoor zal een semantisch web ontstaan gebaseerd op UGC (user generatie content) + MGC (machine generated content). Ter illustratie noemt Bannier Last.fm waarbij handige aanbevelingen ontstaan van muziek en evenementen die door middel van persoonlijk toegevoegde metadata en scrobbling software zijn gegenereerd.

Observaties:

Artiesten gaan steeds meer zelf muziek opnemen waardoor platenmaatschappijen buitenspel worden gezet. Kijk maar naar een initiatief als Sellaband en de gratis verspreiding van de muziek van Radiohead. Ook ontstaan er mogelijkheden om samen online muziek te maken zoals bijvoorbeeld Kompoz.

Nieuwe mogelijkheden

Bannier eindigt zijn presentatie met een kijkje in de digitale keuken van de toekomst. Zo wijst hij op impact die pay-per-item systemen zoals iTunes en Last.fm hebben gehad op de luisterervaring. Van albums naar losse nummers. Daar tegenover staan weer nieuwe initiatieven zoals het abonnement bij Spotify waardoor volledige catalogi van artiesten kunnen worden beluisterd. Ook is de relatie tussen fan en muzikant en veranderd. Diensten als Twitter creëren een nooit eerder vertoont direct contact tussen artiest en fan. Zo zette Nine Inch Nails ruwe data online en mochten fans een compilatie monteren (vergelijkbaar die nieuwe BBC documentaire Digital Revolution waar ik eerder deze week al over berichtte). Ook kon Stijn uiteraard niet om de co-creatie videoclip van C-mon & Kypski heen (zie ook hierow).

Samenvattend stelt Bannier dat nieuwe media het gebruik van het muzikale netwerk heroriënteren en nieuwe mogelijkheden creëren voor verschillende muziekindustrieën. Stiekem waagt hij zich tot slot toch nog aan een mogelijke voorspelling. Zogenaamde ‘cognitieve radio’ zou in de toekomst wellicht voor de luisteraar reclame kunnen generen die op zijn of haar locatie gebaseerd is. We zullen zien…

Na de pauze spreken Jago van den Akker over ‘Leren en De Media van Morgen’, Jeroen Steeman over ‘Politiek en de Media van Morgen’, Levien Nordeman en Tijmen Schep over ‘Kunst en de Media van Morgen’ en komt Tom van de Wetering met een afrondend verhaal.


Unconvention Dag 2 – 14 januari 2010 @ Eurosonic/Noorderslag

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 19 - 2010

Panel 1. Remixing the future of music

De tweede dag van UnConvention vond plaats in CBK ofwel De Oosterpoort. In het eerste panel zaten Marco Raaphorst (componist / sounddesigner / blogger), Kristin McGee (Docent Popular Music and American Music; Rijksuniversiteit Groningen), Paul Keller (Kennisland, Creative Commons Nederland) en moderator Lykle de Vries (New Music Labs). Het panel praatte over de werkwijze van auteursrechten in de oude muziekindustrie en de mogelijke relevantie voor vandaag de dag. Er was weinig discussie en veel instemmend geknik, aangevuld met diverse voorbeelden.

Kristin trapt af met een historisch contextueel verhaal over ondermeer het geleidelijk ontstaan van de hebberige muziekindustrie en verwees daarbij naar het vergelijkbare ‘star system’ van de filmindustrie. Paul concludeert dat eigenlijk het distributie probleem nu verholpen is. Marco illustreert deze veranderingen door over zijn eigen werkwijze uit te wijden. Hij verkoopt bijvoorbeeld zijn patches aan Propellorhead door gebruik te maken van Creative Commons licenties. Hierbij gaat het (in tegenstelling tot wat Walter Flapper gisteren vertelde) om een vaststaand bedrag mét een licentie. Hierdoor kan Marco vrij zelfstandig opereren en zijn creaties ook voor meerdere partijen gebruiken. Uiteraard zijn er uitzonderingen en hij noemt bijvoorbeeld de leader die hij maakte voor muziek.nl.

Kristin vervolgt daarna met haar mini-college over het mixen van muziek aan de hand van The Grey Album van deejay Danger Mouse. Ze legt uit hoe betekenissen veranderen wanneer de remix het geheel in een compleet andere context plaatst. Ze benadrukt dat dit wellicht het belangrijkste punt van haar vandaag is: context. Of de context nu een groot bedrijf representeert of verwijst naar een individu, het is een van de belangrijkste factoren in een debat over auteursrechten. Marco knikt instemmend en vult aan dat veel nummers van The Beatles gebaseerd waren op hét bluesschema. Je kun je dan dus oprecht afvragen wat nu het originele werk is? Die blues nummers, die van de Beatles of de remix van deejay Danger Mouse? ‘Toen fotografen kwamen ging men ook anders schilderen’, weet Marco. Ook Paul is het met deze gedachtengang eens en komt met een aantal voorbeelden over Pygmee muziek, deejay Rakim en Dr. Dre.. Vervolgens bekrachtigt hij zijn punt door zich openlijk af te vragen hoe de Beatles – met hun jarenlange alomtegenwoordigheid – nu nog kunnen claimen hoe de consument om moet gaan met het luisteren naar hun muziek. Afsluitend wijst Paul er op dat je als artiest ervoor moet zorgen dat je vindbaar moet zijn, maar niet zomaar al je commerciële rechten moet weggeven.

Panel 2. Zero budget marketing – How to go with the flow with maximum result.

Bij het tweede panel loopt de zaal voor het eerst echt flink vol. Waarschijnlijk ligt dat niet alleen aan het feit dat in de zalen ernaast de panels van Eurosonic op gang beginnen te komen. In dit tweede panel zit namelijk Niels Aalberts. Hij is de manager van Kyteman en de man achter het met een Dutch Bloggie beloonde weblog Eerst Hulp Bij Plaatopnamen. Verder bestaat het panel uit Rense van Kessel (Friendly Fire), Ruth Daniels (Fat Northerner Records) en moderator Rutger Middendorp. Het gezelschap gaat praten over de marketing van artiesten, maar niet alleen over de kosten en het gebruik van sociale media. Ook worden meer ethische onderwerpen aangesneden zoals waar een consument wel en niet op zit te wachten en over gericht promoten en authenticiteit.

Niels gaat direct in op een vraag uit het publiek hoe hij vorig jaar Kyteman bij De Wereld Draait Door kreeg. Hij legt uit hoe een slimme persoonlijke sms-campagne op het juiste moment op Noorderslag vorig jaar een gouden greep bleek. Ruth vult aan hoe belangrijk het voor hun is wanneer de band zelf met projecten en ideeën komt. Hierdoor kunnen zij zich van andere bands onderscheiden en tevens een schare volgelingen krijgen. Zij verhaalt over de totstandkoming van het geinige en indrukwekkende filmpje de Boom Boom Clap van The IronWeed Project. Rense wijst op de laagdrempeligheid die veel projecten vaak hebben. Je zou zomaar twee gasten op straat kunnen laten spelen, het op internet zetten en het kan werken. Een ‘viral’ kan zo ontstaan en snel worden verspreid.

Daarna wijst Niels op het belang van lokaal handelen: “If you can’t persuade your family to go to the wedding of your cousin, you can’t persuade Matthijs van Nieuwkerk.” De statistieken van je website zijn daarom enorm belangrijk om er achter te komen waar je publiek vandaan komt. Ook Rense onderschrijft dit en vult aan dat je geen optredens moet aankondigen bij de fans waar je niet speelt. Wees selectief (lees effectief) in je promotie. Niels: “Tell the story of your band”. Vertel bijvoorbeeld waar je mee bezig bent, hoe het proces van nummers maken verloopt, hoe de opnamen gaan etc. Zo houd je binding met je publiek. Ruth merkt op dat ook bedrijven tegenwoordig steeds meer open staan voor goede ideeën van bands. Met een succesvolle video zoals Boom Boom Clap, kan de band zich bewijzen en bepaalde relaties opbouwen. Een volgende keer zouden ze dan bijvoorbeeld €5000,- voor een nieuwe video kunnen vragen. Niels wijst er op ook weer niet te veel de focus te leggen op het iets krijgen van iemand. Dat is gevaarlijk.

Ondanks dat er op dag één al over MySpace werd gesproken, ontkomt ook dit panel er niet aan het te bespreken. Rense en Ruth vinden het nog steeds een handige site omdat je als boeker altijd weet wat je er aan hebt. De player staat altijd standaard op dezelfde plek. De site is verre van ideaal, maar het is nog steeds een praktische en enigszins overzichtelijk site. Probeer er ook weer niet meer van te maken dan nodig is. Een foto en management- en contactgegevens zijn afdoende. Bij Niels komt er inmiddels stoom uit zijn oren. Bandcamp ziet er veel beter uit (looks fucking amazing). Zeker vanuit het perspectief van een band is het veeeeel beter. Niels is van mening dat je als band je publiek een tool moet geven waardoor zij jou muziek moet kunnen delen met anderen door middel van in één of twee clicks. Daarnaast wees hij al op het belang van statistieken en deze zijn goed aanwezig bij Bandcamp. Alledrie zijn ze het er over eens dat je zoveel mogelijk en overal online aanwezig moet zijn.

Verder tipt Ruth de aanwezigen om zoveel mogelijk e-mail-adressen te verzamelen wanneer je iets weggeeft of verkoopt. Daardoor kun je de locatie van je fans in kaart brengen en dus gericht promoten. Niels wijst er weer op om hier voorzichtig mee te zijn, want voor sommigen kan zoiets juist een obstakel zijn. Misschien vullen ze ook wel valse adressen in. Belangrijk is om in ieder geval een relatie op te bouwen en er geen transactie van te maken. Rense vult aan: ‘Zorg dat je die mensen vervolgens ook wel iets waardevols geeft’. ‘Inderdaad en reageer ook binnen een dag wanneer iemand mailt’ zegt Niels. Houd de prijs verder laag zodat je uiteindelijk meer verkoopt. Dit corrigeert Pim van de Werken meteen vanuit het publiek: ‘Pay what you want werkt veel beter. Wij verkopen hierdoor bij optredens veel meer, ook t-shirts’.  Andrew Dubber beaamt dit en licht nog even snel de resultaten van een bepaald onderzoek toe. Men onderzocht wat er gebeurde wanneer de minimumprijs voor een cd bijvoorbeeld €3,- zou zijn, de maximum €15,- en wanneer geadviseerd werd om €8,- te betalen. Wat bleek is dat gemiddeld €10,- werd betaald. Weer komt Niels met een kritische noot. Met het voorstellen van een minimum bedrag moet je wel oppassen. Dit straalt geen vertrouwen uit naar je publiek en je moet, zoals gezegd, je publiek wel vertrouwen.  Op de vraag wat hij van lidmaatschappen vindt is hij wederom voorzichtig. Je moet namelijk oppassen dat je niet teveel mensen buitensluit, want dat kan weer  averechts werken.

Tot slot de vraag: ‘Wat zou je doen met €500,- marketingbudget?’ Niels is daarover heel duidelijk. Geef het uit aan mensen die al betrokken zijn. Laat anderen vertellen dat jou band te gek is en monitor de informatie van je fans. Verspil niet teveel geld en onthoud dat je (1) een moet verhaal hebben en (2) ook iemand om het te vetellen.

Door de vele tips en scherpe commentaren was dit tweede panel uiteindelijk een van de leukste en meest interactieve van UnConvention.

Panel 3. Andrew Dubber’s Dutch Music Radio Show

De conventie besluit met Andrew Dubber (New Music Strategies blog). In eerste instantie leek de aankondiging in het programmaboekje best interessant: ‘…the unique selling point of a language’. Waarom zetten we een verondersteld nadeel (we kunnen geen Engels…) niet om in een voordeel? Enige tijd voor de conventie riep Andrew via internet op tot een inzameling van de muziek van Nederlandstalige artiesten. Deze worden bij dit laatste ‘panel’ en plein public doorgenomen.

Artiesten die langskomen zijn Dio, De Speeldoos van Torre en Roos, Spinvis, Flux, Grootmeester Jan, Mirco, el Noré, Roosbeef (zij heeft de x-factor ;) , Opgezwolle, De Vlakte, Ellen ten Damme, VanKatoen, DuvelDuvel, Marco Raaphorst, The Opposites, De jeugd van Tegenwoordig, Depotax, Flinke Namen, Big2.

Terwijl het meeste publiek inmiddels bij Eurosonic rondloopt, volgen er hier en daar nog wat interessante opmerkingen. Voor hem als buitenstaander, heeft Nederlandse hiphop altijd iets herkenbaars. Hij weet het niet zo goed te omschrijven, maar hoort het vaak wel meteen. ‘De manier waarop spraakpatronen naar bovenkomen geeft muziek iets heel universeels en behoudt tevens iets van het eigen karakter’, vult hij aan. Hij erkent dat het lastig is en een nobel streven om Nederlandstalige muziek een bepaald vooroordeel te ontnemen. Het past echter wel bij de eerder besproken criteria zoals authenticiteit: ‘Het voelt een stuk echter’.

Dat was het dan. De allereerste kleinere conventie die vooraf ging aan het grote geweld van Eurosonic/Noorderslag. Wat mij betreft is de opzet met vlag en wimpel geslaagd. Ik hoop zelfs dat we voor een vervolg niet een jaar hoeven te wachten, maar dat er wellicht elders in het land een nieuwe editie kan plaatsvinden. Ik houd me van harte aanbevolen en hoor het wel wanneer er extra handen nodig zijn.

Alle bovenstaande foto’s zijn gemaakt door Dani’el Van den Berg

The Un-Convention Manifesto

Un-Convention is not about the music industry.

Un-Convention is not about the business of music.

Un-Convention remembers the words business and industry are prefaced by the word music.

Un-Convention celebrates music. It’s purpose is to provide a forum for those of us who work at the grassroots. For artists and musicians that want to understand how to get their music heard and how to practice their craft. For labels who want to champion this music and to spread the word. For people who want to work with music whether they be promoters, publicists or creatives.

Un-Convention understands that the most interesting stuff happens on the margins. We don’t mind the mainstream. We just don’t find it relevant.

Un-Convention is a forum for ideas, for creativity, for shared experiences and knowledge and for seeing and hearing great artists.

Un-convention doesn’t believe in ‘do it yourself’. We believe in ‘do it together’.

Un-Convention is unconventional.

Un-Convention is a not for profit grassroots led music conference for DIY and Independent music makers and companies.

Unconvention Dag 1 – 13 januari 2010 @ Eurosonic/Noorderslag

Bericht geplaatst door Meindert Op January - 15 - 2010

Ieder jaar komt de complete Europese muziekindustrie (labels, zalen, boekers, journalisten etc.) naar Groningen voor Eurosonic/Noorderslag. Aan de vooravond van dit festival vond dit jaar voor het eerst een kleinere conventie plaats over en met de ‘grass roots of the music industry’. De eerste dag van deze UnConvention vond plaats in filmtheater en café Images.

Panel 1. Offline is the new online

Het eerste panel bespreekt en benadrukt het belang van live-optredens. Alleen Twitter en Myspace zijn niet genoeg, probeer als band ook slim om te gaan met  je boekingen en promotieactiviteiten: “Offline is the new online”. Het panel bestaat uit Geert van der Velde (Ham Radio Communications), Frank Kimenai (Incubate Festival), Howard Monk (The Local; UK) en gesprekleider Jeff Thompson (Fat Northerner Records; UK). Met enigszins bevroren tenen door meerdere vertraagde treinen (#nsfail), heb ik helaas niet het het hele gesprek kunnen volgen. Wel ving ik nog genoeg interessante opmerkingen op.

Howard kwam met een leuke anekdote om op een slimme offline manier een concert van je band te promoten. Er was eens bandje dat op een middag een café binnenstapte. Dit café zat tegenover een zaal waar ‘s avonds een bekende band met vergelijkbare muziek zou spelen. Het bandje vroeg of ze in dat café mochten spelen en zeiden dat ze wel 250 bezoekers konden regelen. Van de paar duizend concertbezoekers zijn er altijd een aantal geïnteresseerd in een afzakkertje, redeneerde het bandje. Het café ging akkoord en het bandje speelde ‘s avonds voor een volle zaal met concertbezoekers van de bekende band. Daarnaast had het bandje ook nog eens veel nieuwe fans gekregen, aangezien ze vergelijkbare muziek maakten. Een andere leuke tip van Howard ging over het imago van je band. Wanneer je bijvoorbeeld nog geen boekingskantoor hebt, dan zou je ook best een naam kunnen verzinnen! Wanneer je dan optredens gaat regelen, zullen podia je wat serieuzer inschatten en wellicht eerder toehappen.

Verder vertelde Geert over de waarde van zijn nevenactiviteiten als muzikant. Begonnen als muzikant, is hij in de loop van de tijd voor andere bands en artiesten bepaalde zaken gaan regelen. Door voor anderen onder andere optredens te boeken, creëerde hij een waardevol netwerk van relaties en activiteiten. Deze kwamen weer ten goede aan zijn eigen band. Uiteindelijk verlieten de bezoekers de zaal met een wijze spreuk die eveneens de naam is van een band uit New York: Try Fail Try.

Panel 2. Too MySpace or not to MySpace; Social networks reviewed

Het tweede panel bespreekt het belang van connected zijn, zonder daarvoor heel veel investeringen te hoeven doen. Het panel bestaat uit Nicolai Adolfs (Beep!Beep! Back Up the Truck), Lance LaBreche (Rocket Garage, Good Faith Entertainment; US) Pim vd Werken (Silence is Sexy) moderator: Hoite Polkamp (Veronica Holding, vroeger MySpace)

Pim vertelt zijn verhaal over de promotie van zijn band Silence is Sexy op heel veel verschillende online platformen. Hij maakte onder andere succesvol gebruik van Last.fm om zijn nieuwe album te promoten. Ook wist hij via de torrentsite mininova zijn album aan te bieden wat inmiddels al resulteerde in 80.000 downloads (!). Nicolai vult aan dat je Last.fm ook heel goed kunt voor het promoten van je optredens.

Lance wijst verder op het belang nuttig gebruik te maken van je profielen. Doe er een aantal goed, probeer niet overal half te zitten. Het feit dat fans directer dan ooit in contact kunnen staan met hun muzikanten is een belangrijke waarde. Je moet ook de profielen kanaliseren en uiteindelijk zorgen dat ze op één plek weer samenkomen. Pim is het hier niet helemaal mee eens en wijst op het belang om op zoveel mogelijk plekken te zitten. Vanuit de zaal wordt er aangevuld dat social netwerken er ook vooral zijn voor de fans. Om met elkaar te praten over de band. Pim is daarbij van mening dat je dergelijke conversaties niet moet of kunt controleren, terwijl Lance er juist wel grip op wil krijgen. Je daaruit namelijk weer kunt opmaken hoeveel blauwe t-shirts, hoeveel groene etc je moet kopen. Nicolai vult te slotte aan om je ook weer niet te veel op cijfertjes te richten, maar vergeet ook vooral niet om veel in de oefenruimte zitten.

Panel 3. Music for brands and companies – selling your soul?

Het laatste panel van de eerste dag bespreekt hoe muziek maken voor bedrijven geld op kan leveren. Het panel bestaat uit Walter Flapper (Flapper Management), Renger Koning (Soundbase Studio), en moderator Lykle de Vries (New Music Labs).

Walter legt uit hoeveel de verkoop van licenties tegenwoordig opleveren. Voor een Heineken reclame ontving hij bijvoorbeeld €20.000,- en voor de videogame Grand Tourismo €6.000,-. Hierbij gaat het wel steeds om eenmalige bedragen en niet om bepaalde licentieverkopen. Renger benadrukt dat je vaak wel twee tot drie jaar moet wachten voordat je daarvan geld ontvangt. Hij bekijkt het dan ook zo dat de ‘klanten’ hem eigenlijk betalen voor zíjn muziekeducatie. Helemaal interessant wordt het wanneer Dave op wijst op de mogelijke laagdrempeligheid. Zo zijn er genoeg kleine independent game ontwikkelaars waarbij jou muziek zou kunnen passen. Denk bijvoorbeeld aan een iPhone applicatie waarbij jou band dan voor de achterliggende muziek heeft gezorgd. Door middel van een directe link naar iTunes store, hebben gebruikers vervolgens eenvoudig de mogelijkheid het hele nummer te downloaden.

De dag wordt beëindigd met gratisch hop en gerstemout. Een leuke ongedwongen afsluiting van de eerste dag van Unconvention.

Xi/Bashers-debat – 9 december 2009 @ CREA

Bericht geplaatst door Meindert Op December - 18 - 2009

shapeimage_6Regelmatig verslaat MindNote een lezing, conventie of debat met interessante en/of handige ideeën over muziek, edutainment en e-cultuur. Deze keer:

Xi/Bashers-debat – 9 december 2009 @ CREA theaterzaal, Amsterdam

Het door studenten gerunde mediamagazine XI en de kritische game-website Bashers organiseerden woensdag 9 december in het CREA theater in Amsterdam het waarschijnlijk eerste serieuze debat over de stand van de gamejournalistiek en waar deze in een ideale wereld naar toe moet.

Het panel bestond uit

Allereerst gaf Nieborg een korte inleiding om de verschillende krachten in de game-industrie in kaart te brengen en om het debat een boodschap mee te geven. Hij hekelt het ‘korte termijn’-denken of schrijven van de huidige game-journalistiek. Het merendeel van de artikelen die verschijnen zijn previews en reviews en sorteren een ‘status quo’ effect. Aan de ene kant ontvangt de game-journalistiek reclame-inkomsten via advertenties op websites en/of in de magazines. Aan de andere kant zijn de game-uitgevers weer gebaat bij goede recensies waardoor het publiek geprikkeld wordt tot de aanschaf van hun producten. In een ideale wereld zou de game-journalistiek zich volgens Nieborg meer moeten richten op het ‘lange termijn’-denken. De previews en reviews zijn prima voor een bepaald publiek, maar daarnaast is er een grote groep mensen die behoefte heeft aan game-artikelen met meer diepgang.

Het is niet de intentie om met deze analyse chronologisch verslag te doen van het debat en de reacties uit het publiek. Er staat namelijk een overzichtelijk verslag van Arjan op G4M3.nl en van Robert Gaal op Bashers. Het debat en de reacties op deze sites missen naar mijn idee een gedeeld jargon en verzanden daardoor in een onduidelijk discussie. De intentie van deze analyse is dan ook de oproep tot het bepalen van gezamenlijke definities. Alleen dan kan dé game-journalistiek beter in kaart worden gebracht en tot volle wasdom komen. De belangrijkste vraag die daarbij beantwoord zal moeten worden is:

Voor (1) wie schrijven (2) game-journalisten hun (3) artikelen?

(1) Wie is het publiek; wie consumeert de artikelen?

In het artikel op Bashers is te lezen hoe een iemand uit het publiek stelt dat de bezoekers van zijn game-site voornamelijk reviews en previews willen lezen en geen lange verhalen. Wie zijn die bezoekers dan? Zijn dit niet juist die blanke mannen tussen de twintig en dertig waar Nieborg in zijn inleiding over spreekt? Nieborg wijst terecht op de mama’s en de papa’s, maar ook de Matthijs van Nieuwkerken die de Volkskrant en het NRC Handelsblad lezen. Deze mensen zijn wel geïnteresseerd in die lange artikelen over de betekenis en het effect van gewelddadige spellen. Of over meer economisch gerelateerde onderwerpen waar ‘t Hooft naar verwijst wanneer hij naar zijn achtergrondartikel over Guerrilla Games refereert. En nee, geïnteresseerde lezers voor die artikelen vindt je meestal niet op de gemiddelde game-site maar bij het FD of Elsevier.


(2) Wat is een gamejournalist?

De vraag wie nu die artikelen schrijven, lijkt daarom ook niet zo moeilijk. Zijn dit niet voornamelijk de gamers zelf? Hoeveel economen, historici, sociologen schrijven over games en waar is hun platform? Volgens mij was het punt van Nieborg dat juist deze mensen lastig een artikel over games kunnen schrijven in de huidige media (de NRC’s, FD’s, Elseviers etc.). Het is inderdaad twijfelachtig om deze mensen hun ‘lange artikelen’ op de huidige game-sites te laten publiceren. De achtergronden en perspectieven deze economen, historici, sociologen etc. meebrengen en in de artikelen weerklinken, zullen juist het eerder genoemde publiek ‘triggeren’ zich meer in games te verdiepen.

(3) Wat is een artikel/review en voor wie?

Naast het publiek en de gamejournalisten is de definitie van een artikel of review onduidelijk. Over wat en op welke manier wordt een gamejournalist geacht te schrijven? De meeste artikelen (met uiteraard allerlei uitzonderingen achterwege gelaten) van ‘de gamejournalistiek’ van dit moment gaan veelal over spelbeleving en technische aspecten. Wanneer artikelen meer ingaan op bijvoorbeeld onderwerpen als identiteitsvorming, gender issues en de eerder genoemde economische en gewelddadige aspecten van games, dan zal dit een ander lezerspubliek aansnijden.

Om die begeerde kwaliteit en context te bereiken om de huidige status quo te doorbreken, zullen alledrie bovengenoemde klassieke communicatieaspecten moeten worden geduid en ingevuld: zender, boodschap en ontvanger. Jan Mijroos kwam terecht met een voorbeeld uit de muziekindustrie. Zijn voorbeeld doet nu niet terzake maar de analogie met de muziekindustrie wel. Dé ‘muziekjournalistiek’ beperkt zich ook niet alleen tot het bespreken van concerten en nieuwe releases, maar is in diverse media ook met economische, historische en sociologische invalshoeken aanwezig. Nieborg wijst er blijkbaar terecht op dat dergelijke verbeteringen nog wel even kunnen duren, omdat er eerst een wisseling van de wacht moet plaatsvinden bij de meeste hoofdredacteuren. Zij hebben nog de touwtjes in handen en bepalen wat er gepubliceerd wordt. Daar hebben het publiek en de gamejournalisten blijkbaar geen invloed op.

* MindNote schreef van 2005 tot 2007 voor Xi en schrijft tegenwoordig voor 3VOOR12/Amsterdam.
























MindNote RSS nieuwsfeed



Last.fm Profiel pagina


MindNote
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes