Didactisch stappenplan
Didactisch Stappenplan – Ontwikkelt door MindNote Amsterdam
1. WAT wil en kan de leerling leren?
| A. Vijf kwaliteiten
I. Instrument: Akkoorden, toonladders, ritmes en nummers spelen (tokkelen, tapping, arpeggios, dubbele bass) II. Gehoor: Akkoorden, toonladders, ritmes, structuren horen (instrumenten onderscheiden, nummers/solo’s uitzoeken) III. Theorie: Opbouw/functie van akkoorden/ladders/ritmes weten. (intervallen, drieklanken, kwintencirkel, kerktoonladders) IV. Performance: Podiumuitstraling en het publiek vermaken. (samenspel, jammen, optreden) V. Creativiteit: Nummers schrijven of een solo improviseren (arrangeren, componeren, improviseren) |
| B. Vier leerdoelen
Kennis – kennen Vaardigheden – kunnen Inzicht – begrijpen Gedrag – toepassen |
2. WIE is de leerling?
| A. Type leerling
Dromer Kijkt eerst de kat uit de boom en verzamelt veel info. Eerst kijken naar anderen, dan pas doen. Reactie: “Goh, dit doe me denken aan…” Denker Logisch denken door info te ordenen in modellen en theorieën. Eerst denken, dan doen. Reactie: “ Ja maar net zei je” Doener Eerst doen, dan denken. Snel geboeid, maar geen lange adem. Reactie: “Leuk, laat mij maar!” Pragmaticus Vertaalt onderwerp continu naar eigen praktijk. Wil snel naar oplossingen toe of te snel naar iets anders; is snel verveeld. Reactie: “Dus we gaan eerst… en dan…” |
| B. Niveau van de leerling
* Beginner/Basis niveau (I & II) Akkoorden, toonladders, ritmes, nummers herinneren en spelen. * Gevorderd niveau (III) Akkoorden, toonladders, ritmes, nummers begrijpen en analyseren. * Vergevorderd niveau (IV) Op basis van criteria en standaarden zelf kritisch evalueren en creëren. |
3. HOE gaat de leerling dit leren
(Leerprocessen van Kolb)
| Concreet ervaren Oefening of opdracht
Reflectief overdenken Bespreking of discussie over ervaringen Abstract conceptualiseren Theorie Actief experimenteren Uitproberen van theorie |
4. WANNEER gaat de leerling dit leren
(Via S.M.A.R.T.)
| S Specifiek doelen (duidelijk boodschap in één zin)
M Meetbaar resultaten (deadlines, rapporteren, feedback) A Actiegerichte formulering (ontwikkel, maak; handig dit te nummeren) R Resultaatgericht reden (waarom doen we dit) T Tijdbestek, deadline (OMA; ochtend, middag, avond of 1,3,6 maanden) |
5. REFLECTIE van de leerling én docent
(Evaluatieniveau’s en STAR)
| A. Leerling: “ReLePraT”
Re Reactieniveau Hoe is de ervaring direct na afloop? Le Leerniveau Score bij het toetsing van kennis, vaardigheden en inzicht? Pra Praktijkniveau Hoe wordt het geleerde in de praktijk toegepast? T Totaalniveau Hoe is het resultaat in vergelijking met andere leerlingen? |
| B. Rol van de docent: STAR
S Situatie Hoe was de situatie van de leerling eerst bij WAT? T Taken Het is de taak van de docent om deze situatie te verbeteren A Activiteiten Hoe heeft de docent dat aangepakt? R Resultaat Wat leverde het uiteindelijk op? |




